Premium

Faillissement van DSB Bank niet nodig? ’Er was gewoon geen geld meer’, zeggen de curatoren

1/2

Een kleine 1700 collega’s werden sinds het faillissement van de DSB Bank ontslagen, maar Jan Keet (57) is er nog. De Medemblikker is één van de 28 medewerkers die er alles aan doet om zoveel mogelijk schuld af te lossen. ,,Ik maak het werk hier tot het eind af.’’

Vanuit zijn kantoor in Wognum kijkt Jan Keet uit op het oude hoofdkantoor van de DSB Bank. De bank die groot werd gemaakt door zakenman Dirk Scheringa, maar op 19 oktober 2009 failliet werd verklaard. Het kantoor doet nu dienst als gemeentehuis voor de gemeente Medemblik. De 28 nog overgebleven medewerkers van de DSB Bank, werken sinds 2018 voor dochterbedrijf Finqus, dat behalve het personeel ook de leningenportefeuille heeft overgenomen. Ze hebben voldoende aan een gang in een bedrijfsverzamelgebouw.

Als hij vertelt dat hij voor het oude DSB werkt, krijgt hij te maken met verbaasde blikken. ,,Op verjaardagen hoor ik wel: ’bestaat het nog dan?’ En laatst hadden we reünie met collega’s van de financiële afdeling. Toen werd me ook gevraagd wat ik zoal doe. Nou, eigenlijk hetzelfde als voor het faillissement.’’

Jan Keet is als financiële man onder meer verantwoordelijk voor het opstellen van de jaarrekening. ,,Ik ben in 2000 bij DSB begonnen. Ik heb dus 9 jaar voor en 10 jaar na het faillissement bij het bedrijf gewerkt. Ik was nog betrokken bij de bankvergunning.’’ Ook hij heeft nu een ander oordeel over de dure producten als koopsompolissen en verzekeringen die aan de klanten van de DSB Bank werden verkocht. ,,Maar het was een andere tijd en DSB was daarin niet uniek.’’

Direct na het faillissement werd afscheid genomen van 1300 van de 1700 medewerkers en in de jaren daarna werd het meeste werk uitbesteed en vertrokken er nog enkele honderden collega’s. ,,Het was best moeilijk om afscheid te moeten nemen van collega’s. Maar bij de reünie was het goed om te zien dat eigenlijk iedereen goed terecht is gekomen.’’

,,Ieder van ons heeft wel eens gedacht: ’moet ik niet eens wat anders doen?’ Maar de curatoren hebben altijd duidelijk gemaakt dat ze wilden dat we zouden blijven. We voelen ook de verantwoordelijkheid om het werk af te ronden. We hebben ervoor kunnen zorgen dat de spaarders hun geld terug hebben gekregen.’’

Huur betalen

Rutger Schimmelpenninck werd meteen na het faillissement aangesteld als curator, samen met Joost Kuiper die in 2010 werd opgevolgd door Ben Knüppe. ,,Er is ongelooflijk veel bereikt in de afgelopen tien jaar’’, zegt hij. De curator blikt terug op de eerste dagen en weken in oktober 2009. ,,Er waren 400.000 mensen met een rekening bij de DSB Bank. Die konden van de ene op de andere dag niet bij hun geld. Daarna konden ze 250 euro opnemen bij geldautomaten en we hebben ook nog een regeling gehad zodat de mensen eind oktober hun huur en zo konden betalen.’’

Het duurde gemiddeld drie maanden voordat de depositogarantstelling in werking was getreden en met het geld van de andere banken de spaarders met geld tot een bedrag van 100.000 euro konden worden betaald. Schimmelpenninck: ,,Toen was de grootste nood geledigd. Tegenwoordig moet de uitkering onder het depositogarantstelling binnen een week plaatsvinden. Veel mensen zaten echt in de piepzak.’’

,,Belangrijk is ook het moment geweest dat wij onze kleine privé schuldeisers die meer dan 100.000 euro op de rekening hadden staan, konden voorstellen dat wij hun resterende vorderingen - 26 procent van het totale bedrag - zouden afwikkelen. Wij zouden dan het hele bedrag kunnen betalen, maar daar stond tegenover dat ze zouden afzien van alle rentevorderingen.’’

Op 75 spaarders na deed iedereen mee aan de regeling. Knüppe: ,,200 mensen hebben we niet kunnen bereiken. Zij kunnen zich nog melden. Soms vinden we via Google of Instagram opeens nog mensen.’’ Het zijn echter vooral de banken, die garant stonden, die nog recht hebben op een kleine 900 miljoen euro ofwel 26 procent van de 3,7 miljard die ze hebben voorgeschoten.

Knüppe: ,,Zeker voor de mensen met meer dan 100.000 euro is het heel belastend geweest dat ze een aantal jaren op hun geld hebben moeten wachten, met alle zenuwen van dien. Daar zaten ook kleine zelfstandigen bij die geen normaal pensioen hadden, maar die hun centen op de bank hadden voor hun oude dag. Als dan zomaar alles boven de ton voorlopig verdwijnt dan is dat een hard gelag. Zeker als je niet weet hoe het afloopt.’’

