In 60 seconden: Verhuisvrienden

Milo Lambers

Het aantal keren dat ik de afgelopen tien jaar heb verhuisd schat ik op minstens veertig. Zelf ben ik een keer of zes van woning gewisseld, maar veel vaker nog hielp ik mijn vrienden. Dat is bij ons immers regel: je helpt elkaar.

Ik heb vaak van die regel gebaald, maar deze week pluk ik er de vruchten van. Op zaterdagochtend staan een maat en mijn broertje op de stoep om te helpen elektra aan te leggen. ,,Maar eerst ’effies’ koffie, hoor.” Als ik het zwarte goud inschenk, blijk ik iets te zijn vergeten: ,,De roze koek moet ik er zeker weer zelf bij verzinnen?”

Aangezien ik twee linkerhanden bezit, stort ik mij op het witten van de muren. Dat kan zelfs ik. Fluitend ga ik aan de slag, ik zie mezelf hier al helemaal wonen. Vanuit de andere kamer klinkt ondertussen de ene na de andere krachtterm. ,,Milo, man. Wat is dit voor een waardeloze lamp? Je hebt zeker weer de goedkoopste gekocht?”

Na een paar uurtjes zijn we een heel stuk opgeschoten. ,,En dan nu pils”, zegt mijn broertje uitgeblust. Ik leg uit dat we daarvoor naar mijn oude huis moeten, want mijn koelkast is nog niet aangesloten. Hij slaakt een diepe, theatrale zucht. ,,Wat heb jij wel in huis?” Ik heb plots heel veel zin in de volgende keer dat ik een vriend moet verhuizen. Dan is het mijn beurt om te klagen.

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.