Premium

Filminterview Maarten Heijmans: ’Ik kijk wat er op mijn weg komt’

Filminterview Maarten Heijmans: ’Ik kijk wat er op mijn weg komt’
Maarten Heijmans als advocaat in ’Wat is dan liefde’.
© Foto PR

Een Gouden Kalf, een TV-beeld, als klap op de vuurpijl zelfs een Emmy. Geen wonder dat zijn bekroonde titelrol in de tv-serie ’Ramses’ (2014) hem nog altijd aankleeft. Maar acteur Maarten Heijmans (35) kan en wil veel meer, vertelt hij in Amsterdam. Zo speelt hij in de nieuwe Nederlandse speelfilm ’Wat is dan liefde’ een keiharde echtscheidingsadvocaat met een klein hartje.

Een klein beetje twijfel was er wel, geeft Maarten Heijmans toe. „Twee jaar geleden had ik immers al ’Weg van jou’ gemaakt, ook een romantische komedie. Twee dingen trokken me uiteindelijk over de streep. Toen ik het scenario nog eens beter bestudeerde, zag ik dat ik wel een heel ander personage zou gaat spelen. De Zeeuwse Stijn uit ’Weg van jou’ was een recht-door-zee type, heel puur. Terwijl Gijs uit ’Wat is dan liefde’ zijn ware gevoelens veel meer verbergt onder een laag ironie.” Lachend: „Zelf ben ik dan toch meer een Gijs.’’

Dat hij in de nieuwe film tegenover Elise Schaap zou staan, was voor de 35-jarige acteur een andere zwaarwegende factor. „We kennen elkaar al jaren, nog van voor wij allebei op de Amsterdamse Toneelschool werden toegelaten. Bovendien is zij de vriendin van een van mijn beste vrienden. We komen elkaar in het dagelijks leven dus geregeld tegen en hebben een vertrouwensband die het voor mij gemakkelijker maakte om geliefden te spelen.”

„Het kán wel eens gebeuren dat je echt verliefd wordt op je tegenspeelster”, vervolgt hij. „Dat was nu dus uitgesloten. Al hou ik wel van Elise, als actrice en als mens. Zulke gevoelens spelen zeker ook mee bij de keuzes die ik maak. Want als ik twee of drie maanden van m’n leven in een project steek, breng ik die tijd toch het liefst door met mensen met wie ik veel plezier heb.”

Plezier is voor Heijmans een belangrijke sleutel, want een planner is hij naar eigen zeggen nooit geweest. Hij beweegt mee met de stroom, doet waar hij blij van wordt, gaat waar de kansen zich aandienen en wil zich vrij voelen om die te grijpen. Eigenlijk van jongs af aan al. „Toen ik een jaar of zeven was, nam mijn moeder me op een middag mee naar de repetitie van een jeugdkoor. Als ik dat leuk vond, mocht ik de volgende keer weer. Wat zo was.” Rond dezelfde tijd begon hij met pianoles. „Dus zingen en muziek maken doe ik al langer dan spelen.”

Jochie

Zijn vijf jaar oudere zus acteerde wel. „We woonden in de Beemster en zij zat op de NKT Theaterschool in Purmerend. Waar mijn moeder in haar vrije tijd de grime deed en mijn vader toneelmeester was en decors bouwde, eveneens als hobby. Zelf speelde ik dus niet mee, maar wel ging ik als jochie van een jaar of acht elke zondag mee op tournee. Met een bus het hele land door. Met kinderen waar ik enorm tegenop keek, ook omdat ze vaak een paar jaar ouder waren dan ik.” Dat inkijkje in de wereld van het theater vergrootte voor de kleine Maarten alleen maar de magie ervan. „Ik zag de transformatie van dichtbij en zat daarnaast bij de voorstellingen altijd in de zaal. Steevast midden op de voorste rij, nog altijd mijn favoriete plek. Omdat het dan lijkt of de acteurs daar speciaal voor jou staan te spelen.”

Met een glimlach: „Verschil is wel dat ik tegenwoordig niet meer halverwege indut, zoals vroeger. Eén van die grote jongen die ik zo bewonderde klom dan tijdens het slotapplaus van het podium en droeg mij half slapend de coulissen in. Heel speciaal voelde dat.”

Grappen

Zijn voorliefde voor gekke liedjes, voor cabaret en publiekelijk geserveerde grappen ontstond in die jaren. Een auditie voor de Joop van den Ende-musical ’Oliver’ leverde hem op zijn vijftiende zijn eerste echte acteerklus op. „Willem Nijholt en Arjan Ederveen speelden beurtelings Fagin, ik mocht een of twee keer in de week The Artful Dodger zijn, het ongrijpbare jongetje dat Oliver leert zakkenrollen. Vanaf dat moment was ik verkocht. Ik had mijn arm willen geven om acteur te mogen worden, zo geweldig vond ik ’t.” Die ambitie heeft Maarten Heijmans uiteindelijk zonder het uitstippelen van een duidelijk carrièrepad waar weten te maken. „Succes is niet te sturen. Het is mooi om een droom te hebben, maar de illusie dat je alles kunt controleren loopt onvermijdelijk uit op teleurstellingen. Ik kijk liever wat er op mijn weg komt en beslis op basis daarvan wat goed voelt. Een zen-benadering van het leven die ik van mijn moeder heb.’

„Verder zoek ik het vooral in de breedte. Ik kies er niet bewust voor om ongrijpbaar te zijn, maar hou ervan om uiteenlopende dingen te doen. Door mijn rol in ’Ramses’ zijn veel mensen me gaan zien als een zwaar en serieus acteur. Een indruk die nog is versterkt sinds ik bij ITA zit, zoals Toneelgroep Amsterdam tegenwoordig heet. Terwijl ik van nature het meeste houdt van de practical joke. Van stupiditeit.”

Toch stond dat het winnen van de prestigieuze Arlecchino voor ’Ibsen Huis’ – nu twee jaar geleden – blijkbaar niet in de weg.

„Door mijn steeds terugkerende verlangen naar luchtigheid vind ik het heerlijk dat ik me af en toe kan uitleven in ’Het Klokhuis’”, vervolgt de acteur. „En geniet ik ervan dat ik in films heel andere dingen mag doen dan op het toneel. Verder maakt het me ook altijd blij om voor publiek te zingen.”

„Dat laatste gaat Maarten Heijmans op 1 december ook weer doen, ter gelegenheid van de tiende sterfdag van Ramses Shaffy.

„Ik treed dan op in de Stadsschouwbrug in Amsterdam. Met liedjes van zijn hand die ik zelf met een band in een nieuw jasje heb gestoken en waarmee we eerder al heb rondgetoerd. Ramses in de remix, zeg maar. Kijk ik nu al naar uit.”

Meer nieuws uit Cultuur

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.