Stadionramp Afrika Cup roept akelige herinneringen op bij Piet Keur: ’Het blijft een heel raar idee’ Oud-speler Haarlem en AZ krijgt de kriebels

Spelers van Haarlem en Spartak tijdens een benefietwedstrijd voor de slachtoffers en nabestaanden.

Spelers van Haarlem en Spartak tijdens een benefietwedstrijd voor de slachtoffers en nabestaanden.© Archieffoto

Piet Keur, 3e van rechts boven, tijdens een reünie van zijn team.

Piet Keur, 3e van rechts boven, tijdens een reünie van zijn team.© Archieffoto

Piet Keur (l.) kopt in de wedstrijd tegen Spartak.

Piet Keur (l.) kopt in de wedstrijd tegen Spartak.© Archieffoto

1 / 3
Door Jeroen Kapteijns
Haarlem

De Afrika Cup in Kameroen is opgeschrikt door een stadionramp. Bij een stormloop van Kameroense voetbalfans bij het Olembe Stadion in de hoofdstad Yaoundé voor de wedstrijd Kameroen-Comoren zijn zeker acht mensen om het leven gekomen en zeker vijftig gewonden gevallen.

De ramp in Yaoundé roept herinneringen op aan andere stadionrampen zoals die op Hillsborough, Ibrox en de Heizel-ramp. Maar ook een Nederlandse club was betrokken bij een stadionramp, wellicht de ernstigste ooit in de voetbalhistorie.

HFC Haarlem, dat op de dag af twaalf jaar geleden door een faillissement ophield te bestaan, was in de jaren tachtig nog een respectabele Eredivisionist en had zich in het seizoen 1981/1982 voor de eerste en direct ook laatste keer in de clubhistorie geplaatst voor Europees voetbal. De roodbroeken schakelden in de eerste ronde AA Gent uit en reisden vervolgens naar Moskou voor een confrontatie met Spartak Moskou. Niemand had kunnen denken, dat er bij dat duel een enorme catastrofe zou plaatsvinden.

Te sterk

Haarlem verkocht in moeilijke omstandigheden de huid duur, maar Sparta Moskou was uiteindelijk toch met 2-0 te sterk. Bij de thuisploeg stond Rinat Dasajev, de doelman die in 1988 in de EK-finale geklopt werd door de volley van Marco van Basten, op doel. Haarlem-trainer Hans van Doorneveld had in het immense Luhzniki-stadion de beschikking over spelers als Edward Metgod, Martin Haar, Wim Balm, Gerrie Kleton, Keith Masefield, Chris Verkaik en Piet Keur.

Keur kan zich nog altijd opwinden over hoe er in de Sovjet-tijd is omgegaan met de slachtoffers en hun families. „Vijfentwintig jaar na de ramp zijn we terug geweest naar Moskou voor een benefietwedstrijd en de onthulling van een monument. Dat hebben journalist Edwin Struis en zijn broer Michael allemaal in gang gezet. Dat was een heel bijzondere ervaring. We speelden grotendeels met het team van toen, met Arthur Numan en Barry van Galen als gastspelers, tegen een team met Spartak-spelers uit die tijd. Toen hebben we op de Nederlandse ambassade gesproken met ouders, die hun kind kwijt waren geraakt en nooit te horen hadden gekregen wat er precies gebeurd was.”

Doofpot

,,Alles is in de doofpot gestopt door de autoriteiten. Ik zal het nooit vergeten, dat ik daar via een tolk een ouderpaar sprak, van wie de vader bij de KGB werkte, en zelfs met die achtergrond lukte het hem niet om informatie te krijgen. Hun zoon, een tiener, ging naar de wedstrijd en is nooit meer thuis gekomen. Echt dramatisch. Die gesprekken deden me heel veel. Ik weet ook nog, hoe blij die mensen waren, dat er door die benefietwedstrijd en het monument aandacht was voor de ramp. En hoe dankbaar ze waren, dat we daarvoor naar Moskou waren teruggekomen.”

Keur, later spelend voor onder andere FC Twente en Feyenoord, was de spits van het elftal. De nu 61-jarige Zandvoorter kan er veertig jaar later nog niet met zijn verstand bij wat er aan het einde van de wedstrijd is gebeurd in Moskou. „Het blijft een heel raar idee, dat je daar hebt staan voetballen en dat zoveel mensen die stonden te kijken na die wedstrijd om het leven zijn gekomen.”

Winter

De winter was in 1982 vroeg ingevallen in Moskou. Sneeuw en ijs maakten de trappen spiegelglad. Het heeft vermoedelijk een rol gespeeld bij de ramp. „Het was zo gruwelijk koud. Het was min tien, maar door de Oostenwind voelde het als min twintig. Zo koud had ik het nog nooit gehad. Alleen later op een tripje naar Lapland”, aldus Keur.

Aan het einde van die wedstrijd in het ijzig koude Moskou ontstond er hevig gedrang bij de uitgang van het Luhzniki-stadion, waarbij volgens officiële opgave 66 dodelijke slachtoffers te betreuren waren. Volgens ooggetuigen lag het werkelijke dodental veel hoger. Sommige schattingen spraken zelfs over 340 doden.

