Gouden uren met verstandelijk gehandicapte in zijspan

Leo Lubbers. Foto Gwendelyn Luijk.

Leo Lubbers. Foto Gwendelyn Luijk.

Dagmar Aarts
Akersloot/Velsen-Noord

Wind door de haren, vrijheid in de kop. Dat gunt Leo Lubbers niet alleen zichzelf, maar ook de (geestelijk) gehandicapten die hij regelmatig in zijspan met zijn motor mee laat rijden. Tijdens zo’n Jumborun neemt een colonne van tientallen of zelfs honderden motorrijders vaak de volledige populatie van een tehuis op sleeptouw. De geboren en getogen Velsen-Noorder heeft er naar eigen schatting al zo’n 150 tot 200 van deze runs opzitten.

Een Jumborun is eigenlijk niet meer dan een toerrit te motor. ,,Het zijn de cliënten, vaak kinderen, die het bijzonder maken’’, zegt Leo. ,,Voor hen staat een motorrit mijlenver buiten de gewone belevingswereld. Een rit die voor ons normaal is, is voor hen een cadeautje.’’

Jumboruns kwamen op in de jaren ’60 en waren een tijdlang immens populair onder motorrijders. De eerste werd in ’62 gehouden in Engeland. De rit naar de dierentuin gaf de runs hun naam. Leo deed mee aan Jumboruns door heel Nederland, België, Duitsland en zelfs Zuid-Frankrijk. ,,Ik was een jaar of twintig en had net mijn eigen zijspan gebouwd toen ik een advertentie zag in een motorblad: deelnemers gevraagd. Ik maakte er de afsluiter van mijn motorvakantie van. Sindsdien trekt Leo, die met de hobby begon in geboortedorp Velsen-Noord en het in zijn huidige woonplaats Akersloot voortzette, er drie tot vier keer per jaar op uit. Vaak worden de hekken van ’verboden gebieden’ voor de colonne opengegooid. ,,We zijn eens dwars door Utrecht, dus onder de Domtoren door, getrokken. En zelf heb ik ooit een rit over het terrein van Tata Steel georganiseerd.’’

Circus

Met name aan de runs in België hield Leo mooie herinneringen over. ,,Een echt circus’’, noemt hij die. ,,We stonden wel met honderden motorrijders - of ’piloten’ zoals ze daar zeggen - te wachten op onze passagiers.’’

Met name de sfeer noemt Leo bijzonder. Op de foto’s die hij in huis heeft, is die sfeer goed zichtbaar. Op één staat een lange rij bont gekleurde voertuigen in een groen duinlandschap, op een ander is Leo in leren motorpak te zien terwijl hij een lachend meisje een klein regenjasje aantrekt. ,,Wij motorrijders zien eruit als ruige lui’’, vindt Leo. ,,Tijdens de Jumboruns laten we onze zachte kant zien. Je neemt niet alleen verantwoordelijkheid, maar ook een stukje zorg op je.’’

Bij passagiers die zwaar gehandicapt zijn, rijden begeleiders regelmatig achterop de motor of - als de zijspan breed genoeg is - naast de cliënt mee. ,,Sommige kinderen zijn zo licht gehandicapt dat het bij wijze van spreke het ietwat langzame buurmeisje zou kunnen zijn. Met hen kun je een gesprek voeren, uitleggen hoe de motor werkt en vertellen over het landschap. Voor de passagiers met een zwaardere handicap zit het plezier in eenvoudiger dingen: de wind, de zon, de snelheid. Ik heb weleens passagiers gehad die helemaal niet konden praten, maar ze schreeuwden het wel uit van plezier. Dat zijn gouden momenten.’’

Populariteit neemt af

Helaas neemt de populariteit van de Jumborun af. Niet onder de cliënten die een dagje uit krijgen, maar wel onder de motorrijders. Een reden daarvoor is dat het zijspan - altijd al een vervoermiddel van het type ’love it or hate it’- sowieso niet veel meer op de weg is te zien, aldus Leo. ,,Vroeger bouwde je je eigen zijspan, dat kon niet anders. Ik bouwde de mijne toen ik twintig was en net mijn tweede motor had gekocht. Tegenwoordig zijn motorrijders niet meer van die knutselaars; het zijn net als autorijders consumenten geworden die naar de garage gaan als er iets gebeuren moet. Een eigen zijspan wordt niet meer gebouwd.’’ Komt bij dat de jongere generatie niet warm lijkt te lopen voor de Jumboruns. ,,Ooit was er een hele generatie die meedeed. Met 250 deelnemers was de colonne wel vier kilometer lang. Nu zijn het allemaal zestigers, net als ik. De jongere generatie is denk ik minder geëngageerd.’’

Leo doet dan ook een oproep aan motorrijders om ook eens aan een Jumborun mee te doen. ,,Je kunt natuurlijk vanuit je huiskamer een tientje naar een goed doel overmaken. Maar op deze manier bied je meer dan geld, namelijk menselijk contact. En het is nog een stuk leuker ook.’’

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.