Premium

Anna Woltz leeft van haar fantasie

Anna Woltz leeft van haar fantasie
Anna Woltz.
© Foto Maikel Thijssen

In de verhalenserie ’Levenslijn’ vertellen smaakmakers over ijkpunten in hun bestaan. Vandaag: schrijfster Anna Woltz. Ze is de auteur van het kinderboekenweekgeschenk ’Haaientanden’.

Haar huiskamer lijkt de spiegel van de wereld van Anna Woltz. Links haar bureau. Daar ontsnapt ze via haar toetsenbord naar het eindeloze heelal van haar fantasie. In het midden het resultaat: stapels kinderboeken. Composities van woorden, gevonden tijdens die reizen in haar hoofd. Rechts de werkelijkheid: de eettafel en het speelgoed van haar zoontje van twee. Aan die tafel praat ze over haar Levenslijn.

1981

Geboren in Londen. „Mijn vader werkte in Engeland als correspondent van NRC Handelsblad. Ook mijn moeder heeft jaren voor die krant gewerkt. Zij schreef ook drie kinderboeken. Toen ik anderhalf was, verhuisden ze terug naar Nederland, waar we in Den Haag gingen wonen. Ik ben de oudste. Ruim twee jaar na mij werd mijn zusje geboren. Ik groeide op in een heerlijk huis vol boeken. In mijn herinnering lagen er ook altijd kranten op de tafel. De gesprekken thuis gingen vrijwel altijd over wat er in de wereld gebeurde. We hadden het niet alleen over het nieuws, maar ook over de manier waarop het werd gebracht. Eigenlijk was het de ideale basis voor een schrijver: opgroeien in een omgeving van nieuwsgierig zijn, kritisch zijn en nadenken over hoe je anderen informeert.”

„Als kind las ik graag klassieke kinderboeken van Engelse schrijvers. ’De geheime tuin’ van Frances Burnett en ’Spoorwegkinderen’ van Edith Nesbit maakten grote indruk op me. Maar ik zat niet alleen te lezen, hoor. Mijn zusje en ik speelden heel veel buiten.”

1994

„In de eerste klas van het gymnasium wist ik dat ik schrijver wilde worden. Het was een klas met leuke, getalenteerde leerlingen. Ik hoorde niet bij de populaire meisjes, maar ik werd ook niet gepest. Het was een klas waar je zonder problemen anders kon zijn. Best bijzonder, als je weet hoe meedogenloos pubers kunnen zijn.”

1997

„Op mijn vijftiende stuurde ik de hoofdredacteur van de Volkskrant een brief met het voorstel om wekelijks een column te schrijven over mijn leven als scholier. Ik deed er twee proefcolumns bij. Hij reageerde meteen: ik mocht direct beginnen. Onder de titel ’Schoolleven’ schreef ik onder een pseudoniem ieder weekend over thema’s als huiswerk, spieken, pesten en andere dingen waar scholieren zich mee bezig houden. Ik veranderde alle namen van klasgenoten en leraren, in de naïeve veronderstelling dat niemand zou ontdekken dat ik die stukjes schreef. Maar uiteindelijk werd ik toch ontmaskerd. Toen had ik wel even wat uit te leggen…”

„De hele school was woedend. Ze vonden dat ik hun privacy had geschonden. Een paar weken lang ging ik met buikpijn naar school, maar toch had ik geen spijt van wat ik had gedaan. Want ik stond achter ieder woord dat ik had opgeschreven. En het was voor mij ook een bevestiging dat schrijven staat voor wie ik ben. Maar ik heb er wel van geleerd, hoor. Als ik nu iemand uit mijn omgeving in een boek laat terugkomen, vraag ik eerst om toestemming.”

