Premium

Notre-Dame: hoe moet het nu verder?

1/2

Over hoe eigentijds de herbouw van de Notre-Dame moet zijn is discussie. De Notre-Dame van Parijs verrijst uit haar as, als het aan de Franse president Macron ligt binnen vijf jaar. Aan geld geen gebrek, maar een plan is er nog niet zo één, twee, drie, ondanks dat de tekeningen van de negentiende-eeuwse restauratie zo uit het archief getrokken kunnen worden en er zelfs recentelijk een 3D-scan van het volledige gebouw blijkt te zijn gemaakt.

Want de principiële vraag is: in welke Parijse mode gaat de herrezen Notre-Dame gekleed? Volgens een romantische negentiende-eeuwse visie op de gotiek? Of inclusief sausje uit deze eeuw, dat recht doet aan de attractiviteit die het werelderfgoed op bezoekers van veraf en dichtbij uitoefent? Daar kijkt men vanuit ons land verschillend tegenaan. Eén ding is in alle visies gedeeld: tref bij herbouw van de kap brandwerende en risicomijdende maatregelen.

Dat zeggen zowel architect Paul van Vliet, zijn francofiele oud-medewerker Robert (uitgesproken op z’n Frans) Guinee en Wim Eggenkamp, voorzitter van het bestuur van de kathedrale basiliek Sint-Bavo. Maar over wat er verder mogelijk is, lopen hun meningen uiteen. De architectenhoek vindt zoeken naar nieuw elan prikkelend. De kerkbestuurder pleit voor grijpen naar de tekeningen van Eugène Viollet-le-Duc.

Theaterzaal

De spitsbogen typeren de Notre-Dame als gotisch gebouw. „Maar zij heeft ook rondbogen, het is vroege gotiek. Qua uiterlijk lijkt het een neogotische kerk”, zegt Van Vliet. En dan kom je op het terrein waarop de architect uit Loosdrecht, met een waslijst aan restauraties aan het Nederlands neogotische cultureel erfgoed, deskundig is.

Ook is hij betrokken bij de restauratie van de Grote Kerk in Naarden die momenteel gaande is. De dakleien worden vervangen. „Daar komt gelukkig geen vuur aan te pas.” En hij bouwt moderne kerken, die ingericht worden als theaterzaal om een duurzaam gebruik tot in de verre toekomst te kunnen waarborgen.

De brand in Parijs is ’een wake-upcall’, zegt hij. „Meteen na de brand heb ik een mail naar het bestuur van Naarden gestuurd over de brandpreventie.” De houten kap van de kerk in Naarden is met zijn zestiende-eeuwse schilderingen mogelijk nog monumentaler dan die van de Notre-Dame. „Er is een oude niet meer functionerende sprinklerinstallatie in de kerk. Maar zelfs als die zou werken, red je daarmee het gebouw? Alleen een beginnende brand kun je ermee blussen.” Van Vliet geeft edelgas als voorbeeld, om de brandhaard te smoren. „En verwijder stof, vanwege explosiegevaar. Het zou mooi zijn als stofvrij maken van monumentale kappen subsidiabel onderdeel wordt van restauratiewerkzaamheden.”

De kathedraal herbouwen zoals die er maandag overdag nog bijstond is goed mogelijk. „Kan me ook voorstellen dat ze proberen er een nieuw elan in te gooien.” Dat kan variëren van knipogen zoals de aartsengel met mobieltje op de Sint-Jan in Den Bosch of de astronaut op de kathedraal van Salamanca tot toevoegingen van de orde van grootte van de glazen piramide bij het Louvre die na oplevering omstreden was maar waar alle Fransen, een kwart eeuw later, trots op zijn. „Ze zijn enorm veerkrachtig.”

Brandstapel

Per telefoon haalt Van Vliet zijn francofiele oud-medewerker Robert Guinee bij het gesprek, waarmee hij komende maand een trip naar de architectonische highlight van Parijs op stapel heeft staan. „Gaat het nog wel door? Ik ben geen ramptoerist”, grapt Van Vliet. Guinee blijkt ondersteboven van de brand. „Er zijn geen woorden voor. De Notre-Dame is het nationaal symbool waar iedereen zich mee verbonden voelt.” Van Vliet vraagt hem of er buitenlandse architecten aan de restauratie te pas zullen komen. „Nee, nee”, zegt Guinee stellig. „Dat kan ook niet, want van de Franse wet schrijft voor dat elk ’monument historique’ door een ’architect-en-chef’ gerestaureerd moet worden. Er zijn er honderd tot honderdvijftig van dat soort architecten in Frankrijk.”

