Premium

Socioloog-schrijver Abram de Swaan overleefde de oorlog, ondergedoken in Beverwijk. ’Ze loog dag in dag uit tegen de buren en kennissen dat ik, Hansje van Wageningen, een kind was uit een uitgebombardeerd huis van familie ergens in Twente’

Socioloog-schrijver Abram de Swaan overleefde de oorlog, ondergedoken in Beverwijk. ’Ze loog dag in dag uit tegen de buren en kennissen dat ik, Hansje van Wageningen, een kind was uit een uitgebombardeerd huis van familie ergens in Twente’
Abram de Swaan met in zijn handen de ‘glasslak’ die hij koestert als aandenken aan Beverwijk.
© Foto Michel Borzykowski
Beverwijk

Tientallen Joodse inwoners kregen in maart van het oorlogsjaar 1942 de opdracht om uit Beverwijk te vertrekken. Velen gehoorzaamden en gingen zo hun ondergang tegemoet. Toch zou Beverwijk voor een enkeling een veilige haven zijn.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Dat gold ook voor Abram de Swaan uit Amsterdam, destijds als baby van Joodse afkomst ondergebracht bij een familie in de Boogaardlaan. Hij overleefde de oorlog, groeide uit tot een vooraanstaand socioloog, denker en schrijver. In 2008 ontving hij de hoogste literaire prijs, de P.C. Hooftprijs.

Ontroerend

Abram de Swaan, emeritus hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam en auteur van tal van boeken, had in interviews weleens gezegd dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als Joodse baby was ondergebracht in Beverwijk. Zonder verdere details te noemen.

Hoe het precies zat, vertelt hij op verzoek van de krant. Het is een ontroerend verhaal. Ontsnapt aan laf verraad, gered door stille helden. Na de oorlog is hij herenigd met zijn ouders, die ook succesvol waren ondergedoken.

De ouders waren Hennie Roos en Meik de Swaan, beiden van Joodse afkomst en bekend in linkse en artistieke kringen in Amsterdam. Zij werkten in de oorlog voor het illegale Vrije Katheder, een verzetskrant voor linkse intellectuelen.

Na de oorlog was vader Meik, die in het dagelijks leven leiding gaf aan een succesvol familiebedrijf in jute zakken, nog enige jaren directeur van het blad. Moeder Hennie zou zich later ontpoppen als een van de voorvechters van Dolle Mina. ’Grootmoeder van de vrouwenbeweging’, zo werd de feministe bij overlijden genoemd.

IJmuiden

Eigenlijk was het toen jonge echtpaar in de meidagen van 1940 van plan geweest om het land te ontvluchten via IJmuiden. Dit vertelde moeder Hennie ooit in een interview, te lezen op joodsamsterdam.nl. Samen met onder meer de bevriende journalist Loe de Jong.

Ze waren al vlakbij de haven, maar de opzet mislukte jammerlijk op het laatste nippertje. Loe de Jong en de zijnen vertrokken zonder hen. Het paar ging terug naar Amsterdam, waar enige jaren later, op 8 januari 1942, hun eerste kind ter wereld kwam: Abram.

Socioloog-schrijver Abram de Swaan overleefde de oorlog, ondergedoken in Beverwijk. ’Ze loog dag in dag uit tegen de buren en kennissen dat ik, Hansje van Wageningen, een kind was uit een uitgebombardeerd huis van familie ergens in Twente’
Op het adres Boogaardlaan 10 in de Beverwijkse bomenbuurt vond de Joodse baby Abram de Swaan een veilig en welkom onderkomen.
© Foto Jan Butter

Onderduiken

In september van dat jaar werd het te heet onder hun voeten. Ze moesten onderduiken. Maar met een baby van acht maanden is het onmogelijk om je op een zoldertje of in een achterhuis muisstil te houden.

Vandaar dat kleine Abram noodgedwongen werd ondergebracht bij een schoonzus van de jonge moeder, tante Mien van Vliet in Haarlem. Nabij het Haarlemmerhout had zij een tehuis voor kinderen van zeevarenden. Daar gaf zij al onderdak aan een paar Joodse peuters en baby’s, vertelt de nu 78-jarige Abram de Swaan.

