Vluchten we straks massaal naar virtuele werelden? | column

Haroon Ali

Eigenlijk leven we al in de ’metaverse’, een virtuele wereld bovenop de echte. We kunnen steeds lastiger bepalen wat echt is, aangezien onze realiteit wordt vervuild door gefilterde selfies, deepfakes van prominente figuren en nepnieuws dat wordt verspreid door bots. Daarom aarzelde ik om de presentatie van Mark Zuckerberg te bekijken, waarin hij zijn eigen metaverse onthult.

Facebook, dat nu Meta heet, ligt namelijk al onder vuur vanwege algoritmes die haat en negativiteit aanwakkeren, de impact die het platform zou hebben gehad op wereldwijde verkiezingen en de bestorming van het Capitool, en die enge gezichtsherkenning – die na alle ophef binnenkort wordt uitgeschakeld. Dat gepoch over nieuwe werelden voelt dus als een afleidingsmanoeuvre.

In de flitsende presentatie, die een uur en een kwartier duurt, zie ik precies waar ik al bang voor was. Als het aan Mark ligt, vergaderen we in de toekomst niet via zoom, maar teleporteren we via een virtual reality-bril naar hysterische toverwerelden – zoals een jungle of een ruimteschip – waar onze collega’s onherkenbaar zijn door hun zelfgekozen avatar, bijvoorbeeld een robot of dinosaurus.

Tijdens meetings word je ook gevideobeld door familie, krijg je filmpjes doorgestuurd van vrienden, terwijl je naar een andere plek in de metaverse wandelt. Je hopt van virtuele meeting naar virtueel concert naar virtuele gymsessie. Dat is vragen om een burn-out, maar Mark oogt ontspannen in deze gekte. Hij is al een soort robot, met mechanische handgebaren en ogen die te weinig knipperen.

De mens kan werk en privé al moeilijk scheiden, en onze aandachtspanne wordt steeds korter. Ik stuur ook mails vanaf de wc, check het nieuws tijdens een Netflixserie, en app met anderen terwijl ik tegenover een vriend in de kroeg zit. Online en offline lopen in elkaar over, zonder duidelijke sociale regels. Wat moet je antwoorden als een vage kennis vraagt waarom je hem hebt ontvolgd?

Precies tien jaar geleden schreef ik een essay waarin ik groots aankondigde dat ik van Facebook afging. Het artikel sloeg aan en werd veelvuldig geciteerd in de media. De grap is dat ik een jaar later weer een nieuw account aanmaakte. Ik wil namelijk dat mijn stukken worden gedeeld en nieuwe lezers bereiken, en sociale media zijn – helaas – de meest effectieve kanalen om dat te doen.

In 2021 ga ik er wel iets slimmer en terughoudender mee om. Appen doe ik zo kort en bondig mogelijk. Op Twitter, Facebook en Linkedin deel ik alleen werkupdates. Ik vind mezelf te oud om lollig te doen op TikTok, dus ik kijk alleen naar filmpjes – soms een uur achter elkaar, dan een paar dagen niet. Alleen Instagram gebruik ik actief, volgens mijn iPhone gemiddeld een uur per dag.

Sociale media zijn niet meer weg te denken. Door schade en schande hebben we inmiddels zorgvuldig geregisseerde alter ego’s, die per kanaal verschillen, inclusief serieuze of juist zwoele profielfoto. Dat zijn al avatars. Nu de ’echte’ realiteit steeds grimmiger wordt, zal een vlucht naar het virtuele voor velen aantrekkelijker worden. Maar de vraag is of ons menselijke brein dat aankan.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.