Koopsompolissen

De crisis bij de DSB Bank was begonnen met de kritiek in de media op de producten van de bank. Knüppe: ,,Het ging niet alleen om de leningen, maar om alle producten die mee verkocht waren. Denk aan koopsompolissen, aandelenbeleggingsproducten en verzekeringen. DSB Bank wist goed naar zichzelf toe te rekenen bij het afsluiten van die producten. Ze waren duur en je kon je ook afvragen of al die producten ook altijd wel geschikt waren voor de betreffende klant. Wij kwamen tot de conclusie dat we moesten komen met een regeling voor alle klanten. Anders loop je het risico dat je bepaalde klanten anders behandelt en dat kan natuurlijk niet. We zijn toen in overleg getreden met belangenorganisaties over algemene oplossingen.’’

In 2011 kon dé compensatieregeling worden aangeboden aan de klanten. Zij konden een aanvraag indienen bij de curatoren om hiervoor in aanmerking te komen. Op individuele basis kregen klanten een compensatiebedrag toegewezen. Dit werd vervolgens in mindering gebracht op het leen- of hypotheekbedrag. Eind 2014 werd de regeling door het Hof Amsterdam verbindend verklaard.

,,Daarmee hebben we de oude zorgplichtproblematiek achter ons kunnen laten. Dat was heel belangrijk. Want de waarde van onze leningenportefeuille - hoe solide die ook was - hing heel erg af van de klachten die de klanten, de debiteuren, nog zouden hebben. Het heeft onze schuldeisers een lieve duit gekost, 322 miljoen plus uitvoeringskosten. Maar de leningenportefeuille was hiermee wel ontdaan van de smet uit het verleden.’’

Volgens Schimmelpenninck hebben de mensen die bij het failliete DSB bleven werken, ongelooflijk veel werk verricht. ,,Een van de grote klussen was dat alles nog op eigen ict-systemen draaide. Deze waren nog gebaseerd op MS-DOS. Alles moest over naar een modern platform. Dat was een gigantische operatie, maar als je wilt verkopen dan moet je alles op een moderne manier geadministreerd hebben.’’ Ook de verzekeringsbedrijven Waard Leven en Waard Schade - vroeger genaamd DSB Leven en DSB Schade - werden verkocht en er werden schikkingen getroffen met de bestuurders Scheringa en Hans van Goor.

Sinds 2018 hebben de klanten van het failliete DSB te maken met Finqus. Dit is een honderd procent dochter. ,,We zijn met de handelsnaam Finqus gaan werken omdat wij de indruk kregen dat onze klanten het niet prettig vonden om nog een lening te hebben lopen bij DSB Bank nv in faillissement’’, zegt Knüppe. ,,Toen het goed bleek te werken hebben we een stap verder gezet. Finqus is een erkende financiële instelling met een AFM-vergunning en klanten kunnen bij het klachteninstituut Kifid terecht. ,,Heel af en toe komen er nog wel eens klachten binnen, maar niet veel.’’

Over de afwikkeling van veel zaken is Schimmelpenninck tevreden. Wel steekt het hem dat er nog geen invulling is voor het museum in Opmeer. ,,Het is voor iets van een miljoen euro verkocht, dan hoop je dat er nog iets mee gebeurt.’’ Over AZ is hij wel tevreden. ,,Daar zat een grote vordering op. Die hebben we voor het allergrootste deel ingetrokken zodat AZ kon overleven. We hebben de vordering verkocht voor een euro met de bepaling dat we 15 procent van de verkoopopbrengst van voetballers zouden krijgen tot een bedrag van 4 miljoen. Na drie jaar was dat allemaal afgelost. Je doet op alle fronten je best. Ik ben elke keer weer blij als AZ goed speelt.’’

Het bedrag aan uitstaande leningen onder klanten is hoger dan de schulden bij de banken. Schimmelpenninck krijgt vaak de vraag of de bank wel failliet had moeten gaan. ,,Dan waren de mensen nog in dienst geweest en had je het verdienmodel moeten aanpassen zodanig dat je zonder schending van de zorgplichten geld zou verdienen. Dat zou een hele klus zijn geweest. In feite lag het verstrekken van leningen helemaal stil vanaf maart 2009 door alle negatieve publiciteit. Dus je had eerst weer positief in de publiciteit moeten komen. Ondertussen was er een run op de bank.’’ Knüppe: ,,Er was gewoon geen geld meer.’’

Volgens Knüppe zal er uiteindelijk ook niets overblijven. ,,De schuldeisers hebben ook nog recht op tien jaar rente. Dat is naar alle waarschijnlijkheid het sluitstuk bij het faillissement. En als er toch nog geld overblijft dan moet er eerst nog geld naar de schuldeisers van DSB Beheer. Die hebben slechts 21 procent van hun vorderingen betaald gekregen.’’

In 2009 voorspelde Schimmelpenninck dat de afwikkeling van het faillissement wel eens vijf tot tien jaar zou kunnen duren. Het heeft dus langer geduurd. ,,Ik denk dat we langzamerhand zo ver zijn dat de restantleningen kunnen worden verkocht, mogelijk inclusief Finqus, maar dat zal niet eerder dan in 2020 zijn.’’

Over wat er gaat gebeuren als het restant van de leningen - met of zonder Finqus - aan een andere partij worden verkocht, denkt Jan Keet niet te veel na. ,,Ik heb niet de illusie dat we allemaal meegaan naar een andere partij. Ik denk dat ik hier zelf nog een paar jaar nodig ben. Ik ben vanaf het begin bij de bank betrokken. Het zou mooi zijn om het ook helemaal af te kunnen ronden.’’

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.