Premium

Kunstenaar Leon Spierenburg exposeert met familieleden in Spaarndam, maar ijdelheid ho maar

1/6
Haarlem, Spaarndam

Drie generaties Spierenburg exposeren met ingang van zondag in Spaarndam, de plaats waar hun roots liggen. In Kunstcentrum de Kolk (Westkolk 4) zijn werken te zien van Leen, Leon, Tobias en Oscar. Schrijfster Anne-Gine Goemans opent de tentoonstelling (13.30 uur). We spraken Leon Spierenburg over zijn leven, de schilderijen en de familie. Hij houdt van zingende vogels, nare plekken en verdwaalde frietkotten.

Kunstenaar Leon Spierenburg (66) wandelt over het pleintje aan de Witte Herenstraat richting zijn atelier. Zijn lange grijze haren wapperen in de wind. De verslaggever loopt met hem op en hoort de kunstenaar zeggen ’Praten over de kunst? Tja, wat valt er zeggen?’

De binnenplaats ligt er vredig bij, het geluid van spelende kinderen draagt bij aan de stadse kalmte. Een stukje verderop, bij de deur van de kunstenaar, probeert een man een boek te lezen. Via een houten trap bereiken we de werkplaats van Spierenburg. Een gast zou zijn domein allicht een ratjetoe vinden. De aanblik wordt beheerst door potten met kwasten erin, bekers, een boek op tafel, stoelen her en der. De kunstenaar vindt er zijn weg en voelt zich thuis, al 38 jaar.

Praten over kunst en inspiratie zit er niet in. Het is een zinloze bezigheid. Wie zich er toch aan te buiten gaat is voor hem een ijdeltuit. Recepties en praatbijeenkomsten mijdt hij als de pest. „Kunstenaars zijn heel vervelende mensen, die denken dat de hele wereld de adem inhoudt zodra ze een gummetje vastpakken.”

Schilderen is bij hem eerder iets lichamelijks dan wat anders. Het gaat als vanzelf. Als een schilderij af is, dan weet hij dat. Waarom dat is, daar kan hij totaal niets over zeggen.

Eva

Op een schildersezel staat een doek met daarop Eva, de vrouw van een van zijn twee zonen. „Tenminste, zij heet Eva. Dus ik neem aan dat dat doek dan ook zo heet. Het is nog niet af. Ik werk niet met titels. Gisteren bracht ik mijn werk weg naar Johanna van Steen van Kunstcentrum de Kolk. Zij wilde weten wat de titels waren. Nou, zei ik, verzin het maar.”

De expositie aan de Spaarndamse Westkolk gaat zondagmiddag open. Schrijfster Anne-Gine Goemans, bewonderaar van de Spierenburgs, houdt een praatje. Er hangen ook werken van zijn zoons Tobias en Oscar, en van zijn lang geleden overleden vader Leen Spierenburg. „Vier van mijn vader, vier van mijn beide zoons en ik geloof tien van mezelf. Olieverven en een serietje aquarellen in de gang.”

Hij houdt graag controle over zijn afbeeldingen, met olieverf lukt dat beter. „Ik ben dingen van Parijs aan het schilderen omdat Tobias daar galeries afgaat. Ik heb er zelf ook wel geëxposeerd. Het is fijn om in Parijs dingen te maken zoals die Sacre Coeur daar.”

Leon Spierenburg is aan de kolk in Spaarndam geboren en woonde er tot zijn twaalfde. De tentoonstelling heeft iets van thuiskomen, zij het dat de mastenmaker is verdwenen. De patatkar voortgetrokken door een paard, de voddenboer en de schillenboer komen er allang niet meer.

„Het was een totaal andere tijd.” De Spaarndamse versie van nostalgie doet hem zeggen: „Het was daar vroeger een beetje een zooitje, nu is alles gerestaureerd.”

Hedendaagse dorps- en stadscentra vindt hij ’een verschrikking’. „Winkelstraten met spijkerbroekenzaken en koffiebars.” Hij heeft liever ’een beetje nare plekken’ zoals de Waarderpolder met ergens een verdwaalde frietkot. Of een rijk gesorteerde schroefjeswinkel waarvan de eigenaar blind het juiste laatje opentrekt. „Dat was fantastisch toch. Maar hij is weg. Nu weet zo’n ventje met gel in zijn haar niks, geen moer.”

