Voetbalteam zonder spelers; hoe zes werknemers van de warmbandwalserij van Tata Steel achter elkaar overleden aan kanker

Een gloeiende plak staal rolt over de warmband.© foto dirk-jan prins

Bart Vuijk
IJmuiden

Collega’s waren ze, soms ook voetbalmaatjes en rokers. De dood kwam te vroeg voor hen. Zes werknemers van de warmbandwalserij van Tata Steel stierven in tien jaar tijd aan kanker. „Het zaalvoetbalteam is uit elkaar gevallen door de vele sterfgevallen.”

Lees ook: Nabestaanden van aan kanker overleden Tata-werknemers sluiten aan bij massaclaim tegen de fabriek

De Warmband heette het bedrijfszaalvoetbalteam, genoemd naar de fabriek waar ze werkten: de Warmbandwalserij 2 van Tata Steel. Zes werknemers van de staalfabriek in de IJmond stierven in tien jaar tijd aan kanker, drie van het voetbalden in hetzelfde team.

In personeelsblad De Warme Band uit 2002 wordt vrolijk verslag gedaan van een zaalvoetbalwedstrijd in Salzgitter, die de walsers met 7-0 verloren. Vrolijk staan ze met de poedelprijs, een heel klein bekertje, op de foto. „Dat zaalvoetbalteam is later uit elkaar gevallen door de vele sterfgevallen”, vertelt een van de ’warmbandweduwen’.

Deze krant onderzoekt de vroegtijdige dood van de zes werknemers. De mannen van de ’gele ploeg’ zijn in tien jaar tijd, tussen 1999 en 2009, overleden aan kanker. Vijf walsers kregen longkanker, de zesde stierf aan plaveiselcelkanker. Is dit toeval, is het hun levensstijl of heeft het werk ermee te maken? Waardoor verloor het gezellige team zijn voetballers?

De jongste walser is slechts 44 jaar geworden en liet een vrouw en twee jonge kinderen achter. De oudste was zijn vader, die net na zijn pensionering op 67-jarige leeftijd aan precies dezelfde ziekte overleed als vijf jaar later zijn zoon. Allebei kregen zij pakweg een half jaar voor hun dood de diagnose longkanker.

Roken

Wetenschappers die zijn benaderd met de vraag of er een mogelijk verband is tussen de arbeidsomstandigheden in de walserij en de dood van de collega’s kunnen geen eenduidig antwoord geven. Het feit dat zij op een na allen rookten, een erkende oorzaak van longkanker, kan van invloed zijn geweest op hun ziekte, zegt Tamara Onos, arbeidshygiënist en hogere veiligheidskundige. Opgeteld bij de aanwezigheid van asbest in de fabriek plus de algehele luchtverontreiniging door Tata Steel in de wijde omtrek is er misschien wel sprake geweest van een ’dodelijke cocktail’ van levensbedreigende omstandigheden, merkt zij op.

Longkanker is een dodelijke ziekte die in Beverwijk enorm piekt, in een dichtbevolkte centrumwijk tot wel 51 procent boven het landelijk gemiddelde. En de wijken daar omheen laten ook hoge cijfers zien, van twintig tot veertig procent boven de rest van het land. Beverwijk ligt letterlijk onder de rook van Tata Steel. Een onomstotelijk verband tussen longkanker en de fabriek is door GGD Kennemerland nooit gelegd; de wakers van de volksgezondheid houden het op een combinatie van luchtverontreiniging – die ook nog uit andere bronnen kan komen zoals weg- en scheepvaartverkeer – en rookgedrag.

De werkplek is een spectaculaire fabriek. De walserij is een brede, vrij donkere hal van een kilometer lang, volgepakt met sissende, bloedhete, stomende, blakerende machinerieën. Waartussen roodgloeiende staalplaten eerst langzaam en uiteindelijk met een vaart van zo’n 70 kilometer per uur van west naar oost reizen terwijl ze door enorme krachten steeds platter worden gedrukt.

Asbest

Een van de warmbandweduwen legt een verband tussen de fabriek en de vele sterfgevallen. Haar man heeft een gouden speld ontvangen voor een idee dat de directie van de toenmalige Hoogovens geweldig vond: het aanbrengen van asbest hitteschilden bij de walsbaan. Longkanker en plaveiselcelkanker leden de mannen aan, beide soorten worden regelmatig gelinkt aan het kankerverwekkende materiaal asbest. Dat werd in de walserij in het verleden veelvuldig gebruikt.