Dat was de officiële lezing van de autoriteiten, maar in werkelijkheid was er sprake van een catastrofe. Het duurde even, voordat het duidelijk was dat er dodelijke slachtoffers te betreuren waren. Het ging volgens berichten in Rusland om 66 doden, maar direct al waren er getuigenissen dat het om veel meer slachtoffers zou gaan. Keur: „Dat werd me pas echt duidelijk, toen ik werd uitgenodigd voor een programma van Mart Smeets, waarin ook Martin van den Heuvel zat. Die was Ruslanddeskundige en mee geweest met ons naar Moskou om ons te ondersteunen als tolk en kenner van het land. Dat was hard nodig in die tijd. In die uitzending kwam naar voren dat het veel ernstiger was dan we dachten. Onder andere door de getuigenis van tennisser Andrey Chesnokov.”

Valpartijen

Als 16-jarige jongen was de latere toptennisser Chesnokov in het gedrang terecht gekomen. Jaren later getuigde hij over wat hij had meegemaakt na Spartak Moskou-FC Haarlem. „Op de gladde trappen kwam het tot valpartijen, waarbij iedereen over elkaar heen viel. Je kreeg een soort domino-effect. Je kon geen kant meer op, de stalen leuningen verwrongen onder het gewicht van de massa. De mensen werden gewoon doodgedrukt. Zelf kwam ik ook in de verdrukking. Door op een gegeven moment van de trap te springen, schuin naar beneden, kon ik mezelf in veiligheid brengen. Tussen rijen van lichamen door, was er een kleine uitweg. Velen waren dood, sommigen staken hun handen uit om gered te worden, maar ze zaten met hun lichaam vast in de kluwen van mensen. Ze klampten zich vast aan mijn benen, maar ik kon ze er niet uittrekken. Eén jongen heb ik wel los weten te krijgen, die heb ik naar een ambulance gebracht. Maar ze konden niks meer voor hem doen, hij was dood. Beneden heb ik rijen lijken zien liggen. Naast elkaar, zeker een tennisveld lang. Ik heb alleen al die avond zeker honderd doden gezien. Dus het moeten er veel meer zijn dan 66.”

Theorieën

Er zijn meerdere theorieën over de toedracht van de ramp. Het bijzondere is dat het die avond bij Spartak Moskou-Haarlem helemaal niet overvol was in het Luhzniki. „Het was een stadion waar 100.000 mensen in konden, maar er waren er maar 20.000. Maar die hadden ze wel allemaal bij elkaar geduwd in een paar vakken”, weet Keur.

Een theorie is dat de late 2-0 een rol heeft gespeeld bij de ramp. Supporters, die op weg naar de uitgang waren, zouden zich hebben omgedraaid, waardoor gedrang ontstond. Spartak Moskou-speler Sergei Shvetsov verzuchtte later: „Had ik dat doelpunt maar nooit gemaakt.”

Bepalend is sowieso geweest, dat de politie en stadionleiding besloten hadden om niet alle beschikbare poorten te openen, mogelijk om baldadige jongeren, die met sneeuwballen en vuurwerk naar de agenten hadden gegooid eruit te kunnen pikken. De zich naar buiten verplaatsende massa liep zich vast in het donkere trappenhuis met glibberige trappen, waardoor er valpartijen ontstonden en mensen verdrukt werden. Zonder repercussies bleef de ramp niet. Een jaar later zou Joeri Pantsjichin, de stadionbeheerder, die pas net in functie was, veroordeeld worden tot achttien maanden strafkamp.

Opwinden

Keur kan zich nog altijd opwinden over hoe er in de Sovjet-tijd is omgegaan met de slachtoffers en hun families. „Vijfentwintig jaar na de ramp zijn we terug geweest naar Moskou voor een benefietwedstrijd en de onthulling van een monument. Dat hebben journalist Edwin Struis en zijn broer Michael allemaal in gang gezet. Dat was een heel bijzondere ervaring. We speelden grotendeels met het team van toen, met Arthur Numan en Barry van Galen als gastspelers, tegen een team met Spartak-spelers uit die tijd. Toen hebben we op de Nederlandse ambassade gesproken met ouders, die hun kind kwijt waren geraakt en nooit te horen hadden gekregen wat er precies gebeurd was. Alles is in de doofpot gestopt door de autoriteiten. Ik zal het nooit vergeten, dat ik daar via een tolk een ouderpaar sprak, van wie de vader bij de KGB werkte, en zelfs met die achtergrond lukte het hem niet om informatie te krijgen. Hun zoon, een tiener, ging naar de wedstrijd en is nooit meer thuis gekomen. Echt dramatisch. Die gesprekken deden me heel veel. Ik weet ook nog, hoe blij die mensen waren, dat er door die benefietwedstrijd en het monument aandacht was voor de ramp. En hoe dankbaar ze waren, dat we daarvoor naar Moskou waren teruggekomen.”

Meer nieuws uit Sport Regionaal

Meest gelezen