Sjouwen in de buik van een trawler

Pieter van Hove
IJmuiden

Een wandeling langs de kade om trawlers en kotters met IJM op de boeg te aanschouwen, is al lang verleden tijd. De eigen vloot telt nog een paar garnalenkotters en een handvol staandwantboten. Desalniettemin wonen er toch nog vissers in IJmuiden die hun brood verdienen op schepen die elders geregistreerd staan. Marco Schaaper is er zo een. Zijn werkterrein bevindt zich in de buik van een vriestrawler van rederij Vrolijk. Sjouwen bij ruim 28 graden onder nul.

Mannen van het kaliber Marco Schaaper klagen niet gauw. Ze zijn wel wat gewend op zee. Dat geldt eigenlijk voor alle bemanningsleden. Kerels die je dus nooit achter een keyboard in een verwarmd kantoor zal tegenkomen. Daar zijn ze allereerst te rusteloos voor en ten tweede hebben ze de behoefte om te ‘knallen’. Knallen staat voor hard werken.

,,Ja, dat komt regelmatig voor aan boord van dit schip. Soms loopt de toevoer van pakken met diepgevroren haring of makreel geleidelijk en dan kunnen we het beneden in het vriesruim wel bijbenen. Maar als het op het frosterdek vlot loopt, dan merken we dat gelijk en dan moeten we echt aan de bak’’,, zo vertelt Marco Schaaper (39), die aan boord van de SCH-81 ‘Carolien’ verantwoordelijk is voor het stuwen van de diepvriespakken. Hij: ,,Maar van sjouwen word je weer lekker warm, ha, ha.’’

Als de fabriek draait, zijn er continu vier man in het vriesruim werkzaam. Schaaper, gekleed in dikke thermokleding, stuurt zijn collega’s aan in het ijskoude ruim. Ze zijn goed op elkaar ingespeeld en stapelen de pakken op pallets alsof het stuivertjes zijn. De pakken wegen evengoed zo’n 22 tot 24 kilo en zijn bovendien keihard. Een moment van onachtzaamheid kan tot een pijnlijke hand leiden.

Geen lichte baan

Marco vaart alweer twaalf jaar voor rederij Vrolijk. Schaaper: ,,Ik kom uit een slagersfamilie en weet dus wat vlees is, maar ja soms wil je wel eens wat anders. En ik had redenen genoeg om te kiezen voor een job op een vriestrawler. Eerlijk gezegd, kon ik de centen goed gebruiken. Ik ben toen bij Vrolijk binnengestapt en heb een praatje gemaakt met wijlen Carolien Vrolijk, die toen personeelszaken deed. Ze zei dat het geen lichte baan was. Ik zei, dat ik mijn best ga doen. Het is per slot van rekening fysiek zwaar werk. Daarvoor had ik in de bliksembeveiliging gewerkt en in hoge masten geklommen en zo, dus het werk op zee was wel even wat anders. Nou, je ziet het, ik ben er nog steeds. Eerst ruim vier jaar op de H-171 gevaren en daarna op de SCH-81. Een machtig schip. We kunnen wat hebben hoor! En ik voel me er wel thuis tussen die Katwijkers, Scheveningers, Portugezen en Litouwers. Goeie gasten die Litouwers, want daar werk ik voornamelijk mee samen in het vriesruim. Doen hun werk en hoor je zelden of nooit.’’

Denkwerk

,,Wanneer je denkt dat het louter gooien en stapelen van pakken is, dan heb je het mis. In het vriesruim moeten we continu alert zijn. We houden de merken oftewel de sorteringen in de gaten. Die gasten die na de reis het schip moeten lossen, kun je niet opzadelen met willekeurig gestapelde pakken. We proberen de soorten ook bij elkaar te houden. Op elk pak staat voldoende informatie zodat wij daar me uit de voeten kunnen. Ik moet rekening houden met een verantwoord stuwplan. Dus ja, er komt wel wat denkwerk bij kijken. Niet altijd even makkelijk onder poolomstandigheden’’, aldus Marco Schaaper.

Hij zegt het met een glimlach: ,,Je moet je er af en toe wel de lol van inzien, anders kun je beter thuisblijven.’’ Met de stuurlieden pleegt hij overleg met betrekking tot het stuwplan, zodat zij dat door kunnen geven aan het stuwadoorsbedrijf. De IJmuidense visser kent ook jongens uit de losploeg, dus dat zit volgens de goed gemutste Schaaper wel goed, ‘mochten ze er niet wijs uit kunnen worden.’

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.