De dood als een soort douanepost in Grote Kerk Beverwijk

Onder een grafsteen liggen vaak meerdere overledenen.

Onder een grafsteen liggen vaak meerdere overledenen.

Jan Kramer
Beverwijk

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit het geval is maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

„Laet loopen die loopen lust, onze tyt is verloopen, wij syn in rust” laten Evert Harmensen Claver (overleden 1654) en zijn huisvrouw Cornelisie (overleden 1653) op hun grafsteen beitelen.

Deze steen is te vinden bij de bar in de zuidbeuk. Vooral dat ’wij zijn in rust’ klinkt alsof ze deze situatie volledig aanvaarden, bijna alsof ze naar dit moment hebben uitgekeken. De dood is vele eeuwen gezien als een soort van douanepost waarachter de weg doorloopt. Dat is in onze tijd voor velen veranderd in een diepe afgrond waarvan je zo lang mogelijk weg moet zien te blijven. Zo is onze kijk op het levenseinde sterk veranderd.

Eindigheid

De kerk is een plaats waar men met de eindigheid geconfronteerd wordt. Wanneer er een kerkganger overlijdt wordt daarbij stil gestaan en dat betekent dat men ook vaak even bij zijn eigen sterfelijkheid stil staat. ’Momento Mori’, gedenk te sterven, en dat was niet moeilijk in die tijd want de gemiddelde leeftijd was laag en de kindersterfte hoog.

Tijdens de Republiek (1588-1795) is het begraven in de kerk voor iedereen die het zich kon veroorloven mogelijk. De Grote Kerk telde vijfhonderdzesenveertig graven. Elk graf bood plaats aan drie doodskisten boven elkaar. In veel gevallen behoorden de drie tot één familie en in sommige gevallen koos een familie voor slechts één kist in één graf. Men betaalde dan uiteraard wel voor drie, ruimte was schaars.

Een van de oudste grafzerken vinden we in de dooptuin. Het is een zerk uit 1472, behorende aan Elisabeth van Duijvenvoorde. Zij is vanuit een graf bij het Regulierenklooster, toen dat is verwoest, in de Grote Kerk herbegraven. Bij de restauratie van 1976 werd ter hoogte van de dooptuin een grafkelder ontdekt dat werd afgedekt door een steen. Het betreft een adellijke zerk behorende tot Cornelis van Oudewerve en Regina Hopperus. Zij bewoonden Huize Adrichem.

De grafstenen tonen huismerken en geslachtswapens waaraan een familie te herkennen was. Vanaf 1811 verbood Napoleon het begraven in de kerk. Koning Willem I stond dit weer toe, maar in 1827 werd dit voorgoed verboden.

Enkele zeer vermogenden lieten grafkapellen aan de kerk bouwen. De Grote Kerk telt nog drie aanwezige kapellen en een verdwenen kapel, waarvan nu alleen een kelder is overgebleven. Afgelopen voorjaar heb ik het Corverhof in Amsterdam bezocht. Dit is gebouwd van de nalatenschap van Joan Corver en Sara Maria Trip. Zij zijn begraven in de grafkapel aan de oostzijde van de noordbeuk.

De Grote Kerk vertelt

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit

het geval is maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks

te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.