Premium

Column Joyce van der Meijden: Gat

Column Joyce van der Meijden: Gat

Voor ik onder het groene dekje lag, zat mijn hoofd nog vol met de opkomende Pietendiscussie. In Engeland hebben ze de Brexit waarover ze elkaar de huid vol schelden, wij hebben de knecht van de goedheiligman.

En net nu we met zijn allen weer mogen bomen over een roetpiet of toch niet, komt als slagroom op de taart een foto tevoorschijn van de premier van Canada die heel lang geleden zwart geschminkt was. Als een echte Van Muiswinkel laat hij weten met de kennis van nu niet meer blij te zijn met dat egaal geschminkte gezicht.

Het moment dat ik op het witte laken lag, verdwenen hoofdpiet en Trudeau wat naar de achtergrond. Ik was op de afdeling chirurgie, kleine ingrepen. Er werd een lipoom, dat is een bolletje vet, formaatje kleine sinaasappel, uit mijn schouder geknipt. Ik was een routineklus dus dan mag een assistent het snijwerk doen. Dat is prima, want zij moet het ook leren.

Het geeft niets dat zij ging studeren toen onze kinderen de regenboog- en roetpieten al als de gewoonste zaak van de wereld zagen. Toch moest ik daar wel de hele tijd aan denken. Natuurlijk mag jij leren. Maar wel graag recht knippen.

Ze had me al plaatselijk verdoofd toen ze me vroeg of het groene operatiekleedje over mijn hoofd mocht. Het was er eentje met een gat, dat gat lag over de bult op mijn schouder. Ik ben de beroerdste niet. Het liefst had ik de hele ingreep meegekeken op een videoscherm, maar aangezien er nergens een camera hing, legde ik me erbij neer, letterlijk.

Er was gelukkig voldoende zuurstof tussen het operatiedekje en het -laken. En ik hyperventileer niet. Niet aan hyperventileren denken. Denk maar weer aan Sinterklaas.

Maar ik luisterde naar de assistent, ze was enthousiast. Er werd over mijn weefsel gesproken als ware het een pareltje dat uit een oester popte. Ik waardeer eenieders enthousiasme over zijn beroep, maar ik voelde me wel een beetje het vergeten kind dat op een feestje met een zak chips en een fles cola achter de gordijnen zit.

Dat gevoel werd versterkt toen de operatieschaar even werd geparkeerd op mijn oor. De Pietendiscussie was meteen verdwenen. Toen er een mesje op mijn wenkbrauw landde heb ik maar even gekucht. Er kwam een geschrokken sorry. Ze was al bijna klaar. Ik was keurig gehecht.

Toen ik met mijn nieuwe pleister de wachtkamer binnenkwam stond daar mijn lijkbleke echtgenoot. Even was ik geroerd, hij maakte zich zorgen om mij.

Toen duwde hij zijn telefoon onder mijn neus. Ik had die ochtend alleen de staart van het nieuws gehoord. De Pietendiscussie. En die verdampte ter plekke, neergeknald door een wezenlijk probleem. Een advocaat werd in koelen bloede vermoord.

Nog geen twintig scharen op mijn oor krijgen deze gedachte uit mijn hoofd.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.