2001

De start van haar studie geschiedenis in Leiden. „Hoewel ik in mijn hoofd had om schrijfster te worden, wilde ik toch studeren. Ten eerste om het studentenleven mee te maken. Ik koos voor geschiedenis omdat dat op school mijn lievelingsvak was. Dat kwam vooral vanwege een geschiedenisleraar die geweldige verhalen kon vertellen over historische gebeurtenissen. Maar ik koos ook voor een studie met het idee dat ik altijd nog lerares kon worden als ik niet zou kunnen leven van mijn schrijfwerk. Want schrijver is natuurlijk een belachelijk onzeker beroep. Je bent afhankelijk van je creativiteit, maar ook van de smaak van het publiek. En wie kan garanderen dat er over twintig, dertig jaar nog boeken worden gedrukt? Ik probeer daar optimistisch over te zijn, maar het is toch handig om een ander beroep achter de hand te hebben.”

2005

„Als scholier en tijdens mijn studiejaren schreef ik drie kinderboeken. Na mijn studie durfde ik het daarom aan om fulltime schrijfster te worden. Achteraf gezien was het een ideale start, omdat ik nog met één been in het studentenleven stond. Ik woonde op één kamer, had geen hypotheek en leefde heel sober. Het was fijn dat scholen me al gauw vroegen voor lezingen. Ook dat leverde wat geld op, zodat ik niet alleen van de boekenverkoop hoefde te leven. Maar ik had niet veel nodig, hoor. Als ik vijftienduizend euro per jaar verdiende, kon ik prima rondkomen. Ik dacht: ik probeer het een paar jaar. Lukt het niet, kan ik altijd nog voor de klas gaan staan.”

2012

„In die eerste periode schreef ik ieder jaar één of twee boeken. Steeds probeerde ik bij te leren om het volgende boek weer beter te maken. Mijn perfectionisme kan in het dagelijks leven soms lastig zijn, maar als schrijfster is je boek een domein waarin je helemaal zelf de baas bent. In die eigen wereld kan ik mijn zinnen desnoods honderd keer herschrijven om ze zo mooi mogelijk te maken.”

„Mijn reis naar New York in 2012 was een mijlpaal in mijn schrijversbestaan. Ik was dertig en wilde iets meemaken. Daarom huurde ik drie maanden een appartement op Manhattan om daar inspiratie op te doen voor een nieuw boek. Ik vind de stad geweldig, want New York bruist. Toch duurde het twee maanden voor het idee voor mijn boek naar boven kwam. Liever gezegd: het blies me omver. Toen de orkaan Sandy over New York raasde en de stroom vier dagen uitviel, liep ik elke avond door een pikdonkere stad, op zoek naar eten en speurend naar bereik met mijn mobieltje. Dat werd de basis voor mijn boek ’Honderd uur nacht’ over een groep pubers die in New York een orkaan doorstaan. Het is mijn best verkochte boek tot nu toe. Het was natuurlijk een idioot dure keuze om naar New York te gaan, maar ik heb de investering terugverdiend.”

2015

Haar boeken worden vertaald. Eerst in het Duits en het Deens, maar inmiddels verschijnen ze in 19 verschillende talen. Van Noors tot Japans. „Het zijn aantallen die mezelf versteld doen staan, maar kennelijk zijn de thema’s waarover ik schrijf zo universeel dat ze ook kinderen ver buiten de landsgrenzen aanspreken. Ouders die uit elkaar gaan, pubers die verliefd worden en het avontuur zoeken, komen overal voor.”

2016

Ze krijgt de Gouden Griffel voor ’Gips’. „Voor mij was dat de ultieme erkenning. Zo’n prijs onderstreept dat je niet alleen een spannend, meeslepend of grappig verhaal voor kinderen kunt schrijven, maar dat het ook literaire kwaliteiten heeft.”

