Premium

Cor Bart blijft speuren naar puzzelstukjes van razzia Velsen-Noord en Beverwijk in 1944

Cor Bart blijft speuren naar puzzelstukjes van razzia Velsen-Noord en Beverwijk in 1944
Cor Bart is de zoektocht naar nieuwe informatie over de razzia in Beverwijk en Velsen-Noord nog lang niet moe.
© foto Ronald Goedheer

Cor Bart maakt zich op voor een memorabele première. In bioscoop Cineworld is dinsdag een documentaire te zien over de razzia die de Duitsers precies 75 jaar geleden hielden in Beverwijk en Velsen-Noord. Bart is een van de drijvende krachten achter deze film. Onder de 486 mannen die uit wraak voor aanslagen op vier collaborateurs werden weggevoerd, bevond zich zijn oom. Cornelis Hermanus Bart overleefde de deportatie niet.

Een mijlpaal, dat is het toch wel. Nog even, dan komt er een einde aan de intensieve zoektocht waarmee Cor Bart en cineast Roy Dames doende zijn geweest. Of beter gezegd: een voorlopig einde.

Want Dames’ documentaire over de klopjacht die de Duitsers op 16 april 1944 in Beverwijk en Velsen-Noord ontketenden, is eigenlijk nog niet klaar. Bart: ,,Om de zoveel tijd komen er nog nieuwe feiten aan het licht. Als die bekend worden, maken ze reacties los die weer aanknopingspunten kunnen bieden voor verder onderzoek. Enige tijd terug stuitte ik in een archief in Berlijn bijvoorbeeld op boeken met daarin vijfduizend namen van gevangenen die tijdens de oorlog in werkkamp Zöschen hebben vastgezeten. Ik kwam er achter dat ruim zeshonderd van hen op 7 april 1945 op de transport werden gesteld naar concentratiekamp Flossenbürg. Althans, Flossenbürg was de beoogde bestemming. Maar die plaats viel in handen van de geallieerden. Dus is de trein met de gevangenen daarin gaan zwerven. Het werd een dodenmars, maar dan over het spoor. De trein belandde bijna drie weken later in een kamp bij Teplitz, een stad in Tsjechië die tegenwoordig Teplice heet. Toen de deuren van de wagons opengingen, bleken 312 gevangenen te zijn gestorven. In die trein zaten voor zover bekend geen IJmonders. Toch leverde het lezen over die dramatische gebeurtenissen weer een stukje op van de puzzel die ik probeer te leggen.’’

Foto

Al ruim vijftien jaar - dus nog beduidend langer dan cineast Dames - probeert Cor Bart zoveel mogelijk details te weten te komen over de razzia én de tragische laatste levensjaren van zijn oom. Nee, vroeger - in Barts ouderlijk huis - werd nooit gerept over wat zich in de Tweede Wereldoorlog heeft afgespeeld. Ook andere familieleden hulden zich in stilzwijgen. De herinnering aan Cors weggevoerde oom en naamgenoot werd - openlijk - slechts levend gehouden met een foto aan de muur van de woning van z’n grootouders. ,,Een leuke foto was het. Oom Cor moet rond de 17 jaar oud zijn geweest. Een jonge vent dus nog. Als iemand vroeg wie er op die foto stond, dan zeiden mijn opa en oma steevast: ’Dat is Cor, die is in Duitsland gebleven’. Dat was heel lang het enige dat ik over mijn oom wist. Terwijl m’n familieleden ook destijds uiteraard wel meer informatie hadden. Alleen al doordat een paar medegevangenen van m’n oom niet lang na de bevrijding kwamen vertellen wat er met hem was gebeurd.’’

De Beverwijkse Arendsweg, zondag 16 april 1944. Net als ruim vierhonderd plaats- en streekgenoten wordt Cornelis Hermanus Bart opgepakt. Als represaille voor de dodelijke aanslagen op vier collaborateurs gaan Duitse soldaten in Beverwijk en Velsen-Noord van huis tot huis.

Verlofpas

Cor is daarvoor al - in de zomer van 1943 - gedwongen tewerkgesteld. Hij heeft dwangarbeid verricht in Venray, Rolde en de Noordoostpolder. In februari 1944 heeft Cor verlof gekregen om naar Beverwijk terug te gaan, om te helpen in de schoenmakerij van zijn ouders. In verband met de ziekte van z’n broer. Op de bewuste 16e april ziet Cor dan ook geen reden om zich tijdens de losgebarsten razzia schuil te houden. Hij heeft immers een verlofpas en zal kort daarna teruggaan naar de Noordoostpolder, is de bedoeling. Maar het loopt dus heel anders.

