Het Centrum Jeugd en Gezin is een stokpaardje van André Rouvoet minister voor jeugd en gezin. In 2008 ging het eerste centrum open, aan het einde van dit jaar zijn er centra in 150 Nederlandse gemeenten. Dat zijn 25 gemeenten meer dan was gepland. De centra zijn vooral gevestigd in de grote steden. In mei ging het centrum in de Leidse Stevenshof open.
Negen uur, Jan van den Brule, jeugdarts, of ’arts maatschappij en gezondheid’ wacht op de eerste afspraak, die niet komt opdagen. Elke donderdag werkt hij bij het CJG. Het grootste deel van die dag is volgeboekt met het standaardonderzoek van kinderen uit de groepen 2 en 7 van de basisschool. Daarnaast zijn er overleggen, zoals met interne begeleiders van de scholen. ,,Het is nog wat kort dag om te zeggen hoe het CJG werkt, maar het is zeker zo dat de lijnen korter zijn, je vindt elkaar gemakkelijker om te overleggen en er is ook een gezamenlijk overleg waarin ook casussen worden besproken’’, zegt hij. Van den Brule doet niet alleen lichamelijk onderzoek bij de kinderen, maar kijkt ook of er sociaal-emotionele problemen zijn. Vaak komen ook opvoedkundige kwesties aan de orde. Het meest voorkomende probleem is: het niet eten van groenten. Duidelijk met elkaar afspreken hoe je het aanpakt, vasthouden aan je eigen regels, het kind laten kiezen, want dat geeft een gevoel van vrijheid, en liever belonen dan straffen, is zijn advies. ,,Je moet vooral heel duidelijk grenzen stellen.’’
,
9.30 uur
Een meisje van vijf stapt de kamer binnen van Jan van den Brule, samen met haar moeder en haar kleine broertje. De jeugdarts vraagt hoe het op school is en of de klas gezellig is. ,,Ja, en dan gaan we buiten spelen en dan gaan we de jongens pakken.’’ Ze moet haar naam schrijven en figuurtjes natekenen, hinkelen en huppelen, en Van den Brule kijkt naar haar ogen, haar oren, haar houding, hij luistert naar haar hart en zegt tegen de moeder: ,,Dat ging super. Een heel vlotte dame.’’ De moeder maakt zich een klein beetje bezorgd over de lengte van haar dochter. Die zal inderdaad niet heel lang worden. Maar de schoolarts stelt haar gerust. ,,Twintig of dertig procent van de meisjes is later even groot of kleiner.’’
,
Het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) - dat is een bordje op een balie met een bloempot ernaast, met erboven glazen ramen waarachter de assistenten van de huisartsenpraktijk zitten. De assistenten van de buren vangen de mensen op die met vragen over hun kind binnenlopen. Dat kan elke dag tussen negen uur en twaalf uur. Sinds de opening van het Leidse centrum in de wijk Stevenshof op 11 mei zijn er ongeveer vijftig mensen spontaan naar binnen gekomen. Het centrum is tevreden, deze score is hoger dan het landelijke gemiddelde. Dagelijks is er ook een telefonisch spreekuur waar iedereen naar toe kan bellen met vragen over de opvoeding. Het aantal bellers loopt uiteen, het zijn er vaak twee of drie op een ochtend.
,
10.15 uur
In een kamer zit verpleegkundige Linda van Bohemen. Deze ochtend zit ze ’op het bureau’, waar ze zuigelingen van 4 weken tot 14 maanden nakijkt. De groei en de ontwikkeling controleren, kijken of het kind goed speelt en eet en slaapt, een vaccinatie geven als dat nodig is. Soms is de zorg wat groter en gaat ze op huisbezoek. ,,Vooral voor ouders met een eerste kind is het vaak zoeken. Ze verwachten dat ze op een roze wolk terechtkomen, dat staat ook in de boeken, en dan pakt het anders uit. Wij vinden het belangrijk om naast de ouders te staan. Met een paar adviezen - een ander ritme, andere voeding of andere houding - zie je soms iemand helemaal opbloeien. Het is heel dankbaar werk.’’ Sinds het centrum bestaat draait Van Bohemen ook mee met de telefonische spreekuren. De 40-jarige Leidse, zelf moeder van twee meisjes van 7 en 9, vindt dat het heel goed werkt. ,,Mensen worden snel teruggebeld en dan denk ik: we zijn op de goede weg. Onze taak is vooral om te zorgen dat de problemen niet nog groter worden.’’
,
Het CJG - dat is een verzameling enthousiaste mensen van verschillende instellingen die allemaal hun eigen werk doen voor hun eigen organisatie maar gemakkelijk bij elkaar kunnen binnenlopen als ze een vraag hebben of een kwestie willen bespreken.
,
10.45 uur
Veronie de Jong komt binnen, schoolmaatschappelijk werker en coördinator van het centrum. Ze neemt vandaag afscheid tijdens de tweewekelijkse vergadering, want ze heeft een nieuwe baan. De Leidse wordt teamleider bij het planbureau van het Diaconessenhuis. De tijd bij het CJG noemt ze ’een beetje pionierswerk’, ’heel erg leuk’. Het allerleukste is dat de mensen van de verschillende organisaties elkaar zo goed weten te vinden. ,,Wat we met elkaar willen is dat elke vraag die hier binnenkomt zo snel mogelijk wordt beantwoord en we willen in principe alles zelf oplossen, omdat we vinden dat we veel kennis in huis hebben.’’ Het centrum is bedoeld voor kinderen tot 23 jaar, maar oudere kinderen komen er nog niet veel. ,,Er stapt hier geen puber van 16 binnen, die zegt: ik heb een probleem. We moeten innovatief zijn. Wat we proberen is om het centrum te verbinden met de wijk, met het buurtwerk en het jeugd- en jongerenwerk.’’ Het liefst zou De Jong willen dat het CJB ’een bruisend centrum’ werd, ’waar iedereen in en uit kan lopen.’’
,
12.00 uur
De tweewekelijkse vergadering van alle medewerkers begint. De telefoon gaat op de voicemail, de doktersassistenten werken alleen nog voor de huisartsenpraktijk.
Janet van Dijk


