Premium

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God
Haarlem

’Haarlem heeft laatst een paar weken zonder aardappelen gezeten, het eten van de gaarkeuken was dunne soep, en alle dagen weer soep, of enkel groenten met water of groente met suikerbieten, gewoon vreselijk...’

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

In een brief van 1 januari 1945 vertelt Mies Hulleman-Mekking haar jongste zus Jo over een steeds nijpender wordende situatie in Haarlem.

Jo is maanden eerder vanuit het door de Duitsers ontruimde en geplunderde Arnhem via Velp naar Ede uitgeweken. De Hongerwinter is begonnen en laat zich vers in het nieuwe jaar van zijn lelijkste kant zien.

Er heerst schaarste. Mies’ echtgenoot Henk is die Nieuwjaarsdag al vroeg met twee collega’s op de fiets naar Anna Paulowna vertrokken in de hoop daar de komende dagen wat eten te kunnen krijgen. De mannen hebben het rantsoen voor de hele week mee. ’Je moet geluk hebben’, weet Mies, ’sommigen brengen niets mee, anderen aardig wat.’

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God

Het Haarlemse relaas van Mies Hulleman over die eerste januaridag van het laatste oorlogsjaar is een van de brieven in een indrukwekkend boekwerk dat deze maand in kleine oplage is verschenen. ’Brieven aan Jo’ bevat een deel van de ruim honderd brieven die de in 1903 geboren Johanna Alberdina Mekking tussen Dolle Dinsdag (5 september 1944) en enkele maanden na de oorlog ontving van familie, vrienden en collega’s.

De in privékring gedeelde, heel persoonlijke verslagen geven een uniek beeld van de laatste, moeilijke oorlogsmaanden in Nederland. Ze betreffen onder meer ooggetuigenverslagen van de evacuatie na de Slag om Arnhem in september ’44, van de Sinterklaasrazzia in Haarlem en het bombardement op het Haagse Bezuidenkwartier in maart ’45, waarbij het huis van broer Henk en zijn vrouw maar net aan gespaard blijft. Het zijn verhalen over schaarste, angst, het hoofd boven water houden en een rotsvast vertrouwen in God.

In tijden van coronacrisis met wc-papiergebrek is het tamelijk relativerend materiaal om te lezen.

’Bewaren!’

Samensteller van het boek is Jo’s achterneef, de Haarlemmer Gert de Groot (1947). Hij is de kleinzoon van Jo’s oudste zus Ger en haar man Jan. Alweer zo’n twintig jaar geleden, bij het leegruimen van de zolder van zijn ouders, trof hij een kleine ordner aan met een briefje erbij: ’Voor Jan, bewaren!’ Oudtante Jo had haar brieven nagelaten aan haar neef, De Groots vader.

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God
Gert de Groot, achterneef van Jo Mekking.
© Foto United Photos/Paul Vreeker

Dat ze bewaard moesten blijven, was duidelijk. Tante Jo had ze belangrijk gevonden immers. Maar wat er verder mee moest gebeuren, wist eigenlijk niemand.

„Tot mijn zus Elizabeth het een paar jaar geleden weer eens in de groep gooide”, vertelt De Groot. „Zij had het pakketje in bewaring. Omdat ik na mijn pensionering een beetje met genealogie aan de gang ben gegaan, keek ze daarbij nadrukkelijk naar mij.”

Aanvankelijk dacht De Groot de brieven misschien te kunnen gebruiken om de familieverhoudingen voor hemzelf een beetje beter in kaart te krijgen. Tot hij de brieven daadwerkelijk ging lezen. „Daarbij was de hulp van mijn vrouw Tineke onmisbaar. Als verpleegkundige is zij gewend doktershandschriften te lezen; dat kwam erg van pas bij het ontcijferen van de soms erg kriebelig geschreven brieven.”

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God
Het gezin Mekking begin vorige eeuw. Jo tussen vader Cristiaan en moeder Johanna in. Daaromheen Henk, Ger, Mies en Riek

Gaandeweg werd duidelijk wat de brieven allemaal vertelden over het verloop van die laatste oorlogsmaanden en het eerste herstel in de maanden na de bevrijding. Toen werd ook duidelijk dat ze ook voor buiten de eigen familiekring van waarde konden zijn.

Al hebben ze voor De Groot ook zeker dingen scherper gemaakt over zijn eigen familie.

„Als we bij opa Jan en oma Ger waren, dan was tante Jo daar vrijwel altijd ook. Zo ken ik haar. Nu begrijp ik pas goed waarom die band tussen die twee zussen zo sterk was. Hun vader overleed in 1910 - Jo was toen 8 jaar. Moeder Johanna stond er alleen voor met vijf kinderen. Logisch dat Ger, de oudste van toen 21 jaar, zich over haar jongste zusje ontfermde, die bovendien door kinderverlamming minder valide was. Zij zijn ook samen geëvacueerd uit Arnhem en naar Ede gegaan.”

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God

„Bijzonder vond ik te zien dat de collega’s van het notariskantoor waar Jo werkte na de evacuatie contact bleven houden. En er zijn dingen over de oorlog die ik niet wist. Dat in de Hongerwinter in Haarlem alle bomen werden gekapt om te stoken, bijvoorbeeld. Er is een intrigerende brief over een zondagse razzia waarbij de vrouw van de dominee, mevrouw Siertsema, de kerkgangers net op tijd weet te waarschuwen. Wat ook opvalt: het geloof en vertrouwen in God dat steeds naar voren komt binnen mijn familie. Het zijn zeer gelovige mensen.”

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God
Jo’s persoonsbewijs uit de oorlog.
© Foto familiearchief

Hier en daar brengt het leed een glimlach. Als Mies vertelt over een burenruzie over de verdeling van de te kappen bomen in de straat en haar Henk de door de overburen al geclaimde boom voor hun huis herovert door er in te klimmen en een paar grote takken af te zagen.

Dat het leed na de bevrijding nog lang niet geleden is, blijkt uit een hartverscheurende brief van vriendin Thé, gedateerd 9 maart 1946. Jo en Thé raakten elkaar in september ’44 kwijt en vinden elkaar na de oorlog pas weer.

Thé verloor onder meer haar zusje Tineke in concentratiekamp Mauthausen, haar zwager werd vergast in Auschwitz, een andere zus verongelukte, evenals een neef. Wekenlang trok ze na de oorlog langs ziekenhuizen en gestichten in België op zoek naar twee vriendinnen die haar zusje moest hebben gehad. Uiteindelijk vindt ze ze. Ze hebben van Tineke twee zelf geborduurde zakdoekjes, een lokje van haar haar en haar as.

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God
De vrijwel volledig verwoeste Sint- Eusebiuskerk in Arnhem in 1945. De foto is gemaakt door Jan de Groot, zwager van Jo en opa van boeksamensteller Gert de Groot.
© Foto familiearchief

Het boek is verschenen bij uitgeverij Pirola (ISBN 9789064558948) en te verkrijgen via een mail naar gertdegroot@kpnmail.nl. Het is in Haarlem tevens te koop bij Boekhandel De Vries Van Stockum en bij de Kennemer Boekhandel. Kostprijs 19,50 euro (+ eventuele verzendkosten).

Gedeeld oorlogsleed in ’Brieven aan Jo’: persoonlijke verhalen over angst, schaarste en geloof in God
Jo Mekking (1903-1985).
© Foto familiearchief

Meer nieuws uit Haarlem

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.