Een systeem dat door zowel Van Vliet als Guinee wordt geprezen. „Kwaliteit is dan het uitgangspunt. Niet, zoals in Nederland bij restauraties vaak het geval is, hoe het het goedkoopst kan.”

Guinee sluit niet uit dat van de restauratie iets bijzonders wordt gemaakt dat aansluit bij de moderne tijd. „Een wandelpad met glazen uitzichtplatforms. Er zijn in Frankrijk complete kastelen nieuw opgebouwd, waarin je door de glazen vloeren de ruïne nog kunt zien, zoals het kasteel van Willem de Veroveraar in Normandië.” Guinee noemt het alsof het zo in hem opkomt, maar in Haarlem is dit al bedacht voor de enige in ons land als kathedraal gebouwde basiliek, de Sint-Bavo. Toch is het geen goed idee het Parijse icoon van zo’n permanent attractieverhogende uitbouw te voorzien, vindt Wim Eggenkamp.

De Heemstedenaar is een van de motors achter de restauratie van de kathedrale basiliek aan de Leidsevaart, restaureerde als directeur Stadsherstel Amsterdam vijftien kerken en is lid van de raad van toezicht van de Pieterskerk in Leiden. „In navolging van Alkmaar en Den Bosch bouwen wij een tijdelijke loopbrug boven de kerk waar vanaf men het uitzicht op de koepel kan beleven. In Alkmaar gingen 93.000 mensen naar boven en in Den Bosch 125.000. Met zo’n aantal zijn wij meer dan gelukkig. We doen het louter om toeristen te trekken en om de restauratie, die in 2010 na vele jaren voorbereiden begon, af te sluiten. Zo’n attractie moet je niet definitief maken. De kerk is geen pretpark. Maak je zulke voorzieningen permanent, dan loop je te ver af van de oorspronkelijke betekenis van zo’n gebouw.”

Pikeur

Eggenkamp ziet een denkbeeldige lijn tussen de Notre-Dame, en de Haarlemse kathedraal. Viollet-le-Duc kreeg in 1844 opdracht de Notre-Dame te restaureren en deed dat volgens zijn inzicht hoe een ideale Middeleeuwse kathedraal eruit zou moeten zien. Hij voltooide en vervolmaakte als het ware het werk dat de Middeleeuwers waren gestart. „De negentiende eeuw was de eeuw van de neostijlen en in ons land is Pierre Cuypers de pikeur van de neogotiek. Cuypers en Viollet-le-Duc kenden elkaar en correspondeerden met elkaar. Viollet-le-Duc maakte een tekening van de in zijn ogen ideale gothische kathedraal die ik vaak laat zien aan mensen. Want laat nu Pierre Cuypers die hebben gebouwd! Met vieringtoren maar zonder de zes torens die erbij hadden moeten komen. Het was de Sint-Willibrordus buiten de Veste in Amsterdam. Helaas is die in 1971 gesloopt.”

Het Adema-orgel van de Amsterdamse kerk kwam overigens in de Sint-Bavo terecht, waarvan de bouw in 1885 startte onder leiding van Joseph, de zoon van Pierre Cuypers. In bouwfasen, die uitgevoerd als er weer geld was, kwam de kerk in de jaren dertig pas gereed. De uitgesmeerde bouw leidde tot een opeenvolging van stijlen. Van het neogotische begin via Jugendstil tot het sluitstuk de twee torens in Amsterdamse-Schoolstijl. „Joseph Cuypers maakte hier de mooiste Jugendstilkoepel ter wereld”, zegt Eggenkamp.

De Notre-Dame is Middeleeuws maar heeft onmiskenbare ’neo’-trekken vanwege de toevoegingen van Viollet-le-Duc. Zoals de vieringtoren die we op tv en internet al talloze malen ineen hebben zien zijgen op beelden van de brand van maandag. „Ze hoeven maar zijn tekening te pakken en ze kunnen hem zo nabouwen”, zegt Eggenkamp. „Overdreven gezegd, ik denk dat zij eerder hun dak terughebben, dan wij in Haarlem over de restauratie hebben gedaan, dat was walgelijk lang.”

„Wij hebben het dak gecompartimenteerd, zodat bij een brand het vuur beperkt blijft tot één plek. Rond de koepel zijn brandwerende materialen gebruikt. Als ons zou treffen wat in Parijs is gebeurd, zouden wij geluk gehad hebben. Want hier is ook alles net als daar van hout en steen.” Eggenkamps boodschap aan de Parijse ’architect-en-chef’: heel voorzichtig zijn met gebruik van nieuwe materialen. „Als je de tekeningen hebt, bouw het dan na. En wel even, net als wij, gaan compartimenteren.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.