Een olympiër

Joost Prinsen

Nu de Olympische Spelen nog in volle gang zijn, wordt het tijd verslag te doen van mijn eigen olympische prestaties. Ik ben weliswaar nooit voor de Spelen geselecteerd, maar ik heb in diverse takken van sport olympische helden bestreden.

Daar was om te beginnen Wieger Mensonides. Hij had in Rome (1960) brons gewonnen op de 200 meter schoolslag. Mensonides was de enige Nederlandse zwemmer die de vorige eeuw een medaille heeft gehaald. Wieger was als militair gelegerd in Vught, mijn woonplaats, waar wij hem vaak in het zwembad bezig zagen.

Op zekere dag besloten we hem uit te dagen. Wij zouden met acht man 200 meter estafette zwemmen tegen hem. We dichtten onszelf kansen toe want wij mochten iedere 25 meter van de startblokken afzweven terwijl Mensonides dat voordeel alleen bij de start had.

Levendig herinner ik me dat ik als zwemmer nummer 6 nauwelijks in het water lag toen Mensonides aantikte en zich glimlachend op de kant hees. Hij complimenteerde ons vriendelijk dat we sportief strijd hadden geleverd. Goed, een paar meter is niet de hele wereld in een zwemwedstrijd. Maar hoeveel van u kunnen zeggen dat ze ooit gezwommen hebben tegen een olympisch medaillewinnaar? Dat bedoel ik.

Dan was er de gentlemens koers voor ik weet niet meer welk goed doel. Bekende Nederlanders (sorry) werden gekoppeld aan heuse wielrenners. Ik vormde een koppel met good old Gerrit Schulte, oud-wereldkampioen achtervolging. Eén van onze tegenstanders was Gerben Karstens. Dezelfde die in 1964 goud won op de 100 kilometer ploegenachtervolging in Tokio. Karstens en zijn maat zette ons op een volle ronde. Toegegeven: weer geen grootse prestatie van mijn kant. Maar toch: met een wereldkampioen koersen tegen een olympisch kampioen: wie zegt het me na?

Tenslotte was er de Canadese schaker Duncan Suttles. Hij kwam liefst acht keer uit op schaakolympiades. Suttles woonde in Amsterdam en was toen vaak te vinden in het schaakcafé op het Leidseplein. Hij was bereid te spelen tegen wie maar wilde. Ook ik meldde me op zekere dag en ik won!

Later sprak ik grootmeester Hans Ree. ,,Een merkwaardige kerel, die Suttles”, zei Ree, ,,hij had tegen die krabbers op het Leidseplein natuurlijk geen serieuze tegenstand. Dus gaf hij zichzelf opdrachten. Bij voorbeeld om de twee zetten met het paard te spelen of zo. Dat had het voordeel dat hij soms heel merkwaardige stellingen op het bord kreeg. Dat vond hij leuk”. Tegen mij had Suttles alleen met pionnen geschoven, geloof ik. Dat zette mijn overwinning ietwat op de tocht natuurlijk. Maar ja, winnen van een grootmeester, is het u ooit gelukt?

Veelzijdig sportman ben ik eigenlijk. Chef de mission, zou dat niets voor mij zijn?

Meer nieuws uit frontpage

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.