Poldermodel is niet iets dat al eeuwen teruggaat: de mythe van het polderen

Poldermodel is niet iets dat al eeuwen teruggaat: de mythe van het polderen
Schilderij van een bijeenkomst over landaanwinning in de Kop van Noord-Holland rond 1845. Betrokken bij dit ontstaan van een polder was zittend, derde van links, met blonde krulletjes: mr. A.J.C. Maas Geesteranus, heer van Zuidscharwoude en rechter in Alkmaar. Voorvader van de Melanie Schultz van Haegen-Maas Geesteranus die minister van Verkeer was in het vorige kabinet-Rutte. De schilder Christiaan Portman bestuurde mee. Hij zit tweede van rechts, hoofd naar links geknikt en kijkt ons strak aan.
© Collectie hoogheemraadschap hollands noorderkwartier
Amsterdam

Het is onzin het succes van ’polderen’ toe te schrijven aan eeuwenoude tradities, zeggen wetenschappers die de geschiedenis van de waterschappen bestuderen. Het poldermodel dateert niet uit de Middeleeuwen, maar van het eind van de vorige eeuw. En dat waterschappen de oudste democratische bestuursorganen zijn, klopt ook al niet.

De recente pensioen- en klimaatakkoorden bewijzen dat polderen nog werkt in Nederland. Media die dat nieuws de afgelopen tijd brachten, zeiden er vaak in één adem bij dat wij ons succesvolle poldermodel danken aan de oeroude traditie van overleggen en belangen tegen elkaar afwegen, die wortelt in de waterschappen. En waterschappen zijn, volgens de ’algemene kennis’ van velen, de oudste democratische bestuursorganen van ons land. De bewering duikt in varianten op: in de media, op websites van sommige waterschappen. In internationale publicaties worden waterschappen wel eens de oudste nog bestaande democratische organen ter wéreld genoemd. Klopt dat allemaal wel?

Onderzoekers vinden van niet. Het blijkt echter een fijne mythe, waarin mensen graag blijven geloven. De bewering ontkrachten is dweilen met de kraan open.

Scepsis

Milja van Tielhof is onderzoekster bij het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis te Amsterdam. Zij onderzocht de laatste jaren in samenwerking met anderen de bestuurlijke cultuur van waterschappen voor 1800. Haar conclusie: formeel deed de democratie pas relatief recent haar intrede bij de waterschappen, dus dat het de oudste democratische bestuursorganen zijn klopt gewoonweg niet. Ze startte haar project al met scepsis over het idee dat het poldermodel vanuit onze geschiedenis van waterbeheerders typerend onderdeel van onze volksaard is geworden. Daar denkt ze na het onderzoek genuanceerder over: in de bewering zit toch ook wel een kern van waarheid.

,,Er zijn heel veel voorbeelden gevonden dat mensen rekening hielden met verschillende belangen die in hun territorium speelden. We hebben een enorme variatie aan bestuursstructuren gevonden. In kleine dorpen en polders is wel een brede vertegenwoordiging mogelijk geweest. Vooral op plekken waar geen krachtig centraal gezag was en van boven opgelegde uniformering ontbrak bepaalden gewone boeren het waterbeheer.’’

Lees ook: De mythe van het polderen

Meer nieuws uit Amsterdam

Keuze van de redactie