Ineens was het op bij jeugdbeschermer Nanja. ’Ik zei: nee, het is klaar. De rek is eruit’

Bussum

Vijf maanden geleden nam Nanja Bakker plotsklaps het besluit. „Ik weet het nog heel goed. 29 januari. Ik opende mijn mail en las een bericht van een moeder, met wie ik het lastig had. Ik dacht: ik wil dit niet meer. Later, in de auto naar de rechtbank, dacht ik alleen maar: ik stop ermee. En dat was zo definitief! Ik schrok van mezelf. Ik heb die dag mijn manager gebeld. Die wilde me zien en begon oplossingen te bedenken. Maar ik zei nee, het is klaar. De rek is eruit.”

Na vijf jaar bij De Jeugd- en Gezinsbeschermers (DJGB) in Bussum stopte ze onlangs. Met spijt. „Ik had eigenlijk gedacht dat ik hiermee oud kon worden. Het is het werk dat ik ambieer. Niet dus. Niet meer.” Haar start was optimistisch. „Ik wilde het verschil maken. De kinderen helpen. Heel naïef, zeg ik nu, maar ja.”

Ze stond er niet meer achter, zegt ze. Het altijd maar doorgaan, altijd te weinig tijd voor de kinderen. „Vorige zomer ging ik van crisis naar crisis. Ik had een kind dat ik vijf maanden niet had gezien. Vijf maanden! Dat kan je niet verkopen aan een gezin, vijf maanden geen contact. Dat kan niet.”

Lees ook: De jeugdbescherming staat het water aan de lippen. Elk jaar gaat een op de vijf medewerkers weg. ,,Ik dacht alleen maar: dit wil ik niet meer.’’

De werkelijkheid verschilt nogal van de vele protocollen, zegt Bakker. „We hebben een mooie procesbeschrijving. Daar hou je je aan als je start. Wanneer beginnen de eerste hiaten en kieren? Op het moment dat jij bijvoorbeeld vechtende ouders moet aanmelden voor ouderschapsbemiddeling. Aanvankelijk is er nog sprake van communicatie. Er zijn nog mogelijkheden. En dat je dan te horen krijgt: acht maanden. Acht maanden! Eigenlijk zou je dan dus acht maanden moeten wachten, maar er zitten twee kindjes, daar moet je iets mee, en die ouders blijven maar vechten. Dus wat ga je doen: je gaat daar zelf bemiddelen. Gesprekken met ouders voeren. En daar begint eigenlijk de ellende. Dat is ook wie ik ben, maar ik kan niet geloven dat een ander het anders zou doen.”

Signalen zijn niet echt opgepikt, vindt ze. „Ik wou dat ik af en toe even op adem had kunnen komen” zegt ze. „Even tachtig procent. Maar het houdt nooit op. Ik ging maar door, door, door. Nu denk ik: hoe deed ik dat al die tijd?”

Lichtpuntjes ziet ze ook, in wat ze heeft bereikt. „Een jongen met wie het heel goed mee gaat, die gaat nu naar zelfstandigheid. Een vierjarig jongetje, echt een gewond diertje, dat nu een vrolijk, blij kind is geworden. Die dingen blijven je altijd bij.”

Meer nieuws uit Amsterdam

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.