Moedige Iraniërs blijven hopen op een overwinning | column

Haroon Ali

Vrouwen in Iran lijken de angst voorbij en gaan ongesluierd over straat, wetende dat ze kunnen worden opgepakt, gemarteld of zelfs vermoord. Dat gebeurde ook bij de 22-jarige Mahsa Amini, die haar hoofddoek ’verkeerd’ zou hebben gedragen en na een hardhandige arrestatie overleed. Het ontketende een nieuwe revolutie, die al twee weken duurt.

Ik sprak drie Iraanse Nederlanders, omdat ik wilde weten hoe zij de protesten volgen. Ze bewonderen de demonstranten, maar voelen ook verdriet en angst. Zal er echt iets veranderen?

Het is bijzonder dat vrouwen nu centraal staan, zegt theatermaker Sahand Sahebdivani. Ook belangrijk: „Het begon met de dood van een Iraans-Koerdische vrouw. De Koerdische strijd is niet nieuw, maar was niet eerder zo verbonden met een landelijke beweging. Nu worden er Koerdische leuzen gescandeerd. Voorheen was er ook nog hoop dat het regime van binnenuit kon worden veranderd. Die hoop lijkt nu dood.”

„Iraniërs willen niet meer in dialoog gaan. Ze willen het hele regime omverwerpen”, voelt ontwerper Sara Emami. Zij maakte een illustratie van een vrouw die haar lange haar in de wind laat wapperen, met de tekst: „Wist je dat dit een misdaad is in Iran?” De poster ging viral en was te zien bij wereldwijde demonstraties. „Wat voor velen vanzelfsprekend is, is voor Iraniërs een groot goed. Daar wordt nu hevig voor gestreden.”

Ze maakte de tekening om mensen buiten Iran wakker te schudden. „Het is een ver-van-hun-bed-show; weer onrust in het Midden-Oosten.” Ook journalist Mina Etemad merkt dat Nederlanders niet weten hoe ze hiermee moeten omgaan. „Ben je islamofoob als je vrouwen steunt die hun hoofddoek verbranden? Moet je die gewelddadige beelden wel delen? Maar men moet zich bewust worden van de gruweldaden die daar dagelijks plaatsvinden.”

Het stoort Sara dat moedige Iraanse vrouwen worden vergeleken met moslima’s in het Westen, die het dragen van een hoofddoek juist verdedigen. „Ja, het gaat in beide gevallen om lichamelijke autonomie en vrije keuze. Het doel is hetzelfde, maar de strijd is onvergelijkbaar. Vrouwen in Iran riskeren hun leven als ze zonder hoofddoek naar buiten gaan, gesluierde moslima’s in het Westen niet. Die vergelijking bagatelliseert het leed van Iraanse vrouwen.”

Mina vindt ook dat de opstand wordt gereduceerd tot het recht op zelfbeschikking. „Vrouwen in Iran hebben minder rechten als ze willen scheiden en hun getuigenissen zijn minder waard in de rechtbank. Ze mogen niet dansen, zingen of alleen reizen. Dat is een wrede realiteit die verder gaat dan het wel of niet dragen van de juiste hijab.” Dat maakt veel los, ook schuldgevoelens. „Ik heb een vrij en relatief zorgeloos leven, terwijl ik dat niet meer verdien dan mensen daar.”

Sara maakt zich ook zorgen over de internetblackouts die het regime inzet. „In 2019 zijn er tijdens zo’n radiostilte vijftienhonderd mensen vermoord. De politie heeft wapens, maar demonstranten hebben alleen hun stem en hun lichaam. Hoe lang houden ze het nog vol?” Mina ziet onder veel online-posts de zin: ’Be omide piroozi’. „Dat betekent: hopend op een overwinning. Dat is mijn lichtpunt aan de horizon, en van iedereen die nu meevecht en meeleeft.”

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.