Den Bosch is echt een aanrader: ver genoeg om weg te zijn en dichtbij als je ruzie krijgt | column

Richard Kemper

We waren een weekendje weg. „Was hoog nodig”, hoor je dan te zeggen, maar dat was niet zo. Sterker nog, ik denk stiekem dat we allebei een moord hadden gedaan voor een weekendje niks.

Maar we zijn omringd met stellen die er genoegen in scheppen om de hele tijd maar ontzettend gelukkig te zijn. Ze omhelzen elkaar na twintig jaar nog constant in gezelschap, ze laten ’toevallig’ spontane liefdesappjes die ze elkaar sturen zien of hebben een nieuwe trui aan en zeggen terloops ’van mijn lief gekregen’. Tja, dan ga je je op een gegeven moment toch afvragen of je wel alles uit je relatie haalt.

Ik denk niet dat volgens relatiegoeroe Esther Perel op zondagmiddag samen ’SBS De Grote Verbouwing’ kijken ook valt onder ’het vuur in je relatie aanwakkeren’ dus er moest wat gebeuren. Onze jongste was een weekend logeren dus hadden we echt geen excuus meer, hup die ene bh met al die bandjes die je nooit uit de knoop krijgt in de tas en erop uit! Het werd Den Bosch. Had mijn vrouw bedacht en ik snapte dat.

Het is ver genoeg om even weg te zijn, maar dichtbij genoeg om in geval van ruzie niet te lang over de terugweg te doen. Even voor de goede orde, het gaat hier prima hoor, maar zodra wij onszelf in een positie manoeuvreren waarbij een van de twee kan opperen om de kortste route naar het hotel te lopen moeten we oppassen.

Brabant. Ik heb er een haat-liefde verhouding mee. Brabanders zijn een beetje als corpsballen. Individueel zijn ze best leuk, maar zodra ze samenklonteren in een groep worden ze verschrikkelijk. Ze gaan heel hard praten, veel met ’de gekste’ en ’kei’ erin en zodra ze in de gaten krijgen dat je niet uit Brabant komt, nemen ze uitgebreid de tijd om je uit te leggen dat je heus niet zo arrogant hoeft te doen want zij hebben PSV, Philips, Groots met een zachte G, Theo Maassen, Bavaria en carnaval. Het heeft dan meestal geen zin om te vragen of ze ook zo trots zijn op hun onevenredig grote CO2-uitstoot door de varkensstallen en hun bloeiende XTC-productie. Brabanders… het zijn er ook zo veel! Waar ter wereld je ook komt, altijd als je net denkt dat je dat ene verlaten strandje hebt gevonden, hoor je weer vanachter een of ander rotsblok „Houdoe hè!”.

Maar in Den Bosch hebben ze worstenbroodjes, Bossche bollen en de Sint-Jan en vooral dat laatste maakt alles goed. Ik heb iemand weleens horen zeggen: „Naar de kerk gaan is hetzelfde als vreemdgaan: je gaat erin om de ware te vinden en je komt er met een schuldgevoel uit.”

Nou, niet bij de Sint-Jan. Want of je nou katholiek bent of niet, het gebouw is overweldigend. Bogen, beelden, koepels, schilderijen, glas in lood, altaars, orgels: Rome in Brabant. Dat is nog eens Groots met een zachte G. Maar het grootst waren de kleinste kaarsjes. Honderden, misschien wel duizenden, aangestoken door mensen, voor mensen. We hebben er dik een uur gezeten. Tussen de Brabanders.

Die muisstil waren. Ze kunnen het dus wel. Naar het hotel hebben we de lange route gelopen en dat boeide niks. En u raadt het al, eenmaal terug op de kamer zijn we meteen het bed ingedoken en hebben we het meest romantische gedaan wat we konden bedenken: drie afleveringen ’SBS De Grote Verbouwing’ achter elkaar kijken! Den Bosch, het is echt een aanrader.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.