Premium

Recensie: Roomwitte bluesvirtuositeit en clichés bij Laurence Jones in Patronaat

Recensie: Roomwitte bluesvirtuositeit en clichés bij Laurence Jones in Patronaat
Laurence Jones
© Foto PR

Het was volle bak, donderdagavond in de kleine Patronaatzaal. Honderden liefhebbers waren op de Britse bluesrockman Laurence Jones afgekomen – merendeels mannen die qua leeftijd probleemloos de vader van de gitaarvirtuoos hadden kunnen zijn.

Ongetwijfeld waren velen van hen ook voetbalenthousiastelingen, want als er de afgelopen jaren één man in Nederland reclame heeft gemaakt voor Jones, dan was het wel Johan Derksen in zijn voetbal-televisieshow.

Hij won driemaal achtereen – in 2014, 2015 en 2016 – een British Blues Award in de categorie ’Young Artist of the Year’. Inmiddels is Jones zesentwintig en dat is eigenlijk niet zo jong meer, althans niet voor een rock- of bluesrockmuzikant. Iemand als Clapton had op zijn zesentwintigste zijn legendarische groep Cream al achter zich gelaten en Paul McCartney en George Harrison waren nauwelijks ouder toen ze besloten met The Beatles te stoppen.

Laurence Jones speelt roomwitte bluesrock in de traditie van pakweg Walter Trout, Jeff Healey en Joe Bonamassa. En dat staat behoorlijk ver bij de traditionele zwarte folkblues uit de Mississippidelta vandaan, al wordt er natuurlijk wel uit dezelfde bronnen geput.

Macho-bewerking

Gitaarspelen kan Jones echter wel degelijk, wat hij al direct bij aanvang van het concert laat horen in een stevige macho-bewerking van het ruim tachtig jaar oude, doorgaans aan Leadbelly toegeschreven ’Good Morning Blues’. Ook zijn zelfgeschreven stukken zijn van dik hout gezaagd en opgebouwd uit de meest clichématige elementen die het genre rijk is – om over de eendimensionale teksten maar te zwijgen. Maar het functioneert wel. Het concert staat als een huis.

Daarbij is Jones als podiumverschijning beleefd en goedlachs en veel meer showman dan bijvoorbeeld collega Bonamassa. Hij is ook niet te beroerd om zich – voor zover de ruimte het toelaat – gitaarspelend tussen de selfies schietende fans te bewegen. Daarbij laat hij zich ondersteunen door drie weinig subtiele, maar degelijke muzikanten plus twee zangeressen. Kortom een band die grote openluchtfestivals aan kan.

Hij noemt zijn beschermheilige Johan Derksen nog even. En Cuby + Blizzards, al zegt hij er direct bij hun ’Window of my Eyes’ niet te gaan spelen. Wel staat de Bo Diddley-klassieker ’Before you accuse me’ op het repertoire, die echter een behoorlijk lompe hompe-zompe-uitvoering krijgt.

Kortom Laurence Jones heeft klasse, maar blijft daarmee wel binnen een heel beperkend bluesrock-sjabloon. Een genre dat in de jonge dagen van Eric Clapton nog een jong publiek trok, maar inmiddels een wat belegen muzikaal buitengewest is geworden.

Toch krijgt Jones in de toegift zijn fans aan het dansen met ’Drifting Blues’ uit de jaren veertig. Ook een liedje dat later door Clapton gespeeld is en dus toch weer vertrouwd.

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.