„De warmbandwalserij is eind jaren zestig gebouwd, destijds werd asbest inderdaad toegepast. Via een saneringsprogramma is asbest gesaneerd of afgeschermd en ingekapseld om blootstelling te voorkomen”, legt een woordvoerder van de staalfabriek uit. Waar het nog is, kan het geen kwaad meer, aldus Tata. Het bedrijf zegt ’enorm mee te leven met de nabestaanden van onze oud collega’s, die een geliefde moeten missen’.

In de medische literatuur en in een advies van de Gezondheidsraad wordt longkanker rechtstreeks aan asbest gelinkt. Onos twijfelt en dat doet ook chemicus Jacob de Boer. „Als je dit geval goed zou willen bestuderen zou je moeten weten hoeveel werknemers er bij de warmbandwalserij werken, hoeveel er daarvan roken en hoeveel er dezelfde verschijnselen hebben in meer of hopelijk mindere mate. Dan moet je dat vergelijken met een referentiegroep buiten Tata en pas dan kun je iets zeggen over een mogelijke relatie tussen blootstelling en klachten. De groep van zes dodelijke gevallen zou wel genoeg moeten zijn voor de Arbeidsinspectie om een dergelijke studie te initiëren.” De inspectie onderzoekt echter alleen klachten over asbest en die zijn daar de afgelopen twee jaar over de staalfabriek niet binnengekomen.

Waardoor stierven de mannen vroegtijdig? Het onbevredigende antwoord luidt: we weten het niet.

Zes trotse Hoogovenarbeiders lieten een gapend gat achter

Zes trotse Hoogovenarbeiders overleden in de kracht van hun leven. Ze lieten een gapend gat achter in hun gezin. Na vele jaren hebben sommige nabestaanden het er nog altijd heel moeilijk mee. Wie waren die mannen? Hun nabestaanden vertellen. We beginnen bij het begin.

Jaap Tesselaar, met kleinkind

Jaap Tesselaar

67 jaar. Overleden aan longkanker in 1999

Tijd tussen diagnose en overlijden: pakweg een half jaar. Liet een weduwe en een volwassen zoon achter

In 1999 was de 67-jarige Jaap Tesselaar nog maar net met pensioen, toen de echtgenoot, vader en opa overleed aan longkanker. Zijn weduwe heeft er een behoorlijke douw door gehad, vertelt zijn schoondochter Corinne. Wat pas later bleek, was hij de eerste van een hele hand vol collega’s die aan de ziekte overleed.

Wat extra zuur is, was dat vijf jaar na zijn dood zijn zoon Harry Tesselaar eveneens aan dezelfde ziekte stierf. Daarover verderop in dit artikel meer.

Cor Bagchus

Cor Bagchus

58 jaar. Overleden aan longkanker in 2002

Tijd tussen diagnose en overlijden: 1 week

Liet een weduwe en een volwassen zoon achter

Want in 2002 is eerst nog Cor Bagchus aan de beurt. Hij is 58 jaar geworden. Zijn weduwe Caroline, nu 67, vertelt een opmerkelijk relaas. „Mijn eerste echtgenoot is overleden aan longkanker, dat zich had uitgezaaid naar de lever. Hij werkte op de warmband. Binnen een week kreeg hij zo’n buik (met haar handen geeft ze het formaat van een stevige voetbal aan). Hij heeft zijn laatste week in het ziekenhuis gelegen. Hij is naar een internist geweest en die heeft hem direct laten opnemen. Elke dag werd er anderhalve liter vocht uit zijn buik afgetapt. Na een week was hij dood. Het was dus heel gauw bekeken.”

Caroline is even stil bij de herinnering. Maar niet lang, want ze heeft meer te vertellen. „Mijn man was qua ideeën bij de Hoogovens de hotemetoot. Hij heeft zelfs van de directie een gouden speld gehad voor de ideeën die hij aandroeg. Hij had bijvoorbeeld een idee om over de hele lengte van de walsbaan hitteschilden aan te brengen. En die schilden waren van asbest. Dat heeft hij gedaan met nog twee collega’s die ook niet meer leven. Die zijn ook overleden aan longkanker. Namen heb ik voor je.”

