Premium

Barrie Stevens werkt om niet alleen te zijn

Barrie Stevens werkt om niet alleen te zijn
Barrie Stevens.
© Foto paul tolenaar

In de interviewserie ’Ziel en zaligheid’ wekelijks de ontboezemingen van een smaakmaker. Vandaag: acteur en danser Barrie Stevens.

Barrie Stevens is weer terug. De showman die we leerden kennen als danser, acteur en jurylid van de ’Soundmix- show’ mag dan bijna 75 jaar zijn, toch denkt hij er niet over om te stoppen. Hij had pas nog een rol in ’Goede tijden, slechte tijden’, hij traint voor het programma ’Dancing with the stars’ en staat straks ook met een solo-programma in de theaters. Waarmee hij zijn lijfspreuk ’Vooral doorgaan’ vooral op zichzelf lijkt te projecteren.

Thuis, in zijn Amsterdamse appartement, ligt zijn agenda op de tafel. Op elke pagina notities. Dan naar zangles, dan naar dansles en dan naar de sportschool. „Ik wil nog wat kilo’s kwijt voor ik aan ’Dancing with the stars’ begin’.”

Nog altijd woont hij een beetje samen met Leen Jongewaard. Ook nu Leen er niet meer is. Kijk maar naar zijn portretten aan de wand, bij Barrie Stevens thuis. De mannen waren achttien jaar samen. „Het was moeilijk, maar ook mooi met elkaar”, zegt hij nu. Om daar straks op terug te komen.

Eerst bladert hij door zijn agenda. Om zich hardop af te vragen of alles is geregeld voor zijn 75e verjaardag, de komende week. Hij heeft wat tv-vrienden uitgenodigd voor een high tea. Gerard Cox, Peter Faber en Willebrord Frequin: de krasse knarren van het amusement schuiven allemaal aan. Ook Olcay Gulsen komt taart eten. Maar voor de jarige zich op het feestje stort, beantwoordt hij eerst tien vragen over zijn ziel en zaligheid.

Welke karaktertrekken heb je van je ouders? „Mijn moeder had thuis de broek aan. Ze werkte als boekhouder en kon goed regelen en organiseren. Ze had een grote belangstelling voor de wereld om zich heen. Dat heb ik ook. Ik ben minder gestructureerd dan zij, maar net als zij ben ik graag onder de mensen. Mijn vader werkte als monteur bij een vliegtuigmaatschappij. Hij had een gesloten karakter. Wat hij dacht, hield hij meestal voor zich. Hij was heel plichtsgetrouw en een echte gentleman. Op die punten lijk ik op hem. Diep in zijn hart had mijn vader wel graag bij het toneel gewild, maar hij koos voor de veiligheid van een vaste baan. In dat opzicht ben ik wat ambitieuzer.”

Aan welke ervaring uit je jeugd denk je nog wel eens terug? „Ik groeide op in Engeland, in een klein stadje net buiten Londen. Ik was thuis enig kind. Op school hoorde ik er niet echt bij. Ik was daar zó ongelukkig. Dat had natuurlijk met mijn weggestopte homoseksualiteit te maken, maar daar sta je als kind niet bij stil. Het liefste was ik thuis, in mijn eentje op mijn slaapkamer. Daar had ik met gordijnen en lampjes een eigen theatertje gebouwd. De ideeën daarvoor pikte ik op in Londen. Want met mijn ouders ging ik als jonge scholier vaak naar theatervoorstellingen daar. Dat vond ik geweldig. Dat ze daar met decors en kostuums een eigen droomwereld creëerden, bracht mijn fantasie op hol. Op een dag vertelde ik op de terugweg in de trein aan mijn ouders dat ik ook graag bij het toneel wilde werken. Achteraf gezien was het waarschijnlijk vooral een ontsnapping aan een werkelijkheid waarin ik niet gelukkig was.”

