Slaaptabletten als niets anders helpt | column

Hanneke van den Berg

Als tiener vond ik slapen zonde van mijn tijd. Er was zoveel te beleven in de wereld, zoveel te lezen, er waren nieuwe dingen te leren en ik wilde bewijzen dat ik ertoe deed op aarde, zeg maar.

Ik gleed pas uitgeput in bed als er niets meer te doen was. De volgende ochtend opstaan en weer naar school fietsen bleek nooit een probleem. Ik kon de hele wereld aan.

Nu ik ouder word en mijn lijf hartgrondig protesteert als ik weer eens te weinig slaap heb gehad, ben ik tot veel bereid om weer een goede nachtrust te krijgen. Daarvoor moet ik uiteindelijk de oorzaak achterhalen. En dat ga ik ook proberen. Maar ik weet dat ik eerst het ritme moet zien te doorbreken waarin ik diep in de nacht wakker word en niet meer in slaap kom.

Dat ritme raakte voor het eerst enkele decennia geleden verstoord, toen ik 17 was, net studeerde en mijn oudste zus in een psychose raakte en heel raar deed. Ik durfde nooit echt te gaan slapen omdat ik niet wist of ze voor onrust zou zorgen. Bovendien woonden mijn ouders toen in een ander land en ik in dezelfde stad als mijn zus, dus had ik de taak te beslissen of ik de crisisdienst moest bellen of de huisarts. ’We vertrouwen op jouw oordeel’, zeiden mijn ouders. Heel fijn, maar op zo’n jonge leeftijd kun je dat soort dingen eigenlijk nog niet aan.

Ik ben ervan overtuigd dat de zware verantwoordelijkheden en grote zorgen van overdag van invloed zijn op je slaapcylcus. In de periode waarin dat speelde - ik heb het nu over begin jaren tachtig - gaf de huisarts me voor het eerst slaaptabletten. Toen ik kinderen kreeg, heb ik die pillen jarenlang resoluut afgezworen. Ik moest er als alleenstaande ouder niet aan denken dat ik hun gehuil of geroep ’s nachts niet zou horen. Of dat een van hen dacht met schattig slaapzakje en al best de trap af te kunnen bonken, zonder dat ik het in de gaten had. Bovendien putten kleine kinderen zo uit dat ik toen ook niet zoveel moeite meer had met slapen.

De problemen op dat vlak kwamen een paar jaar geleden weer terug en de huisarts die ik nu heb, voorziet me ongeveer eens per jaar van een doosje slaappillen. Meer wil ik ook niet, omdat de kans op verslaving te groot is. De arts let daar goed op. Ze kijkt iedere keer naar de datum van het laatste recept om er zeker van te zijn dat ik ze niet te vaak bestel.

Maar als je met tranen in je ogen van frustratie in de donkerte blijft staren, kan het af en toe een redmiddel zijn. Al is het niet ideaal, want ik slaap hooguit vijf uur op één tablet en dat is niet voldoende. Twee tabletten tegelijk heb ik nooit durven nemen. Maar een enkele keer is zo’n pil toch beter dan drie uur slaap. Want dan loop ik echt tollend rond de volgende ochtend. Bovendien ben ik dan de hele dag kribbig, ongeduldig en begin ik zomaar te janken als iemand even onaardig is. En zo wil je niet door het leven, toch?

Dus blijf ik zoeken naar betere oplossingen en duik ik onder meer in de wereld van de voetreflexmassage, hypnotherapie, slaapcoach, etherische olie, een nachtje in een hotel met aandacht voor mindfulness en wat ik verder ook maar tegenkom. En dan komt alles goed. Toch?

Reacties kunt u mailen naar bijlageredactie@mediahuis.nl

slaapproblemen

Hanneke van den Berg is redacteur van deze krant en heeft al lange tijd slaapproblemen. In deze rubriek gaat ze op zoek naar allerlei mogelijke oplossingen en beschrijft haar ervaringen.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.