Abram de Swaan heeft vanzelfsprekend weinig eigen herinneringen aan zijn onderduik. Hij heeft het allemaal gehoord van zijn ouders en pleegouders. Het verhaal is dat het onderduikadres in Haarlem was verraden door de foute oom van een van de inwonende kinderen.

Waarschuwen

Die oom had laten blijken dat hij weet had van de Joodse onderduikertjes in het tehuis. Het negen à tienjarige neefje begreep meteen dat hij tante Mien moest waarschuwen. Gelukkig bijtijds. Net voor de Duitsers het kindertehuis binnenvielen, had zij de Joodse kinderen elders weten onder te brengen.

Zo kwam baby Abram terecht in Beverwijk, bij de zus van tante Mien, Zus genoemd, en haar man Henk van Wageningen, die een kantoorfunctie had bij Hoogovens. Het gezin Van Wageningen-van Vliet woonde in een jaren ’30 rijtjeshuis in de Boogaardlaan 10, in de bomenbuurt.

Soldaten

Ze hadden een dochter van negen jaar, Elly. Zo had Abram, die de naam Hansje had gekregen, op zijn nieuwe onderduikadres een grote zus. Die zich met veel overgave als een jong moedertje over hem ontfermde.

„Ze loog dag in dag uit tegen de buren en kennissen dat ik, Hansje van Wageningen, een kind was uit een uitgebombardeerd huis van familie ergens in Twente. Ze nam me mee uit wandelen in de kinderwagen en als dan een sentimentele Duitse soldaat me uit de wagen wilde tillen (die soldaten hadden vaak ook kinderen thuis moeten achterlaten), en als die dan iets prevelde van ’wat een schatje, met den schöne blaue Augen’, stond de kleine Elly trillend op haar benen te grijzen en gaf geen krimp. Zij is, klein als ze was en juist daarom, de heldin uit dit verhaal.”

Canada

Elly van Wageningen, de heldin van zijn leven, zou later naar Canada emigreren, waar Abram de Swaan haar weleens opzocht. „Ze had nooit over haar oorlogsverleden gepraat, bij haar dood bleek dat zelfs haar kinderen van niets wisten. Ik heb toen iets daarover opgeschreven, dat werd voorgelezen tijdens de herdenkingsdienst. Het werd zelfs door de plaatselijke krant overgenomen.”

De Swaan bewaart goede herinneringen aan zijn onderduikouders.

„Vader Henk van Wageningen en moeder Zus waren lieve ouders, die goed voor mij gezorgd hebben. Elly vertelde dat tijdens de Hongerwinter Henk op hongertocht ging en terugkwam met niet meer dan een zakje bonen. De bonen werden geteld en eerlijk verdeeld. Zij kreeg er vijf en ik drie. Dat lijkt mij sterk. Maar dat het verhaal iets weergeeft van een herinnering aan barre honger is aannemelijk.”

Herenigd

Na de oorlog werd de inmiddels driejarige Abram herenigd met zijn natuurlijke ouders, die eveneens veilig uit hun onderduik waren gekomen. „Het afscheid van mijn pleeggezin moet moeilijk geweest zijn. Ik wist niet beter, of ik hoorde daar thuis.”

Ze hielden contact. „Van tijd tot tijd ging ik nog eens in Beverwijk logeren, ook om de overgang wat makkelijker te maken.”

Hij herinnert een bezoekje als vierjarige met zijn onderduikvader aan de smelterij van Hoogovens en de vloed van roodgloeiend staal. Hij laat een foto zien van een grillig glanzend voorwerp.

„Ik bewaar nog een ’glasslak’ als aandenken aan dat bezoek. Tot aan hun dood ben ik tegen mijn pleegouders pappie en mammie blijven zeggen. We kunnen allemaal heel trots zijn op Beverwijkers als Henk, Zus en Elly van Wageningen.”

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.