„Ik blijf erbij, op die warmband werken is gewoon heel ongezond. Er bestond een zaalvoetbalteam, van Corus (voorloper Tata Steel, red.) zelf. Een groot gedeelte van dat team is uitgeroeid door kanker. Ik herinner me Jaap en zijn zoon Harry Tesselaar, René Hoek en die Duitser uit Den Helder, kom hoe heet-ie ook weer. En dan mijn man en nog iemand wiens naam ik niet meer weet. Allemaal foetsie, allemaal kanker. Doordat al die mensen weggevallen zijn, is ook dat zaalvoetbalteam uit elkaar gevallen.”

Nou was mijn man wel een roker. Hij rookte een pakje shag in twee weken. Maar dat was in die tijd heel gewoon. Roken deed toch bijna iedereen? In die tijd stond bij verjaardagen nog een glaasje met sigaretten op tafel tussen de borrelnoten.”

Maar de ziekte afschuiven op louter roken vindt ze onterecht. „Daar ben ik het niet mee eens. Er zijn mensen met longkanker die nog nooit hebben gerookt. Makkelijk afschuiven: ja, je rookt.”

De band met zijn collega’s was hecht. „René Hoek zocht Cor op in het ziekenhuis. Hij wilde hem meenemen naar huis. René zei: ik til hem op, zet hem in de auto en breng hem naar je thuis. Ik zei: doe dat maar niet, ik weet niet hoe dat moet met al die apparaten en toeters en bellen die ze aan hem hebben gehangen. Die René, een goede vriend, ging een paar jaar later zelf aan kanker dood.”

Harrie Tesselaar

Harry Tesselaar

44 jaar. Overleden aan longkanker in 2005

Tijd tussen diagnose en overlijden: pakweg een half jaar

Liet een weduwe en twee kinderen van 11 en 14 jaar achter

Maar ruim voordat René Hoek aan de verschrikkelijke ziekte stierf, was Harry Tesselaar aan de beurt. In 2005 kreeg hij te horen dat hij evenals zijn vader zou sterven aan longkanker. Zijn weduwe Corinne en haar twee inmiddels volwassen kinderen weten het nog precies. „Ik was 40 toen mijn man overleed. Het ging daarna een hele tijd niet goed met me. Op 18 januari kregen we de nare tijding dat hij longkanker had. Op 6 juni is hij overleden. Zo snel gaat dat. Hij kreeg ook zuurstof toegediend. We probeerden nog een laatste wintersportvakantie met hem te doen, we gingen begin maart naar Winterberg.” Een vakantie waarvan Harry vanwege zijn ziekte niet goed kon genieten. „ Achteraf waren er wel meer tekenen dat er iets mankeerde. In de zomer ervoor, in 2004, was hij na het voetballen zo snel moe dat ik tegen hem zei: je moet iets aan je conditie doen.”

Net als Caroline Bagchus werd ook zij totaal overvallen. Het einde was naar. Het gebeurde allemaal in een weekend. Het gezin zat bij de buren te eten toen het ineens heel slecht ging met Harry. „Hij werd met een ambulance uit huis gehaald.”

Zoon Jordi was toen 11 jaar. „Hij kwam de trap niet meer op met die zuurstofflessen. ’s Nachts kwam de ambulance...” Corinne: „Hij was nooit een pieper, geen kleinzerige man. En een levensgenieter. Hij probeerde tot het laatst het beste uit het leven te halen. Zijn laatste woorden tot mij waren: ’Het is goed zo, ga verder met je leven.’”

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. De jonge weduwe, met twee jonge kinderen, had de grootste moeite om de klap te boven te komen. Daarbij had ze ook nog te kampen met een tienerdochter die behept was met een schuldgevoel jegens haar overleden vader. Want pubers maken nu eenmaal ruzie. „En dat kon ze achteraf niet meer goedmaken”, vertelt haar moeder. Stabiliteit vond ze uiteindelijk in haar nieuwe echtgenoot Jan, die een zegen bleek voor het ontwrichte gezin. „Ik denk wel eens dat Harry vanuit de hemel zag dat het niet goed met ons ging en Jan op ons pad heeft gestuurd”, zegt Corinne met een glimlach. Of de fabriek enige schuld heeft aan de dood van Harry? Wie zal het zeggen. „Er waren misschien meerdere oorzaken. Het is niet zo dat wij een supergezonde levensstijl hadden. Ik ben wel blij dat onze zoon Jordi nooit zijn vader achterna is gegaan naar de Hoogovens toe.” Na het verlies van zijn opa en zijn vader kan die laatste dat alleen maar beamen.

