Syriëganger: ’Djinn verzonnen om stoer te doen’

Syriëganger: ’Djinn verzonnen om stoer te doen’
Schiphol

De Utrechtse Syriëganger Oussama A. (24) moet binnenkort aan een psychiater en een psycholoog uitleggen dat hij het nog allemaal op een rijtje heeft. Het OM wilde hem eigenlijk laten opnemen in het Pieter Baan Centrum, maar de rechtbank denkt dat onderzoek door de deskundigen van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie ook volstaat, tenminste als A. meewerkt.

Oussama A. voerde woensdag in de rechtbank op Schiphol het woord over een reeks chatberichten die hij vanuit Syrië naar een vrouw in Nederland stuurde.

Hij chatte onder andere dat hij iemand met zijn blote handen had gedood en dat er een djinn (islamitische geest) in hem zit, die zijn handen en zijn hoofd overneemt.

Ook gaf hij aan dat hij naar het paradijs wilde, dat hij verlangde naar het martelaarschap en dat hij aanslagen wilde plegen. A. had meer dan een jaar lang contact met de vrouw, hij probeerde haar volgens het OM ook over te halen naar Syrië af te reizen.

’Zombie’

De Syriëganger zei tegen de rechter dat hij niet gek is. ,,Ik kan veel uitleggen. Ik heb geen djinn, nooit gehad. Maar ik heb het wél vaak gezegd tegen mensen. Om voor elkaar te krijgen dat ik niet hoefde te vechten. En tegen meisjes om stoer te doen, om op te scheppen.’’

Hij zei ook dat hij gedwongen opname in het Pieter Baan Centrum niet ziet zitten. ,,Ze zeggen, je krijgt spuitjes. Er loopt iemand bij ons op de Terroristische Afdeling in Vught rond, die er uitziet als een zombie.’’

De rechter probeerde A. over te halen om toch met een psychiater te praten, ook al heeft hij dat tot nu toe geweigerd. ,,Ze proberen u bang te maken daar in Vught. Het is een kletsverhaal, dat van die spuitjes.’’

A. stemt toe, hoewel het openbaar ministerie twijfelt of hij oprecht is. ,,Hij heeft eerder gezegd dat hij aan van alles wilde meewerken. Maar telkens bleek weer dat hij nergens aan meewerkt’’, zei de officier van justitie.

Reda N.

Leidenaar Reda N., die in 2016 samen met A. op de vlucht uit Syrië in Turkije werd opgepakt - was niet naar de rechtbank op Schiphol gekomen. Advocaat Özdemir vroeg wél om zijn voorlopige hechtenis op te heffen, onder andere omdat er geen bewijzen zijn dat N. zich schuldig heeft gemaakt aan ronselpraktijken.

De vermeende slachtoffers van die ronselpraktijken, een Leidse man met wie N. op school heeft gezeten en een vrouw uit Utrecht, ontkennen dat de Leidenaar hen heeft geprobeerd over te halen om zich aan te sluiten bij de strijd in Syrië.

De verdenking staat volgens Özdemir op de tenlastelegging om vervolging in Nederland mogelijk te maken.

De twee Syriëgangers werden vorig jaar in Turkije al tot ruim zes jaar veroordeeld wegens deelname aan een terroristische organisatie en feitelijk kunnen verdachten niet tweemaal voor eenzelfde vergrijp worden gestraft.

Maar de rechter besloot dat dit ’ne bis in idem’ - de juridische term - pas aan de orde komt tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, op 8 en 9 juli.

Voorlopig zitten Reda N. en ook Oussama A. nog vast. ,,Het valt niet uit te leggen, als u zo snel weer in vrijheid zou komen’’, zei de rechter tegen A.

Meer nieuws uit Amsterdam

Keuze van de redactie