Dakkappelletje meneer? Belt u over negen maanden nog maar eens | column

Robbert Minkhorst

Toen de bevriende buurman twee deuren verderop de badkamer wilde laten verbouwen, kreeg hij te horen: ’Over acht maanden bent u de eerste!’

Sinds de coronacrisis zijn we als dollen aan het vertimmeren, sleutelen en verbouwen. Nieuwe tuinen, keukens, uitbouwen en andere ingrepen laten de prijzen omhoogschieten en maken vaklui met de week schaarser. Materialen trouwens ook. In een tijd waar alles nu moet, zal dat zonder meer tot nieuwe frustraties en teleurstellingen leiden. Dakkappelletje meneer? Belt u over negen maanden nog maar eens.

Het kan altijd gekker. Denk ik. Beeld je eens in. Een branche die al bijna overkookt vanwege de economische vraag krijgt een extra stimulans met een grandioze subsidieregeling voor verbouwingen.

Superbonus heet hij in Italië. Het was een nobel streven van de autoriteiten: een sector die het aanvankelijk moeilijk had vanwege corona weer op de been helpen. Nederland legde bedrijven aan de ketting (en aan het infuus), Italië wilde de bouw juist op gang jagen. Dus werden twee subsidieregelingen opgehoogd van 50 naar 110 procent.

Wij dachten met ons aankomende huis in Italië mee te liften. Reken overigens niet op geld toe, dat krijg je alleen als je alles zelf regelt. Met de formidabele bureaucratie in het land is dat onbegonnen werk. Het duurde ook een half jaar voor de markt begreep hoe de regeling werkt. Toen banken en bouwbedrijven, die tien tot dertig procent van de superbonus afromen, dat eenmaal door hadden, ging het lopen.

Het is hier een gekkenhuis, schreef een Nederlandse bouwbegeleider mij. Onze beoogde aannemer heeft pas in juni volgend jaar tijd. Dat is te laat voor onze superbonus. Mentaal was ik voorbereid op de ’Ik Vertrek’-nachtmerries waar op onverklaarbare wijze renovaties worden stilgelegd. Maar een bouwstop voor we überhaupt begonnen zijn?

Meer nieuws uit IJmond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.