Horst George Bohlmann

Horst Georg Bohlmann

63 jaar. Overleden aan longkanker in 2007

Tijd tussen diagnose en overlijden: pakweg een half jaar

Liet een weduwe en twee volwassen kinderen achter

Twee jaar na Harry Tesselaar ging Horst George Bohlmann voor een routinecontrole naar de dokter. Hij was 63 jaar. Een rustige oude dag met zijn echtgenote was de walser echter niet gegund.

Zijn dochter Marianne vertelt: „De diagnose kanker is bij hem en ons zwaar binnengekomen, eigenlijk als een donderslag bij heldere hemel. Bij een jaarlijkse controle in het ziekenhuis om foto’s te laten maken, zijn ze er achter gekomen dat hij longkanker had en dat de tumor vlak achter zijn aorta lag, dus konden ze hem ook niet opereren. Dus met chemo’s moesten de tumoren kleiner worden en dat werden ze ook, maar het kwam weer net zo hard terug met alle gevolgen van dien. De weg naar het einde is zwaar verlopen totdat hij bloedneuzen kreeg die niet meer te stoppen waren en overal pijn had. Mijn vader is met een ambulance bij ons weggehaald en heeft nooit meer het ziekenhuis verlaten. We hebben het zwaar gehad allemaal, maar moesten door. Wij, de kinderen, gingen naar huis en mijn moeder bleef alleen achter, maar gelukkig hebben wij haar goed opgevangen.”

Horst Bohlmann was een roker. En een trotse Hoogovenarbeider, net als zijn collega’s. „Mijn vader had totaal geen hekel aan zijn werk en heeft volgens mij nooit een verband gelegd tussen zijn ziekte en zijn werk op de warmbandwalserij”, verklaart zijn dochter. Die nog weet te vertellen dat het verloop van de ziekte net zo snel ging als bij de meeste anderen: het duurde nog geen jaar tussen diagnose en overlijden.

Jaap Bronsveld

66 jaar. Overleden aan longkanker in 2007

Tijd tussen diagnose en overlijden: driekwart jaar

Liet een weduwe en een volwassen zoon achter

Asssistent-walsmeester Jaap Bronsveld was al een jaartje of wat met de vut, toen hij werd overvallen door de diagnose longkanker. Zijn schoondochter Janet Nijmeijer vertelt: „Hij was een markante man. Hij tilde het gezegde ’een grote mond maar een klein hartje’ naar een hoger niveau. Mijn schoonvader had heel veel praatjes, maar hij was een schatje. Als hij bij ons langs kwam, spraken hij en mijn man zo luidruchtig met elkaar dat onze buren na afloop zeiden: ’Je schoonouders waren zeker weer langs?’”

Bronsveld heeft volgens zijn schoondochter vanaf het begin bij Warmbandwalserij 2 gewerkt. „Toen hij met prepensioen ging, was er een receptie in een groot gebouw. Het was afgeladen vol. Hij was heel geliefd bij zijn collega’s. En hij zat vol ideeën. Na zijn pensionering ging hij geregeld weg met zijn vrouw, ze hebben nog een nieuwe auto gekocht… hij had plannen zat.”

Maar de kanker dwarsboomde een fijne oude dag. Het werd van kwaad tot erger, chemokuren hielpen maar een beetje. Hij was thuis, toen hij zijn schoondochter hulp verzocht bij het opstellen van zijn wens tot euthanasie. „En dan zit je zijn doodswens uit te werken achter een laptop… Hij zei: ’Ik wil dit gewoon niet meer.’ De huisarts heeft hem uit zijn lijden geholpen.”

René Hoek met zijn kinderen en echtgenote

René Hoek

49 jaar. Overleden aan plaveiselcelkanker in 2009

Tijd tussen diagnose en overlijden: pakweg een half jaar

Liet een weduwe en drie (jong)volwassen kinderen achter

Twee jaar later overleed de sportiefste van allemaal: René Hoek. Een drama voor zijn gezin, zijn twee dochters van toen 21 en 16 jaar woonden nog thuis, zoon Jester was 24. In november 2008 werd zijn ziekte ontdekt. In juli 2009 was het voorbij.

