Tata IJmuiden duldt geen kritiek en wordt intussen uitgekleed door moederbedrijf | Commentaar

Tata Steel IJmuiden is een veelbesproken bedrijf. De staalgigant zorgt al generaties lang voor een goed belegde boterham voor duizenden werknemers in de IJmond en ver daarbuiten. Maar er is ook groeiende zorg over de gezondheidsrisico’s voor de omwonenden van een van Nederlands grootste vervuilers. Hoezeer het bedrijf zich ook inspant om dat stempel kwijt te raken.

De IJmond houdt van Tata maar haat het tegelijkertijd. Een spagaat waar het bedrijf zelf slecht mee omgaat. De bedrijfstop spant zich vooral in kritiek zoveel mogelijk weg te poetsen. Soms letterlijk, uit de gezondheidsonderzoeken van de GGD. Soms door semantische oorlogen met journalisten, die bijvoorbeeld het woord ’grafietregen’ niet mogen gebruiken. Of door glashard ontkennen wat iedereen allang weet. Zoals dat het ontslag van topman Henrar niet vrijwillig was. En nu weer de ontkenning dat er honderden miljoenen voor matige ICT-service naar India weggesluisd worden. Geld dat hier broodnodig is voor groene investeringen verdwijnt over de grens, terwijl werknemers in Nederland kunnen fluiten naar winstdeling en moeten vrezen voor hun baan.

Tata ontkent en bagatelliseert steevast alles wat ook maar een beetje naar kritiek riekt. De angst deze stalen broodheer te verliezen is groot in de IJmond. Maar is dat een reden om te zwijgen? Kritiek is juist gezond. Het kan er toe leiden dat een bedrijf zich extra inspant om groener te produceren. En het kan een steun in de rug zijn in de onderhandelingen met het inhalige moederconcern. Lange tenen zitten alleen maar in de weg.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.