Wat was de beste beslissing van je leven? „Een brief schrijven naar de BBC. Toen ik zestien was, zag ik op tv een show met geweldige dansers. Op de aftiteling las ik de naam van de choreograaf. Die heb ik in mooie zinnen een brief geschreven met de vraag of ik bij hem kon komen werken. Na een auditie zei hij dat ik muzikaal talent had, maar dat ik nog wel danslessen moest gaan volgen. Dus ik nam een kantoorbaan in Londen om de danslessen te betalen die ik ’s avonds en in het weekend volgde. Al snel mocht ik meedoen met een show en kort daarna was er in Londen een auditie voor de Snip en Snap Revue in Amsterdam. Nederlandse producenten vonden alles op showgebied dat uit Engeland kwam toen het beste, dus zochten ze danstalent in Londen. Ik had nog nooit van Snip en Snap gehoord, maar werd aangenomen. Aan de ene kant was ik blij dat ik een contract in de theaterwereld had, maar aan de andere kant was het vreselijk om mijn ouders te moeten vertellen dat ik ze ging verlaten voor een avontuur in een vreemd land. Ik was toen amper achttien, dus je begrijpt dat ze het heel zwaar vonden om hun enige kind te laten gaan. Ik zie nog ons afscheid voor me: het was op een zaterdagochtend op het King’s Cross Station in Londen. Met tranen in hun ogen hebben ze me toen op de trein richting de boot gezet. Het was vreselijk voor ze, maar ik wilde zo graag. Ik ben nog altijd blij dat ik die stap heb gezet, want daarna kwamen de musicals en ’Ja zuster, nee zuster’. Sindsdien heb ik altijd werk gehad in het vak.”

Wat had je liever anders gedaan? „Ik had Leen nooit moeten verlaten. Toen ik bij hem wegging, was hij al een tijd depressief en verdrietig. Hij lag in de knoop met zichzelf. Hij wilde niet meer werken en kon niet meer genieten. Als ik in het theater werkte, kwam hij kijken en was hij nog wel enthousiast, maar mijn jurywerk bij de ’Soundmixshow’ vond hij maar plat amusement. Dat was het natuurlijk ook, maar dat aspect hoort erbij als je in de showbizz zit.”

„Uiteindelijk was het thuis niet leuk meer met Leen. Daarom zocht ik een uitweg. Ik ontmoette Hans, die mijn nieuwe vriend werd. Achteraf heb ik daar spijt van, want ik heb Leen op zijn meest kwetsbare moment achtergelaten. In plaats van een arm om hem heen te slaan, ben ik vertrokken. Dat leverde me een enorm schuldgevoel op. Het duurde jaren voor ik daar overheen was.”

„Na drie jaar was het voorbij tussen Hans en mij. De buitenwereld vond het maar wonderlijk dat hij daarna de beste vriend van Leen werd, maar ik begreep dat. Hans kon omgaan met zijn depressies. Hij had het talent om Leen op te peppen en hem nieuwe perspectieven voor te spiegelen.”

„Leen is 69 jaar geworden. Hij kreeg een hartaanval in Nice, toen hij daar met Hans op vakantie was. Samen met Hans heb ik de uitvaart geregeld. Ik ben nog altijd blij dat we hem een eervol afscheid hebben kunnen geven.”

Wat heb je nodig om gelukkig te zijn? „Leuk werk. Daarom ben ik trots op de voorstellingen en tv-programma’s die ik heb gemaakt. En daarom ben ik blij dat ze me nu weer voor allerlei nieuwe projecten vragen. Daar kan ik mijn energie in kwijt en zo blijf ik in contact met jonge mensen. Als je zelf geen familie meer hebt, is het lastig om de band met de nieuwe generatie vast te houden. Door te blijven werken lift ik mee op de energie en gezelligheid van de jeugd.”

„Ook mijn Nederlandse paspoort maakt me gelukkig. Ik woon inmiddels 55 jaar in dit land, maar was nog altijd Brit. Begin dit jaar ben ik officieel Nederlander geworden. Door al dat gedoe met de Brexit, heb ik steeds minder met Engeland. Ik dacht: straks roepen ze alle Britten terug uit het buitenland. Wat moet ik daar dan nog? Ik heb daar helemaal geen familie meer en voel me inmiddels een echte Hollander.”

