Passend Onderwijs in de praktijk

Marieke de Kok
IJmond

Juffen en meesters hielden hun hart vast. In 2012 demonstreerden ze nog in Den Haag tegen de wet Passend Onderwijs. Boos waren ze over de invoering van de zorgplicht en verontrust waren ze over de bijbehorende bezuiniging. De wet is sinds 1 augustus van kracht en tot nu toe ziet Susan Walstra, coördinator Passend Onderwijs IJmond, alleen maar voordelen. Grootste voordelen zijn dat er geen indicatie meer verplicht is en dat ouders meer betrokken worden.

Het doel van de wet is dat ieder kind onderwijs moet krijgen dat past, ook kinderen met een handicap, gedragsproblemen of leerproblemen. Het beste is als kinderen zorg of ondersteuning op de school om de hoek krijgen, vindt het Rijk. Naar een speciale school gaan, gebeurt alleen als het echt niet anders kan.

Een mooie gedachte maar bij leerkrachten is de werkdruk soms al hoog en door de nieuwe wet blijven meer kinderen met problemen op een reguliere basisschool. Die zorg komt op het bordje van de juf of meester.

Het nieuwe samenwerkingsverband Passend Onderwijs IJmond moet scholen en leerkrachten uit de brand helpen. Walstra: ,,We willen leerkrachten sterker maken en scholen hierbij helpen.’’ Om leerkrachten beter toe te rusten voor passend onderwijs in de klas kunnen zij een beroep doen op deskundigen van het samenwerkingsverband. Er zijn ook arrangementen. ,,Scholen zullen in eerste instantie proberen een probleem zelf op te lossen. Als de leerkracht er niet uitkomt en een intern begeleider ook geen uitkomst biedt, kan de school een arrangement aanvragen. Dus een leerling die op een specifiek onderdeel achterloopt, kan veel hebben aan de individuele aandacht. Met zo’n arrangement kan de school een onderwijsassistent inhuren. ,,We hebben op dit moment zo’n honderd arrangementen lopen’’, vertelt Walstra. Honderd kinderen krijgen dus extra ondersteuning op deze manier.

,,Scholen vinden het fijn dat wij niet meer heel streng zijn met indicaties. Voorheen kregen kinderen een rugzakje. Daarmee konden ze zorg of ondersteuning inkopen. Voor dat rugzakje had je een officiële indicatie nodig en dan had je drie jaar lang recht op ondersteuning. Scholen deden van alles om maar de juiste indicatie te krijgen voor een kind want op die manier kwam geld voor hulp binnen. En dat was best lastig want soms is niet direct duidelijk wat er mis is met een kind. En soms waren de problemen niet ’erg’ genoeg om een indicatie te krijgen. Nu laten we dat systeem los. We willen grote problemen voor zijn en er zijn kleine arrangementen voor kleinere problemen.’’ Wanneer een arrangement niet genoeg is - de problemen zijn te complex voor de basisschool om de hoek - kan een kind doorverwezen worden naar speciaal onderwijs. Vanuit het Rijk ligt de opdracht er om minder kinderen naar speciaal onderwijs door te verwijzen. ,,In de IJmond zijn grote verschillen. In Velsen werd van oudsher snel naar speciaal basisonderwijs door verwezen terwijl men boven het kanaal het liefst zaken op school oploste. Wat dat aangaat heeft Velsen de grootste omslag te maken.’’

De zorgplicht in de wet Passend Onderwijs is nieuw. Scholen die een kind doorverwijzen naar speciaal onderwijs, maar daar is (nog) geen plek, zijn toch verplicht het kind te helpen. Walstra: ,,De zorgplicht is ingevoerd omdat er toch nog aardig wat kinderen thuiszitten in Nederland. Hun oude school kan ze niet aan terwijl hun nieuwe school nog geen plek heeft. Dat zijn schrijnende gevallen. In zo’n situatie gaan we voor ’the next best thing’: onderwijs op de reguliere basisschool maar met extra arrangementen.’’

Andere grote verandering met de nieuwe onderwijswet is het ondersteuningsteam. In dat team overleggen experts, leerkrachten en ouders over wat het beste is voor het kind. ,,Dat ouders aanschuiven is nieuw en de eerste ervaring zijn heel goed. Ouders worden veel meer bij het proces betrokken en hebben ook een stem. In het verleden gebeurde het nog wel eens dat ouders zich overvallen voelden door de school als die gingen doorverwijzen naar speciaal onderwijs. Nu worden ouders eerder betrokken bij de zorgen die leven.’’

Toch blijft het in sommige situaties wringen. Wat als een ouder niet wil dat zijn kind naar speciaal onderwijs gaat? Of als het team niet op één lijn ligt? ,,Die situaties hadden we voor de nieuwe wet ook al en zullen we ook houden. Maar door ouders meer te betrekken, willen we dit soort problemen zo veel mogelijk voorkomen.’’

En hoe zit het dan met de bezuiniging? In 2012 werd de wet nog een ’verkapte bezuiniging’ genoemd. ,,Wij moeten als regio iets bezuinigen, maar dat is niet erg veel. Bovendien hebben we tot 2020 de tijd. Wel hebben we de opdracht om minder door te verwijzen naar speciaal onderwijs. De kosten daarvan zijn namelijk erg hoog. We moeten de komende tijd ervaren hoe het gaat. Doordat de eisen voor de arrangementen lager zijn - een officiële indicatie is niet meer nodig - zou dat de vraag naar ondersteuning kunnen creëren. Tot nu toe valt het mee. Scholen denken mee. Ze willen bijvoorbeeld vijf keer per week een half uur individuele ondersteuning voor een leerling en vragen voor drie keer een arrangement aan. De overige twee keer betalen ze zelf. Wij als samenwerkingsverband houden de uitgaven strak in de gaten. Het idee dat we heel erg moeten schrappen, klopt niet met de werkelijkheid.’’

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.