De gegijzelde Beverwijker belandt achtereenvolgens in de kampen, Amersfoort, Schkopau, De Kippe (bij Leipzig) en Alpenrose. In Schkopau moet Cor een metalen penning dragen, waarop een gevangenennummer staat. Hij en medegedeporteerden moeten de barak waarin zij worden ondergebracht zelf met prikkeldraad omheinen. Enige tijd later wordt Cor met andere gevangenen doorgestuurd naar kamp ’De Kippe’. Dat wordt een tijdelijke verblijfplaats, waarbij de Beverwijker in een bordkartonnen onderkomen slaapt. Het kamp is gebouwd op een stortplaats van een bruinkolenmijn. Als het regent, worden diverse plekken in De Kippe bijna onbegaanbaar. Soms moeten de gevangenen tot aan de buik door het water waden. Hun dagelijkse bezigheid: het lossen van wagons met puin uit gebombardeerde steden.

De gevangenen moeten zelf een onderkomen bouwen in Peres, een aantal kilometers verderop. Cor en de anderen komen in de loop van het voorlaatste oorlogsjaar terecht in Alpenrose, bij Peres. In het kamp sterven veel gevangenen aan ondervoeding, mishandeling en ziektes. Eind 1944 verslechtert ook de gezondheidstoestand van de Beverwijker. Op 5 december wordt hij naar een ziekenhuis in de plaats Borna gebracht. Daar blaast Cor drie dagen later zijn laatste adem uit. Zijn stoffelijk overschot wordt eerst in Duitsland begraven. Na de bevrijding worden Cors resten naar Beverwijk overgebracht. Cor wordt uiteindelijk te ruste gelegd op het kerkhof van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raadkerk.

Geldkistje

Familieleden van Cornelis Hermanus Bart hebben het verdriet over zijn dood dus (grotendeels) in stilte verwerkt. Het speurwerk waarmee Cors naamgenoot zich sinds 2003 bezighoudt, is min of meer toevallig in gang gezet. ,,Mijn moeder vond tijdens huiselijk opruimwerk een geldkistje, waarin documenten bleken te zitten. We vonden daarin onder meer een Sterbeurkunde, de Duitse overlijdensakte die na de dood van oom Cor was opgemaakt. Ik raakte gefascineerd en ben informatie gaan zoeken. Ongeveer een jaar later stond ik voor het ziekenhuis waar hij was overleden, aan de Lausickerstrasse. Een bijzonder moment.’’

Cor Bart moet de boeken met de gevonden oude papieren over zijn oom al honderden keren tevoorschijn hebben gehaald.

,,Emotie is de drijfveer van alles. Maar als ik die documenten zie, rollen de tranen niet over mijn wangen. Zelfs niet bij het bekijken van de Sterbeurkunde. Een papier van de plaatselijke atletiekvereniging DEM over hem raakt mij nog wél steeds. Cor is lid geweest van DEM, hij was estafetteloper. Op het document van de atletiekvereniging staat zijn karakter mooi beschreven. Hij kon zichzelf wegcijferen, als dat in het belang was van de club. Als er zich een betere loper aandiende, trok hij zich bijvoorbeeld op eigen initiatief terug. Mooi vind ik dat. Ontroerend ook.’’

Verontwaardiging

De Beverwijker zwijgt enkele seconden. Dan valt zijn oog op een kaart van het voormalige Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. ,,Hiermee kreeg de familie zo’n vier jaar na de oorlog te horen dat Cors naam niet op een speciale lijst in de Tweede Kamer kwam te staan. Dat was voorbehouden aan verzetsmensen. Dwangarbeiders mochten er niet op worden genoemd. Ongelooflijk. Het doet Cor en heel veel anderen die in die kloteoorlog zijn omgekomen tekort’’, zegt Bart verontwaardigd. De Beverwijker kan ook boos worden als het gewapende verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog ter sprake komt, zegt hij. ,,Je had de ondergrondse die Joden en anderen die gevaar liepen, hielp onderduiken. Of voor mensen die dat nodig hadden bonkaarten regelde. Daarover uiteraard geen kwaad woord van mijn kant. Maar over het gewapende verzet denk ik toch wat anders. Daar zaten in mijn ogen ook cowboys tussen. Na de aanslagen op collaborateurs Jan van Zoelen, Ko Langendijk, Willem Ritman en Speijer Jasper de Graaf, die leidden tot de razzia waarbij mijn oom werd opgepakt, werd niet voor niets geschreven over ’wildwest in Beverwijk’. Verzetsman Jan Bonekamp was een van de mannen achter deze aanslagen. Hij heeft in de oorlog blijkbaar eens tegen bovengeschikten gezegd: ’Geef mij doelwitten. Als ik ze niet krijg, zoek ik ze zelf wel’. Misschien een begrijpelijke uitspraak, gezien de tijd. Maar als iemand nu zoiets zegt, zou dat waarschijnlijk worden gezien als eigen rechter spelen en leiden tot strafrechtelijke vervolging. Veelzeggend is ook dat leidinggevenden van het verzet nooit excuses hebben aangeboden aan weggevoerden en hun families. Dat wordt hen in die kringen dan ook kwalijk genomen.’’ Cor Bart is het onderzoek naar de razzia in Beverwijk en Velsen-Noord en de gevolgen daarvan nog niet moe. ,,Ik ga door. Al is het narigheid. Ik wil er onder meer voor zorgen dat de jeugd betrokken blijft.’’

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.