Al twee jaar staat een fietsvakantie in Spanje gepland. Maar het universum gooit stelselmatig roet in het eten voor Maaike en haar fietsvriend. Zou het dit keer wel lukken? | column

Maaike van der Plas

Soms vrees ik dat het universum probeert me een waarschuwing te geven die ik stelselmatig negeer. Toen een vriend en ik twee jaar geleden een fietsvakantie bij mijn peetvader in Spanje boekten, werd vijf dagen voor vertrek de eerste lockdown afgekondigd, wegens het destijds nog vrij onbekende coronavirus.

Ik herinner me dat ik tijdens het lopen van de visite op de afdeling neurologie mijn mobiele telefoon bij me droeg, die mij elke tien minuten liet weten dat alle medewerkers van de vliegtuigmaatschappij nog steeds in gesprek waren. Na acht uur in de wacht heb ik het opgegeven.

Nu hopen de vriend en ik op een herkansing. We hebben geboekt op het moment dat we behoorlijk zeker waren dat nieuwe coronamaatregelen geen roet meer in het eten konden gooien. De voorpret begon al vroeg: we fantaseerden over paella in het zonnetje, afkoelen in de jacuzzi, en fietsen in wat wielrenners ’kort-kort’ noemen.

Ik betaalde een Belgisch bedrijfje om mijn oude racefiets alvast naar Spanje te rijden; de vriend deed een serieuze (maar kortdurende) poging tot trainen en huurde toen een hybride exemplaar. Maar langzaam zagen we de weersvoorspellingen, die eerst uitsluitend zonnig waren, veranderen in bewolking.

Daar konden we op zich ook mee leven; misschien juist wel lekker, als het niet te warm is tijdens het wielrennen. Daarna kwamen er wat buitjes bij. Geen drama, daar valt wel omheen te fietsen. Toen werden buitjes echte buien en daalde de temperatuur tot een graad of twaalf. We begonnen ons enigszins zorgen te maken. Twee dagen voor vertrek bleek dat er een apocalyptische hoeveelheid regen te gaan vallen; de enige fiets waar we iets aan zouden hebben, was een waterfiets.

Paniekerig overleg over whatsapp. „Annuleren!”, adviseerde mijn peetvader. „Alles beter dan dit! Ga desnoods in Limburg fietsen!” We consulteerden onze agenda’s en na het verplaatsen van twee dozijn afspraken, konden we omboeken naar een week later. Op onze oorspronkelijke vertrekdatum ontwikkelde mijn reisgenoot een kuchje en kort daarna werd het bevestigd: ondanks drie vaccinaties en een eerdere besmetting met (vermoedelijk) de deltavariant, had hij weer het coronavirus te pakken. Terwijl mijn peetvader dagelijks een regenbulletin verzorgde, hield de vriend alle betrokkenen nauwlettend op de hoogte van de progressie van zijn (gelukkig milde) symptomen.

Terwijl op het werk de ene na de andere collega ten prooi viel aan het virus en ik daardoor mijn laatste dagdienst verruilde voor een avonddienst, kon ik me eigenlijk niet voorstellen dat de vakantie zou doorgaan. Dagelijks checkte ik nog wel de weerapp, maar ook toen ik de zonnetjes voor volgende week zag, bleef ik sceptisch. Pas toen ik gisteren hoorde dat de vriend al meer dan vierentwintig uur klachtenvrij was en zijn quarantaine officieel was opgeheven, begon er iets van voorpret terug te keren.

Inmiddels is mijn koffer ingepakt, verblijft de kat op haar logeeradres en heb ik ons online ingecheckt. Ik schrijf deze stukjes altijd een paar dagen voordat ze in de krant verschijnen, dus tegen de tijd dat u dit leest, zou ik in Spanje moeten zitten. En zo niet, dan leest u volgende week welke ramp ons nu toch weer uit dat land heeft geweerd.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.