Over de vele verdrinkingsgevallen doen we veel te laconiek | opinie

Bloemen voor een vijfjarige kleuter die verdronk in de Sloterplas.© Foto Ronald Bakker

Koen Breedveld

Volgens Koen Breedveld, directeur van Reddingsbrigade Nederland, moet zwemmen veiliger. Hij wil een campagne voor meer bewustwording, veiligere zwemlocaties en, niet te vergeten, zwemlessen. Dat laatste zou prima passen in de Rijke Schooldag waarvan na de zomer een trial van start gaat.

Iedere zomer komen er zo’n tachtig à negentig Nederlanders om bij het zwemmen en recreëren in het water. Nu het steeds warmer wordt en meer mensen de verkoeling van het water opzoeken, ligt een stijging op de loer. Als je bedenkt hoe weinig ervoor nodig is om te verdrinken en hoeveel leed een verdrinking veroorzaakt, verbaas ik mij erover hoe laconiek we hiermee omgaan. Alsof we hebben geaccepteerd dat het erbij hoort.

Risicogroepen

Hoewel verdrinking iedereen kan overkomen, zijn er risicogroepen. Mensen die niet uit een zwemcultuur komen, bijvoorbeeld. Die zien iemand in het water springen en denken: ’Dat kan ik ook!’ Het springen zal wel gaan en even zwemmen vast ook, maar wat mensen vaak lijken te vergeten, is dat er maar heel weinig voor nodig is om te verdrinken. Het water hoeft maar iets dieper te zijn dan jij lang bent. Binnen dertig seconden is het gebeurd. In verhouding verdrinken mannen vaker dan vrouwen en mensen met een lager inkomen vaker dan degenen met een hoger inkomen. Om het in, op en langs het water veiliger te maken, zijn er drie dingen nodig.

(Tekst gaat verder na de foto)

Koen Breedveld.© foto Suzanne Heikoop / SHe Fotografie

Ten eerste moet er een campagne komen om mensen meer bewust te maken van de risico’s. De meeste mensen weten wel wat een mui is en wat je moet doen als je daarin terecht komt, maar er is nog veel meer wat je in de problemen kan brengen.

Veiliger maken

Het water kan ineens stukken kouder of dieper worden, je kan te maken krijgen met golfslag, tegenwind… De zee is geen zwembad en dat besef is er nog onvoldoende. Daarnaast moet er worden geïnvesteerd in het veiliger maken van de plaatsen waar gezwommen wordt. Als we die twee punten aanpakken, weet ik zeker dat er een hoop verdrinkingen kunnen worden voorkomen.

Tot slot hebben we de zwemlessen. Daar zou echt eens goed naar gekeken moeten worden. Alleen een A-diploma is niet voldoende en om ook B en C te behalen, zijn heel wat lessen nodig. Te veel kinderen haken vroegtijdig af: slechts één op de drie haalt een C-diploma. Het onderwerp zorgt vaak voor discussie.

Want wiens verantwoordelijkheid is het dat kinderen leren zwemmen? In 2005 werd besloten dat dat niet de scholen en het Rijk waren, maar de ouders. Hoewel 94 procent van de ouders hun kind nu inderdaad zelf naar zwemles stuurt, blijft er 6 procent over die dat niet kan, wil of weet dat het mogelijk is - de groep die in het verleden veel baat had bij schoolzwemmen. Dat percentage is te groot en dat zorgt voor onnodig onveilige situaties.

Proefronde

Na de zomer gaat er een proefronde van de Rijke Schooldag van start. Een concept dat scholen de ruimte geeft te bepalen waar behoefte aan is. Schoolzwemmen zou daar perfect in passen. Onder begeleiding van goed opgeleide zweminstructeurs natuurlijk, want in het zwembad is de veiligheid van de leerlingen niet de verantwoordelijkheid van juffen en meesters. Wat mij betreft krijgt leren zwemmen zo snel mogelijk een prominente plaats in de Rijke Schooldag en leren álle kinderen zwemmen. Als waterrijk land zouden we ons rot moeten schamen mocht het niet lukken om zoiets te organiseren.”

Reddingsbrigade

Koen Breedveld is sinds 2017 directeur van Reddingsbrigade Nederland, dat ’het voorkomen van verdrinkingsdood’ als missie heeft. Daarvoor gaf hij leiding aan het Mulier Instituut.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.