Eh, het schilderen dan toch even?

Hij is geen fijnschilder, maar brengt ’scheuten’ aan. Hij schildert niet de hele dag maar twintig keer een kwartiertje. De ’scheuten’ komen uit de genen. Zijn vader had precies hetzelfde, zegt hij, zijn zoons in het buitenland ook. „De kleinzoontjes beginnen er al mee.”

Essentie

Hij omschrijft zijn eigen stijl als ’doorwerkt, niet glad of oppervlakkig’. Met een rafelrandje? „Nou ja, ik probeer door te dringen tot de essentie van iets.” Aquarelleren is synoniem met vlot aanbrengen, maar dat doet hij niet. Spierenburg legt laag op laag. Dat gaat met een WC-papiertje of door te krassen. Een enkele keer valt er koffie over.

„Ik doe geen voorstudies, werk zonder systeem. Ik zou best graag een methode hebben, dan zou het netter worden. Mijn manier van werken is erg vermoeiend. Dat heb ik met alles. Ik ben niet geroutineerd in het leven. Ik kan net doen alsof ik volwassen ben, maar dat wil ik helemaal niet. Sinds mijn vrouw niet meer leeft, moet ik zelf naar de bank en dat soort dingen. Ik kom er als een soort aap binnen en dan moet ik op zo’n kruk zitten. Dan komt er zo’n mannetje en die wil dan dingen weten, en die weet ik helemaal niet.”

IJdelheid is onzin

Hij heeft een onstuitbare scheppingsdrang, dat staat vast. „Ik schilder iets niet omdat ik het mooi vind, ik doe het gewoon omdat het komt. Inspiratie bestaat niet. IJdelheid is onzin. Ik lees veel Louis Ferdinand Céline, en herlees hem. Die vent is wat ie is. Alles in zijn werk heeft een lading. Die man zat vol haat, maar hij was ook een fantastische arts, die kilometers liep om iemand te helpen.”

Er is veel gekunstelds in de wereld, vindt hij, maar niet alles. ’s Morgens luistert hij graag naar de vogels. Dat zingen is dus ’geen aanstellerij’ en vaak het enige authentieke wat hij op een dag meemaakt. Eerst komen de duiven, dan de merels en de meeuwen. „Heerlijk vind ik dat. Dit is echt.” En dan de geur van brandend hout! ’Oerlucht’. Niet per se lekker, vindt hij, maar de reuk refereert aan ’iets ouds’ zoals het geluid van de branding dat doet.

In de loop van het gesprek komt Spierenburg los.

Op zijn vijftiende werd hij van de Ivo-school getrapt. „Ik kom uit Spaarndam en daar zijn ze nogal grof. Dat waren ze in Bloemendaal niet gewend. Ik was niet rebels, maar als de kinderen lachten, dacht de leraar dat ik hem in de zeik nam. Ik heb een keer gezegd ’dat geouwehoer hier’ en toen belden ze mijn vader op. Leon wordt naar huis gestuurd, want hij zei ’ouwe oer’. Dat woord met een ’h’ erin was al te erg voor hem.”

Zijn moeder onderwees hem enige tijd thuis. Hij ging naar een avondopleiding aan de Rietveld Academie. „Maar je kan het schilderen gewoon niet leren. Als je het kan, leer je het vanzelf wel. Ik doe het, omdat ik het ben. Van kinds af doe ik het dagelijks. Zat graag te schetsen en te tekenen.”

Voetballen

Bijvoorbeeld in de tijd dat hij met zijn vader naar voetbalwedstrijden ging kijken van Racing Club Haarlem/Heemstede (RCH), de landskampioenen van 1923 en 1953. Vader en zoon zagen er Feyenoord met Coen Moulijn spelen. De jonge Spierenburg schetste hele wedstrijden in zijn kladblokjes.

„Ik tekende alles, dat was mijn manier van uitdrukken. De hele dag voetbalde en tekende ik. Jammer eigenlijk dat ik met voetballen gestopt ben. Ik was 15.” Hij droomt nog van de passeerbewegingen die hij maakte. „Heerlijk was het, ik stond rechtsbuiten en liep die gastjes allemaal voorbij. Je zet je hoofd op nul, prima. Hoe ik ze omspeelde weet ik niet, het ging vanzelf, net als met schilderen. Ik voetbal nu nog wel met de kinderen van Tobias in Reims.”

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.