Premium

Alexander Smit (25) sliep tot voor kort in zijn tentje op een festivalterrein in Waarland. Inmiddels heeft hij een warme slaapplek, maar: ’Het liefst ga ik de straat weer op en buiten slapen’

Alexander Smit (25) sliep tot voor kort in zijn tentje op een festivalterrein in Waarland. Inmiddels heeft hij een warme slaapplek, maar: ’Het liefst ga ik de straat weer op en buiten slapen’
Alexander Smit (25) woont nu in een pipowagen. Maar voor hoe lang nog?
© Erna Faust

Dorpsbewoners herkennen hem aan de vuilprikker, waarmee hij iedere winter door de omgeving van Waarland loopt. En zijn excentrieke uiterlijk: hij heeft zich al maanden niet geschoren. Bewust. Alexander Smit (25) maakt het allemaal niets meer uit hoe mensen over hem denken.

Tot voor kort slaapt Alexander in een tentje op het terrein waar muziekfestival Badpop elk jaar is. Nu heeft hij een pipowagen op het Zorgerf Waarland aan de Westkade. Maar of hij daar nog lang in blijft zitten? „Ik wil graag de straat weer op en buiten slapen. Toch, nu ik een dak boven mijn hoofd heb, ben ik gaan twijfelen. Bij een verwarming kunnen zitten, is fijn. Ik besef wat ik achterlaat als ik hier de deur weer achter me dicht trek.”

Alexander vertelt ontspannen over zijn verleden. Hij groeit op in Waarland. Op de basisschool is hij goed in wiskunde en begrijpend lezen. Best een pienter joch. Ook al is hij eigenwijs en soms wat druk, toch mag hij naar de havo. Op het Regius in Schagen leeft hij z’n leven als iedere andere leerling. De lessen vindt hij ’natuurlijk’ maar saai. En net zoals de rest heeft hij nog geen idee wat hij met zijn leven aan wil. Ja, later astronaut worden, maar dat is niet meer dan een jongensdroom. Het enige dat hij zeker weet, is dat hij geen zin heeft in een negen tot vijf-baan.

Op school ontstaan de grootste zorgen nadat Alexander blijft zitten in de tweede. Steeds meer leraren raken ervan overtuigd dat er wat aan de hand is. Hij gooit er met de pet naar. En er klapt ook nog een heftig skiongeluk achteraan, waardoor hij een halfjaar niet naar de les kan. Binnen de kortste keren meldt hij zich op het vmbo kader, twee niveaus lager. Als een teleurgesteld joch dat vecht tegen zichzelf en vooral de maatschappij.

„Daar ging het mis”, vat Alexander samen. „Ik zat vol onvrede. Als jonge gast ligt het allemaal aan de buitenwereld. Ik vond op internet de kanalen die mijn kijk op de wereld bevestigden. Elke dag zette ik filmpjes aan, waarin werd uitgelegd hoe slecht de wereld was, die mijn boosheid voedden. Ik besef dat ik daardoor in een negatieve spiraal terecht kwam.”

Sindsdien gaat het van kwaad tot erger. Op zijn achttiende, met een diploma op zak, is Alexander klaar met Nederland. Hij gaat naar zijn oom in Griekenland. In die tijd begint hij ook met blowen. „Heel heftige psychedelische drugs”, zegt hij. „Het lijkt alsof je vijf uur lang in een droom leeft met de anderen om je heen. Daar ben ik na een tijdje gelukkig mee gestopt.”

Het verhaal gaat verder onder de foto.

Alexander Smit (25) sliep tot voor kort in zijn tentje op een festivalterrein in Waarland. Inmiddels heeft hij een warme slaapplek, maar: ’Het liefst ga ik de straat weer op en buiten slapen’
Alexander Smit heeft een tijdje in een tentje op het Badpop-terrein in Waarland gewoond. Zijn voornaamste bezigheid overdag is vuilnis opruimen.
© Foto Erna Faust

Elke winter komt Alexander terug naar Nederland. Hij loopt er in het begin soms als een kraai over straat. Altijd boos, hoofd omlaag, geen zin in contact. Hij werkt nog een tijdje op het land, maar gaat al snel vuilnis opruimen. En hij neemt salie mee uit Griekenland en verhandelt het aan horecaondernemers in West-Europa. Om met hen in contact te komen zoekt hij ze hoogstpersoonlijk op. Dan slaapt hij in de betreffende stad onder een brug.

Nu is hij weer in Nederland. Zijn tentje staat tot voor kort op het festivalterrein van Badpop. Daar wordt hij na een paar weken weggelokt. Hij krijgt een pipowagen, waarmee hij op het Zorgerf Waarland mag staan. Er staat een kratje met lege bierflesjes voor de deur en overal liggen lege verpakkingen. Er zitten donkere prutvlekken op zijn broek. Toch is hij gelukkig. En dat straalt hij ook uit.