2017

„In 2017 is mijn zoontje Benjamin geboren. Hij maakt me heel gelukkig. Zolang ik me kan herinneren heb ik een kinderwens. Ik was heel lang bezig met het plannen van mijn leven. Daarover had ik ook eindeloze gesprekken met mijn vriendinnen: heel vaak ging het over hoe het later allemaal zou zijn. Maar uiteindelijk is het niet het plaatje geworden zoals ik dat vroeger voor me zag, want er is geen man. Ik ben een single-moeder.”

„Vanaf mijn dertigste was mijn grootste angst dat ik kinderloos zou blijven. Het lukte me maar niet om een geschikte man te vinden. Als schrijfster zit ik nu eenmaal dagen thuis achter de computer, zonder dat je iemand spreekt. En als ik de deur uitging, was het voor lezingen naar bibliotheken en basisscholen, waar vrijwel alleen vrouwen werken.”

„Op zoek naar een partner heb ik door de jaren heen flink wat gedatet, via internet en apps. Het resultaat was dat ik een leuke man ontmoette op wie ik hevig verliefd was. Ik raakte snel zwanger. Maar toen we elkaar wat beter leerden kennen, bleek dat we weinig gemeenschappelijk hadden. Dus na die eerste verliefdheid kwamen we erachter dat het beter was om niet bij elkaar te blijven. Dat was een hele zware beslissing. Hij vond het zo moeilijk dat hij het contact heeft verbroken.”

„Ik had natuurlijk liever gezien dat hij een rol in Benjamins leven had gespeeld, maar het single-moederschap past prima bij me. Ik vind mijn moederrol nog leuker dan ik had gedacht. De ontwikkelingen die een kind in zijn eerste jaren doormaakt, vind ik bijvoorbeeld fascinerend. Door mijn kind vind ik het echte leven voor het eerst spannender dan de wereld in mijn boeken.”

2018

Ze krijgt de opdracht om het Kinderboekenweekgeschenk voor 2019 te schrijven. „Het is ongeveer de hoogste eer die je als schrijver ten deel kan vallen. Het verschijnt in een oplage van ruim 330 duizend exemplaren, dus je weet dat het je meest gedrukte boek ooit zal worden. Daarom was ik dolblij, met de opdracht. Maar ik had nog geen idee waar het over moest gaan. Tot ik dacht aan een meisje dat rond het IJsselmeer wil fietsen. Om het verhaal vanuit mijn ervaring te schrijven, ben ik met de trein naar Enkhuizen gegaan en heb daar een fiets gehuurd. Met forse tegenwind heb ik dezelfde tocht gereden als de hoofdpersoon. Die eigen waarneming heb ik nodig om te beschrijven hoe het ruikt en voelt. Daar wordt een verhaal geloofwaardiger van.”

2019

Haar boek ’Mijn bijzonder rare week met Tess’ verschijnt als speelfilm in de bioscopen. De film is genomineerd voor twee gouden kalveren. De komende week is de prijsuitreiking. Haar boek ’Haaientanden’ is deze week het Kinderboekenweekgeschenk. Als onderdeel van de Kinderboekenweek gaat ze op tournee langs scholen, boekhandels en bibliotheken.

2050

Wat doe je over pakweg dertig jaar? „Geen idee. Voor ik moeder werd, was ik aan één stuk door aan het plannen. Maar nu ik mijn zoontje heb, weet ik dat je niet alles in schema’s en verwachtingen kunt vertalen. Eigenlijk heb ik bereikt wat ik wilde. Ik heb een zoon, ik heb een Gouden Griffel en ik mocht het Kinderboekenweekgeschenk schrijven. Toch blijf ik ambitieus. Ik wil nog heel veel mooie boeken schrijven. Maar als ik nu mijlpalen in de toekomst zie, zie ik ook de mijlpalen van mijn zoon. Wanneer hij naar de basisschool gaat en wanneer hij op de middelbare school begint. Ik schrijf een jaartal straks niet meer in mijn geheugen als het jaar van het verschijnen van een boek, maar als het jaar van zijn eerste opstel.”

Meer nieuws uit Lifestyle

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.