Premium

Cricketbolwerken Rood en Wit en Bloemendaal spelen om Haarlems Dagblad-beker

Cricketbolwerken Rood en Wit en Bloemendaal spelen om Haarlems Dagblad-beker
Anthony Quinn komt uit voor Rood en Wit.
© Foto United Photos/Paul Vreeker
Haarlem

Zondag wordt op sportpark Eindenhout de traditionele derby tussen de cricketbolwerken Rood en Wit en Bloemendaal gespeeld. Naast de twee punten staat de Haarlems Dagblad-beker op het spel. De bokaal werd in 1959 door de krant in het leven geroepen.

Bij ’no nonsens clubs’ als Rood en Wit en Bloemendaal is het feest als een buitenlandse topspeler zomaar komt aanwaaien. Want geen dure vliegtickets nodig en geen huisvesting regelen. Het smijten met geld om de stap naar de topklasse te kunnen maken laten ze in Haarlem en Bloemendaal aan andere hoofdklassers over.

In oktober meldde Nieuw-Zeelander Anthony Quinn zich bij Rood en Wit. De ’Kiwi’ was in Overveen komen wonen toen hij zich voegde bij zijn Finse vriendin die hij eerder in Engeland had ontmoet.

„Afgelopen winter was mijn eerste sinds 2014”, zegt Anthony (24) over de voorbije vier jaar waarin hij na een zomer cricketen in Nieuw-Zeeland telkens naar Engeland vertrok om ook daar in de zomer actief te zijn.

Eenmaal besloten om naar Nederland te gaan, bracht de website CricX hem in contact met Rood en Wit. „Voor een kleine vergoeding zoekt CricX een club die bij je past. Het enige dat je moet doen is een cv leveren.”

De man van Auckland is een geboren bowler. „Het mooiste geluid dat er bestaat is dat van een bal die een wicket uit de grond slaat.” Hij stuurde dit seizoen al dertig tegenstanders naar de kant. In tien gevallen gooide hij de bal rechtstreeks in de palen. Hij is in de hoofdklasse momenteel de best presterende bowler.

Ook als batsman doet hij zijn werk. „Leuk om te doen. Dan kom ik even lekker uit mijn bubbel. Maar mijn specialiteit is bowlen. Daar besteed ik 80 procent van mijn trainingsuren aan.”

Anthony voelt zich prima thuis bij Rood en Wit. Al blijft zijn kennis van de Nederlandse taal beperkt tot twee woorden. Bij het antwoord op de vraag of de kwaliteit van het cricket in de Nederlandse hoofdklasse goed is, heeft hij geen hulp nodig. „Ja!” En geldt hetzelfde voor de kwaliteit van de umpires? „Nee!”

Cricketbolwerken Rood en Wit en Bloemendaal spelen om Haarlems Dagblad-beker
Ram Kumar Ramesh Babu speelt voor Bloemendaal.
© Foto United Photos/Ron Pichel

Je zal het nationale cricketteam maar willen halen in een land dat 1.3 miljard inwoners telt. Indiër Ram Kumar Ramesh Babu (27) van Bloemendaal was er van overtuigd dat hij een kans maakte.

Vanaf zijn zevende tot zijn achttiende deed hij er in zijn geboortestad Chennai alles aan om zijn doel te bereiken. Twee en een half uur trainen voor schooltijd; twee en een half uur trainen erna. Zes dagen per week. En op zondag een wedstrijd cricketen. Hij deed het elf jaar lang.

Op het moment dat Ram voor de volle honderd procent wilde kiezen voor zijn sport, stak zijn vader daar een stokje voor. „Hij vond de kans te klein dat ik met cricketen mijn geld zou kunnen verdienen. Ik moest gaan studeren.” In India ga je niet tegen het vaderlijke gezag in. „Maar het was me gelukt.”

Na in zijn thuisland zijn bachelor mechanical automotive te hebben gehaald, koos Babu voor een vervolgstudie in Nederland. „Ik besloot mij verder te specialiseren in de automobielindustrie. Dus was Duitsland het Mekka. Maar daar cricketen ze niet. Dus werd het de TU in Eindhoven.” Babu studeerde af en woont en werkt nog altijd in Eindhoven. Ook vond hij er een cricketclub. Maar het niveau (overgangsklasse) werd hem te laag.

Twee jaar geleden streek Babu neer bij hoofdklasser Bloemendaal. Zijn Indiase cricketmaat Antony Napoleon speelde er al. Hoewel Ram verslingerd is geraakt aan de club aan de Donkerelaan, zal het niet zijn eindpunt zijn. Want de allrounder heeft een nieuw cricketdoel gesteld: uitkomen voor Oranje. En dan doe je er goed aan om bij een topklasser te spelen.

„Ik ben hier nu zes jaar. Voldoende om voor Nederland te mogen cricketen. Ik heb er vertrouwen in dat ik die stap ga maken. Jaar na jaar lever ik uitstekende cijfers af als batsman. Ik heb nu alweer 456 runs achter mijn naam staan met nog zes wedstrijden te gaan. Ook als bowler (Babu pakte tot op heden 23 wickets, red.) en als fielder ben ik aan een sterk seizoen bezig. Ik ben een echte batsman. Maar als cricketer moet je in alle drie de disciplines sterk zijn. Dat heb ik in India zo geleerd.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Meest gelezen