Wat heb je geleerd van je leven tot nu toe? „Dat positieve en negatieve gebeurtenissen elkaar altijd in evenwicht houden. Ik was verschrikkelijk verdrietig toen mijn vader vijf jaar geleden overleed. Toen had ik geen familie meer en besefte ik dat ik alleen over was. Maar tegelijk was het een opluchting, want hij was dement en zat de hele dag stilletjes in een stoel voor zich uit te staren. Om de twee weken vloog ik naar Engeland om bij hem op bezoek te gaan, maar ik kwam er steeds triester vandaan. Vaak vroeg ik me af of hij eigenlijk wel wist of ik langs was geweest. Uiteindelijk overleed hij toen hij 92 jaar was. Ik heb zijn huis verkocht. Van de opbrengst kon ik dit appartement aan de Amstel kopen. Hier ben ik heel gelukkig. Als ik hier rondkijk en geniet van het uitzicht over het water, realiseer ik me dat ik deze mooie plek aan mijn ouders te danken heb. Dan zijn ze weer heel dichtbij me.”

„Ook toen ik prostaatkanker had, kwam er naast die negativiteit ook weer wat positiefs op mijn pad. Ze vroegen me de choreografie te doen voor de musical ’De Jantjes’. Ik moest 38 keer voor bestralingen naar het ziekenhuis, maar mijn werk voor de voorstelling gaf me een welkome afleiding. Ik was dolgelukkig toen ik weer herstelde en de voorstellingen volle zalen trokken.”

Wat zou je aan jezelf willen veranderen? „Graag zou ik wat beter Nederlands willen spreken. Daar had ik meer mijn best voor moeten doen. Want ook al woon ik al zo lang hier, je hoort nog altijd mijn Engelse accent. Leen zei altijd dat ik dat zo moest laten omdat mijn uitspraak me speciaal maakt, als artiest. Dat is goed voor de herkenning. Maar ik denk dat mijn accent ook een belemmering is geweest om me voor serieuze rollen te vragen. Zulke rollen had ik graag willen spelen.”

Wat is het grootste verdriet van je leven? „Het gemis van mijn ouders en Leen maakt me nog altijd verdrietig. Het confronteert me steeds met de gedachte dat ik alleen over ben. Zonder familie, zonder partner. Eigenlijk mis ik iemand om me heen. Iemand om mee te praten, iemand die naar me luistert, iemand om mee naar het theater te gaan en iemand die naast me wakker wordt. Maar het lukt niet meer om die te vinden. Mannen genoeg, maar met Leen en Hans heb ik de lat behoorlijk hoog gelegd en je gaat altijd weer vergelijken.”

„Ik heb het goed in mijn eentje, maar het is me soms te stil. En ik ben vooral bang om alleen te zijn als ik ouder word en dan hulp nodig heb. Als ik op een dag afhankelijk ben van anderen, zal ik naar een tehuis moeten. Dat lijkt me vreselijk. Dus misschien moet mijn grootste verdriet nog wel komen.”

Bid je wel eens? „Ja, op mijn manier. Want ik ben spiritueel. Als ik een belangrijke beslissing moet nemen, trek ik me terug. Dan zoek ik een rustig plekje op en voer ik in mijn hoofd een diepzinnig gesprek met een onzichtbare regisseur ergens daar boven. Die stuurt me en die leidt me. Met die steun als leidraad hak ik dan knopen door. Dat voelt heel vertrouwd. Alsof er altijd iemand naast me is op wie ik kan rekenen.”

Wat zijn je plannen? „Na mijn verjaardag stort ik me helemaal op de opnamen van ’Dancing with te stars’. Daarna ga ik met mijn theaterprogramma ’The show must go on’ het land in. In die voorstelling vertel ik over mijn leven en mijn werk. Ik dans, ik zing en ik haal herinneringen op aan mijn liefdes en mijn optredens. Ik hoef niet meer, maar ik doe het nog zo graag. Eigenlijk breng ik zo’n programma om gezellig onder de mensen te blijven en om een voorbeeld te zijn voor anderen van mijn leeftijd. Ik wil ze vertellen dat je zelf de slingers moet ophangen als je zin hebt in een feestje.”

Meer nieuws uit Lifestyle

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.