Leeftijdsgenoten hebben een baan, huis en misschien al een kind. Waarom leid jij dit leven nog?

„Bewust. Eerst uit onvrede. Ik was op zoek naar een manier om mezelf af te zetten van de maatschappij. Er klopte allemaal maar niks van, vond ik. Door vuilnis op te ruimen, zou ik bijdragen aan een betere wereld. De laatste twee jaar heb ik een andere kijk op de wereld gekregen. Ik probeer te leren hoe het anders kan, met een positieve blik. Door op te ruimen krijg ik nu vooral veel energie. Als ik ergens mee bezig ben, voel ik me nuttig. Ik merk het als ik mensen op straat tegenkom. Ik straal uit dat ik gelukkig ben. Dat krijg ik ook van ze terug: dat ze het leuk vinden om me zo bezig te zien.”

Je komt terug in Waarland en belandt in een pipowagen. Waarom had je niet je tent op kunnen zetten in de tuin van je ouderlijk huis?

„Ik heb veel ruzie met mijn vader gehad. Drie jaar geleden was mijn moeder net overleden. Ik woonde even bij hem in het achterhuis. Mijn vader vond me depressief. Hij wilde dat ik met een psychiater zou praten. Ik belandde al snel in de instelling Geestercogge in Schagen. Er werd daar gezegd dat ik niet voor mezelf kon zorgen, dat ik mogelijk schizofrenie heb. Ik ben drie keer gevlucht, totdat ik te horen kreeg dat er niks aan de hand was. Maar dat was voor de vader-zoon-relatie natuurlijk een heel moeilijke periode. Er zat vaak politie achter me aan. Alsof je in de videogame GTA zit: je weet dat er op je gejaagd wordt, dus hebt constant ogen in je rug. Gelukkig is het contact beter geworden. Mijn vader en ik spreken elkaar nu eens per drie weken.”

Niet om het een of ander, maar al die lege bierflesjes en verpakkingen... Is het niet ergens logisch dat ze zeiden dat je niet voor jezelf kunt zorgen?

„Haha, ik snap dat je dat zegt. Maar ik leef al jaren op mezelf. Natuurlijk is dit rommel. Maar na een tijdje gooi ik alles in een vuilniszak en is het weer weg. Voor jezelf zorgen is eerder een manier vinden om te kunnen overleven, zonder criminele dingen ervoor te doen. Zo kijk ik ernaar.”

Hoe is het om op straat te leven? Wat denk je de eerste nacht?

„Het kan eng zijn. In het begin vooral. Je bent gewend elke nacht op dezelfde plek te slapen. Ineens ga je uit je comfortzone. Elke dag start ergens anders. Het is leerzaam, want daardoor heb je minder vaste grond onder je voeten. Het vergroot je zelfstandigheid.”

Krijgt iemand die in zo’n pipowagen zit iets mee van wat er in de wereld gebeurt?

„Ja, ik vind het goed om naar de radio te luisteren. Dat doe ik via een oude laptop. Radio 1 staat vaak op. Breedte-interviews over de actualiteiten, daar geniet ik van. Op de een of andere manier is het wel een goed gewicht om te dragen, dat ik dat luister. Ik doe kennis op van wat er nu speelt en word er wijzer van.”

Zou iedereen eigenlijk zoals jij moeten leven?

„Haha, nou… Ik denk dat er wel wat uit te leren valt. Zien dat het anders kan. Maar ik zie ook wel de kracht van het kapitaal. Europa is daardoor een plek waar iedereen veilig kan werken. Om dat te waarborgen, heb je kapitaal nodig. Daar zie ik ook wel het nut van in.”

Hoe lang blijf je nog in deze pipowagen zitten?

„Het kriebelt om weg te gaan. Je kunt tegenwoordig zulk goed materiaal kopen, dat je tent nooit lekt. Als ik de hele dag vuilnis opruim en ik zet hem ’s avonds op, dan slaap ik zonder moeite. Buiten slapen geeft een kick.”

Wat zou jij met je laatste geld doen?

„Voor die vraag heb ik vaak genoeg gestaan. Ik zou het eerder uitgeven aan wiet dan aan eten. Dat klinkt misschien gek, maar voor mij is het logisch. Ik zie het niet zo dat ik dan misbruik maak van iemands geld. Als ik iets van mensen krijg, omdat ik vuilnis aan het opruimen ben, dan is het eerder eten dan wiet.”

Tien minuten na het interview gaat de telefoon. „Je vroeg natuurlijk wat ik met mijn laatste geld zou doen. Ik heb ook vaak genoeg van m’n laatste geld eten of wiet gedeeld.”

Meer nieuws uit Keuze van de redactie

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.