De Noordwijker hield van tennissen, voetballen en fietsen en was elke dag buiten, herinneren zijn kinderen zich goed. Zijn weduwe Marjo weet te vertellen dat haar man al op zijn 17e begon bij Hoogovens, bij de koudbandwalserij. Van die afdeling ging hij al redelijk snel naar de warmband. „Daar had hij het prima naar zijn zin en hij bouwde vriendschappen op, met Cor Bagchus en anderen. Hij was gemotiveerd in zijn werk en eigenlijk nooit ziek. Hij heeft vele malen geld ontvangen voor ideeën die hij inleverde bij Hoogovens. Het heeft hem een keer een reis naar het tennistoernooi in Wimbledon en een paar dagen vakantie in Londen opgeleverd. Dat was zijn droom. Het was fantastisch en alles was geregeld en betaald door de Hoogovens.”

René Hoek heeft zijn ziekte, plaveiselcelkanker, nooit in verband gebracht met zijn werk. „Ook niet toen Cor Bagchus eerder overleed”, weet Marjo. „René dronk en rookte. Maar niet elke dag. Hij deed dat vooral voor de gezelligheid. Thuis dronk hij vrijwel nooit en roken deed hij vooral buitenshuis.

Ineens ontstond er een stukje wild vlees dat hij weg moest laten halen. Dat stukje wild vlees is daarna niet onderzocht, een fout van het ziekenhuis, want later bleek dat dus kwaadaardig. ,,De huid genas niet ondanks allerlei zalfjes.”

Het ziekenhuis constateerde tumoren. Jester en dochter Joukje: „De arts voelde en voelde en zei: ’Dit is kanker.’ Het bleek kwaadaardig. De maanden na die ontdekking stonden vooral in het teken van hoop. Mijn vader werd geopereerd, lymfeklieren werden verwijderd.”

De drie mannen rechts op de foto overleden aan kanker in 2002, 2005 en 2009.

De familie boekte hoopvol een wintersportvakantie, maar het zat niet goed. René kon niet op de lange latten. „Hij had veel pijn. Het was zeer aangrijpend voor ons allemaal om zo’n sterke man van twee meter lang zo te moeten zien lijden.” Dochter Eslin: „Mijn broer heeft ons uiteindelijk naar huis gereden, mijn vader kon dit al niet meer.”

René moest weer naar het ziekenhuis voor chemotherapie. Echtgenote Marjo: „Ik ben verpleegkundige. René wilde absoluut niemand anders die hem aanraakte dan ik. Toen duidelijk was dat hij het niet zou overleven en het hooguit nog drie maanden zou duren, heb ik hem tegen de wil van het ziekenhuis meegenomen naar huis. Ten eerste omdat ik vond dat ik veel beter voor hem kon zorgen dan het ziekenhuis en ten tweede omdat Rene absoluut daar niet wilde blijven en alleen mij in zijn buurt wilde.” Het bed werd naar beneden gehaald en Marjo ging naast hem liggen.

Het verloop van de ziekte was vreselijk. „De kanker vrat zich naar buiten, waardoor er grote gaten kwamen, spieren bloot kwamen te liggen, te heftig om uit te leggen. Hoewel hij helse pijnen had, wil ik absoluut benadrukken dat er geen klacht over zijn lippen gekomen is. Hij was meer bezorgd dat ik het niet aan zou kunnen of door mijn rug zou gaan, dan dat hij aan zichzelf dacht.”

Dochter Eslin: „Mijn vader had veel vrienden en liet hen beloven dat als er iets was dat ze mijn moeder moesten helpen. En dat zij zodra hij overleden was een nieuwe auto moest kopen. Hij dacht niet aan zichzelf, maar aan mijn moeder.”

Tegen het einde was René niet meer helemaal goed aanspreekbaar. „En toch, op het moment van afscheid, heeft hij alle kracht bij elkaar kunnen vinden om van elk van ons helder, persoonlijk afscheid te nemen”, vertellen Jester en Joukje. Marjo: „Het was vanzelfsprekend een vreselijk proces, maar voor mij was het de meest liefdevolle periode in de dertig jaar dat wij samen waren. De kinderen wilde ik niet confronteren met die vreselijke wonden, die hebben ze eigenlijk pas gezien toen hij overleden was. Wel zagen ze zijn doorzettingsvermogen, de wil om ondanks alle pijn toch nog even naar de tennisbaan te willen.” Waar het shirt van René nog jaren boven de tap heeft gehangen.

Dochter Eslin: „Ik ben gelukkig, maar er zijn natuurlijk momenten waarop ik mijn vader mis. Zoals je trouwdag of wanneer je je kindje krijgt en je weet dat hij een leuke opa geweest zou zijn.”

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.