Column Tommy Wieringa: Prijs

Column Tommy Wieringa: Prijs

Ik was in Porto om de Douro en de boogbruggen van Eiffel te zien, en ook om Pastéis de Belém te eten en espresso te drinken bij café Majestic. Een ordinaire citytrip kortom, wat neerkomt op een hoop klimaatschade voor wat oppervlakkig toeristisch genot. Natuurlijk had ik een paar luizige euro’s aan CO2-compensatie betaald toen ik het ticket kocht, aflaat voor een bezwaard geweten, in de wetenschap bovendien dat tegen de klimaatschade van vliegen niet op te compenseren valt.

Voor het ticket zelf betaalde ik 237 euro. Dat zou, als je de uitstoot van CO2, ultrafijnstof en de geluidsoverlast voor omwonenden van de luchthavens meerekende, zo’n duizend euro moeten zijn. De reële prijs voor vliegen in het algemeen en voor korte Europese vluchten in het bijzonder, ligt drie- à viermaal hoger dan wat we er nu voor betalen. Elke goedkope vliegreis nu is een gulle bijdrage aan onherstelbare klimaatschade later.

Dan maar met de trein, zou je denken, maar met treinreizen binnen Europa beland je opeens van de 21e in de 19e eeuw. De reistijden zijn lang, de prijzen hoog. Waar de luchtvaartindustrie bezig is met een race to the bottom, werd begin vorige week de prijs van een treinticket Amsterdam-Brussel juist tweemaal zo hoog.

Pier Eringa, de bonkige president-directeur van Prorail, zei deze week in de Volkskrant dat de trein moet concurreren met het vliegtuig, maar dat het niet lukt om een gestandaardiseerd Europees veiligheidssysteem (ERTMS) in te voeren. ,,Dat hebben we nodig om treinen in hoge aantallen snel door Europa te laten rijden. Maar alle EU-lidstaten zitten op elkaar te wachten, want de invoering van ERTMS kost miljarden. En dus gebeurt er niks.’’

Intussen breidt Schiphol opnieuw uit, in Lelystad ditmaal, ook al wordt keer op keer aangetoond dat ze de kluit belazeren met valse rekenmodellen en ondeugdelijke klimaatrapporten.

Ook voor vlees betalen we niet de werkelijke prijs. De echte prijs, berekende onlangs een Delfts onderzoeksbureau in opdracht van Natuur & Milieu, ligt zo’n vijftig procent hoger dan we er nu voor neerleggen. In die reële vleesprijs zijn de schade aan milieu, klimaat en biodiversiteit verdisconteerd, en ook de kosten voor het bestrijden van dierziekten en de subsidies aan de vleessector.

Een prijsverhoging van vijftig procent voor een biefstuk is een conservatieve schatting, omdat factoren als dierenwelzijn, gezondheidsschade en antibioticaresistentie niet zijn meegewogen in de berekeningen, en uitputting en verdroging van de landbouwgrond ook niet.

We betalen kortom structureel te weinig voor onze consumptie, en schuiven de rekening gedachteloos door naar onze kinderen.

Mijn dochters van zes en acht zijn alvast uit zichzelf op het pad van het vegetarisme geraakt. Nu nog omdat het zielig is voor de dieren (en soms omdat ze mijn het eten niet lekker vinden), binnenkort omdat ze zullen begrijpen dat de vleesproductie ook onszelf schade berokkent. Met genoegen zal ik vleesloos voor ze koken, en de carnivoor in mezelf bestrijden.

Wil je niks missen van IJmuider Courant? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws