Van Robbie Fowler tot Alessandro Del Piero, allemaal dragen ze hem tijdens het EK van 1996. De opkomst (en ondergang) van de neuspleister | EK-column

Popescu en Ivanov met neuspleister.
© Foto Hollandse Hoogte / AFP

Van Robbie Fowler van Engeland tot Trifon Ivanov van Bulgarije en van Italiaan Alessandro Del Piero tot de Roemeense oud-PSV’er Gheorghe Popescu. Op het EK van 1996 voetbalden ze plots met een pleister op de neus.

Zoals wel vaker bij trends in de sport - zie ook de strips op schaatspakken - werd de neuspleisters een prestatiebevorderende werking toegedicht.

De pleisters van fabrikant Breathe Right zouden de neusvleugels een stukje oprekken om het ademen gemakkelijker te maken. Oorspronkelijk waren ze ontworpen voor luidruchtige snurkers. Het zou de luchtstroom van zuurstof met 31 procent bevorderen. Aldus de fabrikant zelf dan.

Midden jaren negentig was Robbie Fowler een van de eerste voetballers die de pleister ging gebruiken. De Liverpoolspits veroorzaakte een trend. Tijdens het Europees Kampioenschap van 1996 dook de neuspleister overal op. Het Nederlands elftal was een van de weinige teams zonder spelers met pleisters op de neus. Ook op de Olympische Spelen van 1996 droegen veel atleten in verschillende sporten, waaronder wielrennen en atletiek, een stickertje op de neus.

Maar werkt het echt? Dat onderzochten wetenschappers van de Universiteit van Buffalo in New York twee jaar na het EK. Nee, zo oordeelden zij. Bij topsporters vormen de luchtwegen veel minder een belemmering dan het vermogen van het hart of de spieren.

Toch was het wetenschappelijk onderzoek niet meteen de genadeklap voor Breathe Right. Sommige sporters blijven in de werking geloven. Maar zo massaal als tijdens het EK in 1996 is de pleister nooit meer gebruikt.

Meer nieuws uit Sport

Meest gelezen