Vijf-uurregel plaatst sportverenigingen in onmogelijke positie; als je een verbod wil, zeg dat dan | commentaar

Yvo Grote

Bij de sportverenigingen snappen ze er inmiddels helemaal geen pepernoot meer van. Geen amateursport meer na vijf uur. Na de persconferentie van Rutte en De Jonge werd in menig bestuurskamer in het weekeinde koortsachtig overlegd. Tja, hoe nu verder?

Vertoonden de coronamaatregelen voor sportclubs, hoe onpraktisch sommige ook, tot dusver nog enige logische samenhang, de ’vijf-uurregeling’ die zondagavond voor ten minste drie weken inging, roept alleen verbijstering op. Sporten gebeurt immers bij uitstek na schooltijd en werk, na 17 uur dus.

Voor het weren van publiek en het beperken van de toegang tot de kantines was voor de clubs in elk geval nog begrip op te brengen; drommen mensen op sportparken kon even niet. Verenigingen gingen er gedwee en naar behoren mee om. Zo ook met de andere regels die ze werd opgelegd; alleen onderlinge wedstrijden, training met maximaal vier personen, QR-codecheck en noem ze maar op.

De nieuwe regeling plaatst de verenigingen in een onmogelijke positie. En niet de alleen de verenigingen, ook de bonden weten het even niet meer. De amateurvoetballers opperen dan alles in de decembermaand maar te schrappen, dus ook de competitiewedstrijden in de weekeinden. Want wedstrijden spelen zonder training is onverantwoord, luidt de redenering en daar hebben ze zeker een punt. De hockeybond wil vooralsnog haar leden wel in de weekeinden tot vijf uur laten spelen, dan maar zonder doordeweekse training. Verenigingen piekeren zich suf over varianten, zoals het verplaatsen van alle trainingen naar de weekeinden in december en de competities hervatten in januari als het (hopelijk) weer kan. En zo wikt en weegt elke sportorganisatie over de vraag hoe nu verder.

Telkens was het uitgangspunt om (buiten)sporten zolang het kon door te laten gaan, vanuit de noodzaak ook om mensen een uitlaatklep in bittere tijden te bieden. De vijf-uurregel is voor verenigingen echter onwerkbaar. Het verbieden van sportactiviteiten na dat tijdstip staat ongeveer gelijk aan een totaal sportverbod. En als dat de bedoeling is, wees er dan duidelijk over. De bal ligt nu bij de Tweede Kamer, die de amateursport nog kan vrijwaren van dit onnavolgbare en onzinnige besluit.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.